welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit - Commentaar 379 - 14 april 2019

Hans Hekking - een warme kameraad - is overleden

Hans Boot (1)

Donderdag 4 april had ik met Hans afgesproken voor mijn drie/vierwekelijks bezoek, altijd om elf uur 's morgens. Met in de hand de traditionele appelpunten van de biologische banketbakker aan de overkant, belde ik aan. Geen gehoor. Ook niet bij het telefoontje tien minuten later. Van zijn zoon Twan hoorde ik 's middags dat Hans met de ambulance naar het ziekenhuis was vervoerd. Vrijdag 5 april overleed hij.

Mijn tevergeefse bezoek bleek een stilzwijgend, anoniem en onbedoeld afscheid. Onpersoonlijk en strijdig met de warme kameraad die ik jarenlang heb meegemaakt. We leerden elkaar midden jaren tachtig kennen via Solidariteit, dus raakten we ook de laatste tijd niet uitgepraat, zij het dat onze gezamenlijke geboortestad Den Haag zich meer in onze gesprekken opdrong.

Cacao

Hans was bepaald geen 'gewoon vakbondslid'. Hij was buurtactivist, zong in een strijdkoor, was een sociaal raadsman voor zijn collega's en internationaal georiënteerd. Solidariteit was hem opgevallen door de solidaire aandacht voor de stakende Britse mijnwerkers in 1984. Later was hij nauw betrokken bij het zogenoemde cacaoproject: een samenwerkende keten van arbeiders intercontinentaal: beginnend bij de plantages, via het transport (havens) en eindigend bij de verwerkende industrie zoals in de Zaanstreek. Strijdpunt onder meer de super insecticide lindaan, een gezondheidschadelijk bestrijdingsmiddel.

Inmiddels niet meer alleen een abonnee, maar ook lid van de redactieraad en de redactie, schreef Hans een serie artikelen. Eén van de koppen, november 1990: Er kleeft gif aan de cacao.

Zelfstandigheid

Na negen jaar gevaren te hebben, ging hij in 1967 op z'n vijfentwintigste in de Amsterdamse haven werken, de havenpool, officieel de Stichting Samenwerkende Havenbedrijven, SHB. Juist door de 'uitleen' aan de verschillende havenbedrijven kende hij de haven op z'n duimpje, de specifieke verhoudingen van elk bedrijf, inclusief de strijdbare arbeiderskern. Het werk bij de SHB noemde hij buffelen, met een brede ervaring in zelfstandigheid.

In 1983 werd Hans secretaris van de ondernemingsraad en meestal met verreweg de meeste stemmen herkozen. Zijn vertrek in 1995 viel samen met het einde van de SHB die overging naar een regionaal uitzendbedrijf met onder meer werk in distributiecentra met 'marktconforme', dat wilde zeggen 25 procent lagere, tarieven. In een interview voor de Groene Amsterdammer, 4 oktober 1995, blikte hij terug op hoe via de ondernemers en vakbeweging de sociale veranderingen in Nederland zich voltrokken:
     Het gaat niet zoals in andere landen met de botte bijl. De afbraak gaat langs de weg van de geleidelijkheid. In overleg. Heel subtiel. Maar wat wil je, de bazen hebben de tijd.

Theorie en praktijk

Ten tijde van nummer 50 van Solidariteit, juni 1987, werd onder anderen Hans geïnterviewd met de vraag 'hoe ben je bij Solidariteit terechtgekomen'. Een deel van zijn antwoord is een biografische schets. Hij verwijst naar de wilde staking van 1979 door Rotterdamse en Amsterdamse havenarbeiders. Een citaat:
     Ik had weliswaar altijd wel het nodige gelezen, maar die staking was de praktijk. Tegen mijzelf heb ik toen gezegd dat het tijd werd dat ik er achter kwam hoe het allemaal in elkaar stak. Dat was voor mij het keerpunt.
Maar waarom dat bij mij en niet bij een ander gebeurt, zou ik niet weten. Misschien komt dat signaal pas over, als je eerst zelf een aantal dingen theoretisch op een rijtje hebt gezet. De praktijk zorgt er dan voor dat de zaak op zijn plaats valt. Voor mij was dat pas in 1979. Daar kwam bij dat we op het werk allemaal wel wisten dat er heel wat niet deugde.

Veertien jaar later, nummer 100 in 2001:
     Solidariteit leverde mij tijdens een lange periode van felle politieke tegenwind, de zekerheid dat ik niet gek was, maar dat de rest wat mankeerde.
Een tegendraads netwerk van mensen die de onvrede met de rol van de vakbeweging in het polderoverleg gemeen hebben. Solidariteit is niet voor niets opgericht in de periode dat Kok en Van Veen een akkoord sloten dat de opmaat was voor wat nu tot vervelens toe het poldermodel genoemd wordt.

Kortom, een leerzaam verband tussen theorie en praktijk. In dat opzicht is het logisch dat Annemiek, Twan en anderen goed voor Hans zorgden. Mijn bewondering voor hen is er niet minder om.

     (1) Dit is een iets uitgebreide versie van mijn herinneringswoord op 11 april 2019. Ab de Wildt, jarenlang kameraad van Hans, ging mij vooraf en herdacht hem in een persoonlijk en bewogen woord, zie:
Een toffe, strijdbare peer.

Klik hier