welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit – Commentaar 376 – 3 maart 2019

Klimaat en enkele politieke principes volgens Aristoteles

Jasper Schaaf

Het klimaat staat zo langzamerhand echt op de politieke agenda. De overgebleven klimaatsceptici moeten steeds beter hun argumenten verwoorden om nog enigszins serieus genomen te worden. Dat versterkt, als het goed is, de discussie. Betekent dit nu ook dat een sterk klimaat- en milieubeleid resoluut tot uitvoering komt?

Dat is zeer de vraag, omdat ook meer dan voorheen politici van zich laten horen die beweren het allemaal wel erg te vinden, maar je niet moet overdrijven of overhaasten. Die de boel traineren en daarbij zelfs argumenten kapen van organisaties en partijen die zich verzetten tegen het opdraaien voor de meeste kosten door 'de gewone man', in plaats van door vervuilende en kapitaalkrachtige bedrijven. Per saldo ontstaat het risico dat na de aandacht algauw de dip volgt. Met als gevolg dat er te weinig gebeurt en bovendien op langere termijn de werkende bevolking alsnog voor alle kosten opdraait.

Klassieke politieke filosofie

Wanneer zoveel tegelijk speelt, kan het verhelderend zijn eens – los van de details – naar de klassieke politieke filosofie te kijken. Met name naar Aristoteles (384-322 voor het begin van onze jaartelling) die waarschijnlijk de meest volledige filosofie binnen het Westerse denken biedt. Hij laat zien dat afwegingen op hoofdlijnen en de verder uitgewerkte analyses daarvan kunnen bijdragen aan de praktijk.

Voor alle duidelijkheid, een verheldering zoeken bij zo'n klassieke denker betekent geenszins dat alles wat hij schrijft inhoudelijk wordt onderschreven. Denk bijvoorbeeld aan de slavenmaatschappij die destijds bestond of aan zijn zorgvuldige analyse hoe een ondemocratische vorst zijn macht kan behouden.
Drie citaten, wat willekeurig, volgen hier uit de nog altijd heel lezenswaardige Politica van Aristoteles.

Behoud het land dat vrijheid biedt

Aristoteles over de ideale staat: Iets dergelijks geldt voor het grondgebied. Wat de kwaliteit hiervan betreft, zal duidelijk iedereen de voorkeur geven aan het gebied dat de grootste zelfstandigheid biedt, en dit moet wel het land zijn dat alles voortbrengt: kenmerk van zelfstandigheid is dat alles voorhanden is en aan niets gebrek bestaat.

Wat is het vraagstuk? Dat de politieke partijen in Nederland net als elders menen over een gebied met een dergelijke kwaliteit te beschikken, maar dat dit de komende decennia steeds schaarser wordt. Dat raakt de bijbehorende belangen, de zelfstandigheid en vrijheid hard.
In de dan te voorziene gang naar verval nemen bezitsdrang en egoïsme toe, en zo ook risico’s voor de bestaansmogelijkheden, inkomen, bezit van goederen en grond, en zelfs voor de vrede. Zeker als het behoud van al het land onzeker wordt of dat vol wordt gezet met windmolens door economisch sterke machten die voor de bewoners anoniem zijn.

In feite speelt hier al een materialistisch idee van basis en bovenbouw. Het gebied dat economisch voordeel biedt, is in het geding en wordt onderwerp van strijd, ook ideologisch. Bij voorbaat nemen partijen dan snel posities in. Daarbij voelt het bedrijfsleven feilloos aan wat een CO2-heffing of vermogensheffingen kunnen betekenen: dat overmatige rijkdommen en macht worden ingeperkt.
Aristoteles benoemt politieke wetmatigheden, raakvlakken met het heden blijken aanwezig, er speelt een grote machtsstrijd.

Bestrijd ongelijkheid ook vanwege het klimaat

Aristoteles over macht en ongelijkheid: Hoe moeilijk het ook is over gelijkheid en rechtvaardigheid de waarheid te ontdekken, het is nog moeilijker mensen die de mogelijkheid hebben zich te verrijken van deze waarheid te overtuigen. Het zijn altijd de zwakkeren die streven naar gelijkheid en rechtvaardigheid, de sterkeren malen daar niet om.

