Solidariteit - Commentaar 514 - 16 juni 2024

Minimumloonmode

Linda Vermeulen

Het minimumloon is de afgelopen jaren door acties van de FNV harder gestegen. Het CPB voorspelde dat de lonen daar vlak boven wel mee zouden veren. Ik, vakbondsvrouw, zie in de winkelstraat het tegendeel: Het minimumloon is steeds meer de norm. Loongebouwen worden platgedrukt en perspectief om te groeien naar een normaal loon - dat bóven het minimumloon ligt - is er amper. Bedrijven laten door een strategie van demotivering en onderbetaling de lage-lonen-carrousel steeds harder draaien.

Een nieuwe modetrend in de winkelstraat: steeds meer mensen verdienen minimumloon. Het minimumloon is bedoeld als absoluut minimum, bijvoorbeeld als startloon voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of mensen die hun vak nog niet naar behoren kunnen vervullen. Maar winkelconcerns maken het minimumloon steeds meer tot de norm; tot een beloningsniveau waar mensen niet meer vanaf komen. In de winkelstraat en op andere plekken waar de lonen traditioneel laag liggen, zoals de call centers en de distributiecentra, wordt het steeds moeilijker om je te ontwikkelen naar een fatsoenlijk inkomen.
De FNV voert ruim vier jaar met succes actie om het minimumloon bij wet te verhogen. We worden geholpen door nieuwe wetgeving vanuit Europa die voorschrijft dat het minimumloon ten minste 60 procent van het mediane loon moet bedragen. Een belangrijke strijd. Maar we moeten ervoor waken dat we ons in de discussie over de laagste salarissen niet blindstaren op de wettelijke verhoging van het minimumloon. Een hoger WML (Wettelijk Minimum Loon) is keihard nodig, maar daarmee is de strijd niet gestreden, want een fatsoenlijk inkomen ligt op z'n minst 20 procent hoger.

Steenrijke aandeelhouders

Dat de lonen bij winkelconcerns - die veelal in handen zijn van steenrijke aandeelhouders - achterblijven, is al jaren aan de gang. Maar door de inhaalslag die de vakbond de afgelopen jaren voor elkaar heeft geknokt met de verhoging van het minimumloon, komt deze achterstand extra aan het licht.
Samen met mijn vakbondscollega's in de winkelstraat spreken we veel werkers in de winkels en distributiecentra die dolgraag voor hun concern willen blijven werken, maar die gedemotiveerd raken doordat het werk wordt onderbetaald. 'Nieuwe collega's verdienen net zoveel als wij', zeggen ervaren krachten van bijvoorbeeld Zeeman, C&A en de Bijenkorf die zich bij vakbondsgroepen aansluiten.

Wat is veranderd? Dat zit als volgt. Waar je in het verleden in veel winkels startlonen had die boven het toenmalige minimumloon lagen, beginnen de schalen nu op het minimumloon. Tot een paar jaar terug konden mensen, naarmate zij meer ervaring en/of taken hadden, in de schalen van de cao doorgroeien in loon. Dat perspectief is er niet in bijvoorbeeld de grote 'cao retail', waar zo'n 200.000 mensen onder vallen. Mensen die nieuw in een winkel beginnen, kunnen volgens de schalen A en B waar veel verkoopsters en verkopers in zitten, doorgroeien tot slechts 3 procent boven het minimumloon. Deze cao is dan ook te slecht voor de FNV om te tekenen. Veel mensen die in het verleden hoger zijn ingestapt, en bijvoorbeeld tot voor kort 15 procent boven het toenmalige minimumloon zaten, zijn inmiddels ingehaald door de recente verhogingen van het WML.

Mensen zijn het zat

Deze nieuwe modetrend is tegen de voorspelling van de experts in. De rekenmeesters van het Centraal Planbureau stelden in 2020 dat naarmate de verhoging van het minimumloon groter wordt, de doorwerking op het verdere loongebouw ook toeneemt. In de 'retail' en in andere sectoren met slechte cao's is dit niet het geval. En vergeet niet dat er in Nederland veel plekken zijn waar niet eens een cao is. Het wetenschappelijk bureau van de vakbeweging, De Burcht, bracht in juni cijfers naar buiten waaruit blijkt dat in 2010 van alle werkers bij een bedrijf of instelling 75,8 procent met een cao in dienst was. In 2022 was dat percentage gezakt naar 71,8 procent, dat is onder de Europese norm. Eén van die cao-loze plekken is het distributiecentrum van Michael Kors in Venlo, waar ik met mijn collega's een groep arbeidsmigranten ondersteun. Ook zij zijn het zat dat er ook na jaren werken niets meer in zit dan het minimumloon.

Het gevolg voor de mensen die in winkels en distributie werken, is dat het loon veelal te laag is om goed van rond te komen. Bedrijven zien dat mensen na een paar jaar werken eieren voor hun geld kiezen en ergens anders gaan solliciteren. Vaak zijn dit trouwens eveneens banen waar de lonen niet beduidend hoger liggen en waar werkers na een paar jaar opnieuw verkassen. De grote concerns noemen dit het 'personeelstekort', maar in werkelijkheid is dit een bewust gecreëerde carrousel om steeds opnieuw groepen mensen aan het werk te zetten die bereid zijn om voor het lage minimumloon te werken. Tot zij de onderbetaling zat zijn. De keuze is dan in feite: ander werk, óf met de vakbond in actie komen voor een duurzame verbetering.

S symbool
Stempel Solidariteit blijft