welkom
commentaren
Solidariteit

Commentaar nr. 44 - 25 juni 2006

Geen zin om door te werken

Jan Taat

In zijn webmagazine van 19 juni 2006 publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek samen met het instituut TNO de resultaten van een onderzoek naar de bereidheid onder werknemers tot hun 65ste jaar door te werken. Zoals te verwachten, heeft slechts een minderheid daar zin in. Maar opvallend genoeg denken de meeste werknemers daar ook niet toe in staat te zijn. Wel doen velen vrijwilligerswerk na hun afscheid van de betaalde arbeid, maar dat wordt door de dames en heren politici niet erg gewaardeerd.

Over het geheel genomen, wil slechts 20 procent van de werknemers tot het 65ste jaar doorwerken. In de bouw is de bereidheid het laagst (10 procent). Ongeveer 35 procent denkt in staat te zijn zo lang door te werken, het minst in de horeca, het meest in de financiële dienstverlening. Veel trek hebben mensen dus niet.

Inmiddels is de regering (en een ruime meerderheid van de oppositie) druk bezig het financieel onaantrekkelijk te maken eerder met werken te stoppen.
In 2004 leidde de afschaffing door Balkenende van de belastingvoordelen bij het prepensioen tot de massale demonstratie op het Museumplein. Het compromis daarna was de levensloopregeling. Deze bood de mogelijkheid voordelig te sparen voor onbetaald verlof dat op verschillende manier te gebruiken is:

  • langdurend zorgverlof,
  • opfrisverlof,
  • ouderschapsverlof,
  • studieverlof,
  • verlof voorafgaand aan het pensioen.

Verplicht vrijwillig

Bos van de Partij van de Arbeid heeft voorgesteld vast te leggen dat het gespaarde verlof voor het 55ste jaar opgenomen moet worden. Vervroegd pensioen wordt immers door velen in de politiek als onwenselijk beschouwd. Een groot gedeelte van de werknemers wordt financieel gedwongen door te werken, maar is hier niet toe in staat.

De laatste jaren zijn heel wat plannen gemaakt om langer doorwerken mogelijk te maken. Bijscholing, loopbaanbegeleiding, persoonlijke ontwikkelingsplannen en leeftijdsbewust personeelsbeleid hebben werknemers blijkbaar geen vertrouwen gegeven in blijvende werkgelegenheid. De beëindiging op 1 maart 2006 van de 'last in first out' hoofdregel bij bedrijfseconomische ontslagen zal daaraan ook niet hebben bijgedragen.

Overigens is het niet zo dat werknemers die vervroegd uitgetreden zijn geen maatschappelijke functies meer verrichten. Luiheid is niet de reden het betaalde werk te verlaten. Het Sociaal Planbureau (Rapportage ouderen 2006) constateert dat een meerderheid actief is in vrijwilligerswerk of verzorgende taken op zich heeft genomen. Dat laatste is gezien de ontwikkelingen in de zorg en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO; geplande invoering 1 januari 2007) van groot belang. De rol van vrijwilligers - al dan geen familie - moet toenemen. Verantwoordelijkheid nemen voor jezelf en je omgeving (om de kosten te drukken) is het motto. Het Centraal Planbureau ziet een ernstige tegenspraak tussen de gewenste grotere arbeidsparticipatie van ouderen en de verwachte grotere vrijwillige inzet van burgers in de zorg.

Helaas moeten we vaststellen dat het vrijwilligerswerk, waaraan (vervroegd) gepensioneerden in hun eigen tempo kunnen bijdragen, niet op waarde wordt geschat. In de kennelijk onvrijwillige loonarbeid ontbreken echter functies waar mensen wat kalmer aan kunnen doorwerken. Niettemin neemt de financiële en morele druk om na je 65ste door te werken toe. Zo wordt de vergrijzing duur betaald.

Klik hier