Wat is het vraagstuk? Komende jaren zal de ongelijkheid in inkomen, vermogen en macht permanent een rol spelen in de klimaatdiscussies. Die strijd kan hard worden, aangezien in de hele maatschappij de verdeling van middelen en zeggenschap aan de orde is. Alles kan gebeuren, met uitersten van ontkenning van relevante vragen tot en met onteigeningen en geweld.
Voor sociale, linkse en progressieve bewegingen, partijen en vakbonden zijn daarom heldere en strijdbare uitgangspunten nodig, principes die langer gelden en waar je op terug kan vallen. Het oude principe van 'de vervuiler betaalt' moet daarin ver overstegen worden, de hele maatschappij en alle vestigingsmogelijkheden op deze aarde zijn in het geding.
Bij dergelijke algemene uitgangspunten voor de nabije toekomst moet je denken aan onder meer: CO2-heffing, grote vermogensheffingen, sluiting kolencentrales en een ecologische, natuur-inclusieve landbouw. En vooral consequent strijden 'van de andere kant' voor structurele verhoging van de lonen en verbetering van de positie en woonsituaties van mensen met een laag inkomen. Lukt zo’n combinatie, dan groeit het draagvlak voor een sterk effectief klimaatbeleid. Immers, mensen willen en kunnen niet bijdragen als ze alleen maar geplunderd worden.
Economisch moet trouwens niet alleen worden benadrukt wat het allemaal kost, zoals nu vaak gebeurt: de veranderingen leveren ook productief werk en inkomsten, rendementen op. Eenzijdige nadruk op alleen de kosten is ideologisch. Productieve destructie is onvermijdelijk, de nieuwe vormen hebben rendement die moeten goed meegewogen worden. Zoals de rendabele toepassing van de waterstoftechnologie. Niet vastlopen in het eeuwige gezeur: 'Wat kost dit allemaal?'

En inderdaad zijn het de zwakkeren die wel malen om gelijkheid en rechtvaardigheid. Zij zijn de maatstaf voor democratie. Dat zag Aristoteles goed. Wil je dan handen en voeten geven aan een grote verandering, dan kan dat door vooral heel vroegtijdig basale democratische bewegingen en procedures te starten en die langdurig voort te zetten. De bevolking mee laten beslissen over complexe zaken gaat niet vanzelf, maar kan wel. Echter alleen wanneer vroegtijdig en helder wordt begonnen, inclusief van meet af aan sociale machtsvorming en medezeggenschap. Al werkend de ongelijkheid kleiner maken, met inkomenszekerheid, participatie en educatie.
Een beroep op 'lagere inkomens' kent twee varianten. De solidaire die vooruit strijdt en concrete oplossingen biedt. Daar tegenover de valse, de stoplap, de smoes om passiviteit te verkondigen. 'Lage inkomens' mogen niet worden gekaapt en gegijzeld in de politieke bureaucratie.

De doelstelling geldt internationaal

Aristoteles: Nu zijn er twee factoren waarop welzijn voor ieder mens berust: een juiste keuze van oogmerk en doel van zijn handelen, en het vinden van de handelingen die tot dit doel leiden. Deze twee kunnen met elkaar overeenstemmen of strijdig zijn …

Wat is het vraagstuk? Bij Aristoteles is eigenlijk alles doelgericht. Misschien is het niet zo’n gek idee bezinning op de doelen meer centraal te stellen. In de politiek, zeker in de internationale machtsstrijd en geopolitiek, spelen rancune en onverwerkt verleden een grote rol. Denk aan kolonialisme en oorlogen. Wanneer dit wordt miskend, zal een hoge klimaatdoelstelling die internationaal afgestemd tot juist handelen moet leiden, onvoldoende positieve effecten sorteren.

Aristoteles stelt bovendien terecht dat tussen doelen en handelingen tegenstrijdigheden kunnen bestaan. De tegenspraak tussen de hoge klimaatdoelstelling en de steeds weer kortzichtige handelingen van het kapitaal betekenen een periode van strijd. Strijd om uitvluchten te verhinderen en voor daadwerkelijke actie. Een strijd die handelingen gericht op sociale rechtvaardigheid en klimaatacties hand in hand moet laten gaan. Je niet door valse argumenten tegen elkaar uit laten spelen. Deze opgave vergt dat socialisten en klimaatactivisten elkaar vinden in de actie, en dat steeds weer blijven doen.

Bron: Aristoteles, Politica, Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Jan Maarten Bremer en Ton Kessels, Historische Uitgeverij, Groningen z.j., resp. pp. 285, 252-253 en 298.

website: www.jasperschaaf.nl weblog: https://filosofie-en-politiek.blogspot.com/

Klik hier