welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit - Commentaar 357 - 10 juni 2018

De Nederlandse Alva

Harry Peer

Een paar jaar geleden stond ik in het dominicanenklooster op het Plaza de Santo Domingo in Salamanca ineens oog in oog met Alva. Ik keek naar een levensgroot standbeeld van de IJzeren Hertog met daaronder zijn graftombe. Buiten was het warm, maar in deze ruimte was het werkelijk ijskoud. Ik huiverde. Dat had niet met de temperatuur te maken. Alva. Er zit een dreigende, vreesaanjagende lading in deze naam die ik al met de 'vaderlandse geschiedenis' op de lagere school moet hebben meegekregen. Het zal voor veel Nederlanders niet anders zijn.

In 1567 stuurde koning Filips II Alva naar de Lage Landen om orde op zaken te stellen. Het begon met executies op de Grote Markt in Brussel, waaronder die van de graven Egmont en Hoorne op 5 juni 1568. Willem van Oranje wist op tijd te ontkomen. Alleen al in 1567 en 1568 vluchtten zon 60.000 mensen het land uit, de meesten naar de Duitse staten. De invoering in 1569 van de Tiende Penning, een belastingmaatregel, vergrootte de woede en het verzet.

Schrikbewind

De landvoogd verbleef zes jaar in de Nederlanden en maakte zich met de instelling van de Raad van Beroerten, in de volksmond al gauw de Bloedraad genoemd, voor eeuwig gehaat. Duizenden mensen werden opgepakt, beeldenstormers, plaatselijke notabelen. Hun wachtte inbeslagname van bezittingen, gevangenisstraf, verbanning of de dood.

Alva's leger ging op een afschuwelijke manier te keer. Talloze burgers werden over de kling gejaagd. De slachtpartijen in 1572 in Mechelen, Zutphen en Naarden riepen ontzetting op in heel Europa. In Haarlem werden drieduizend inwoners doodgehongerd. Na de overgave van de stad op 12 juli 1573 werd het hele garnizoen, zon tweeduizend man, de keel doorgesneden of met de ruggen aan elkaar gebonden de Spaarne ingegooid.

De Nederlandse paus

Onlangs las ik de biografie van Twan Geurts over Adriaan Floriszoon Boeyens, zoon van een scheepstimmerman in goeden doen uit Utrecht die het tot paus bracht. Zijn pontificaat duurde maar kort - van 9 januari 1522 tot zijn dood in Rome op 14 september 1523 - en wordt algemeen als een mislukking beschouwd. Niettemin zijn de Nederlandse katholieken trots op hun paus wiens reputatie ver na zijn dood wat wordt opgepoetst met de late erkenning als wegbereider van de katholieke contrareformatie.

Adriaan zag het levenslicht op 2 maart 1459, studeerde theologie, ging vriendschappelijk om met Erasmus, veroordeelde de ketter Luther, was professor en rector van de universiteit van Leuven, opvoeder van keizer Karel V en diens plaatsvervanger in Spanje. Geurts heeft een boeiend boek geschreven over Adrianus van Utrecht. In Spanje kijken ze anders tegen hem aan dan in Nederland. Adriaan verenigt kerkelijke en wereldlijke taken. In 1515 komt hij als diplomaat voor Karel V terecht in Spanje, wordt daar tot bisschop van Tortosa benoemd en tot grootinquisiteur van Aragon, Valencia en Navarra. Zijn loopbaan gaat voorspoedig. In 1519 wordt hij bevorderd tot kardinaal en het terrein als grootinquisiteur verbreed tot Castilië en León. In 1520 stelt Karel V hem zelfs aan als gouverneur van Spanje.

Schrijftafelmoordenaar

De Spaanse inquisitie, die aanduiding roept bij mij al net zon angst op als de naam van Alva. Wat heeft die Adriaan daar allemaal uitgespookt in Spanje? Als grootinquisiteur was Adrianus "belast met het algemeen toezicht op een strikte naleving van de katholieke geloofsleer en de systematische uitroeiing van alle ketterij, hekserij, blasfemie, bigamie en sodomie". Vooral bekeerde joden, conversos, werden het slachtoffer, gevangen gezet, gefolterd en gedood. Hun bezittingen gingen naar de kerk en de staat, waarbij allerlei andere partijen natuurlijk ook een graantje meepikten. De rechters vonnisten.

Geurts stelt enerzijds dat Adrianus zich meestal gematigd opstelde en zich niet te buiten ging aan overdreven fanatisme en wreedheid. Maar anderzijds dat Adrianus in zijn geloofsijver ook strikt kon handelen en soms een blind vertrouwen toonde in de uitspraken van de rechters. Ewald Vanvugt is in Roofstaat meer uitgesproken dan Geurts: "De Inquisitie ontwrichtte en verziekte het bestaan van ongetelde massas mensen vooral nieuwbekeerden en bracht een vroegtijdig en ellendig eind aan de levens van vele anderen."

Adrianus VI is niet opgenomen in de Nederlandse canon, maar op het lijstje van de grootste Nederlandse schurken staat schrijftafelmoordenaar Adrianus VI wat Vanvugt betreft bovenaan. Daarmee zelfs Jan Pieterszoon Coen passerend, verantwoordelijk voor de moord op 15.000 bewoners van het eiland Banda in 1621.

Heersers in vreemde omgeving

Adrianus rol en optreden in Spanje lijken het spiegelbeeld van dat van Alva later in de eeuw in de Lage Landen. Een opmerkelijke parallel. Twan Geurts noteert vele keren dat Adrianus VI een vroom man was. Dat is een troost voor de gelovige katholiek. Het is mogelijk dat een Spanjaard door een vergelijkbaar gevoel van ongeloof wordt bevangen, wanneer hij in Utrecht tegen het standbeeld van paus Adrianus VI aanloopt, zoals mij overkwam in Salamanca. De geharnaste Alva oogt streng, ongenaakbaar, heerszuchtig. Adrianus VI staat voor het Paushuize in Utrecht. Een tengere, sobere, ingetogen monnik; een eenvoudige staf, een boomstronk, in zijn hand. In december 2015 is het pausbeeld onthuld. De Spaanse Alva en de Nederlandse Adrianus VI. Vurige katholieken. Hardvochtige heersers in een vreemde, vijandige omgeving. Ze hebben heel wat met elkaar gemeen.

Wereldwijd woedt er een beeldenstorm. En dan gaat het ook over namen van straten, pleinen, tunnels, scholen. Standbeelden van Lenin, Stalin, generaal Lee en Cecil Rhodes zijn omver gehaald. Daar kunnen we ons eufemistisch gesteld wel iets bij voorstellen. De discussie is evenmin aan Nederland voorbij gegaan. We hebben het kunnen volgen met Jan Pieterszoon Coen in Hoorn. Na veel soebatten is er een tekst op de sokkel van het standbeeld gekomen waarop hij zowel geroemd als bekritiseerd wordt. Het voorbeeld van Alva en Adrianus laat zien hoe ingewikkeld de materie is. We komen op een hellend vlak terecht als standbeelden al te gauw worden gesloopt. We steken niets op van het verleden als we de symbolen ervan verwijderen. Het debat is belangrijk.

Klik hier