welkom
commentaren
Solidariteit

Commentaar nr. 28 - 13 november 2005

De Jeugd van Tegenwoordig

Willem Dekker
Merijn Oudenampsen
Herre de Vries

Er waait een frisse wind door de polder. Een nieuwe vakbond voor jongeren is geboren. Maar de frisse wind ruikt naar rotte vis. Alternatief voor Vakbond (AVV), zoals de club zich noemt, wil jongeren vertegenwoordigen zonder jongeren, in de achterkamertjes van dezelfde verlepte polderpolitiek die voor huidige generaties juist heeft afgedaan. Hoe zou de (jongeren)vakbond van de toekomst eruit moeten zien?

Dat het AVV zich op jongeren richt, is geen slechte zaak. De kritiek gaat echter voornamelijk in op de oneerlijke verdeling van de kosten van de verschrompelende welvaartsstaat. Bovendien lijkt het AVV een versnelde afbouw van de verzorgingsstaat te rechtvaardigen. Daarmee komt het voornamelijk op voor de belangen van 45-plussers die het meest zouden betalen aan het prepensioen. Van bezorgdheid over de sociale problemen die jongeren wel bezighouden - hoge schulden, onzekere baantjes, lage lonen, woningnood - is weinig te merken.
Het Jongerennetwerk dat onder de voogdij van de FNV gelanceerd wordt, stelt zich socialer op. Dat is in ieder geval een stap in de goede richting. Maar ook dit Jongerennetwerk prefereert de achterkamertjes boven actieve betrokkenheid; het flirt nu openlijk met het AVV om gezamenlijk de race naar het pluche van de SER te volbrengen. Allebei in de valse overtuiging dat jongeren zomaar te vertegenwoordigen zijn.

'De' jongere bestaat niet

Een gevarieerdere groep werkenden dan jongeren is niet te vinden. Mensen in de bloei van hun leven die overgaan van school/opleiding naar werk of een combinatie daarvan. Terend op het loon van een tijdelijk baantje, een onderbetaalde stage, een zwarte klus, uitzendwerk of de snel slinkende fooien van de staat: studiefinanciering, bijstand of uitkering. Thuiswonend of op zichzelf met veelal tijdelijke huurcontracten, in kraakpanden of juist anti-kraak. Kinderen van de jaren negentig, waarin de lol niet opkon. De economie zat in een continue opwaartse conjunctuur en de werkloosheid daalde. Werken was vanzelfsprekend geworden, flexibele en tijdelijke contracten werden uitzondering in plaats van regel.

In de zee van spandoeken op het Museumplein, vorig jaar 2 oktober, was er één met de tekst: "Hoezo prepensioen? Wij worden nu al genaaid!" Een groeiende groep jongeren maakt zich meer zorgen over het halen van het einde van de maand, dan over het (pre)pensioen. De bizarre lijn van de vakbonden staat dan nog in het teken van het éénrichtingsverkeer: 'solidariteit van jong naar oud'. Wanhopig klampen de bonden zich vast aan de verworvenheden van een welvaartsstaat die jongeren al in de steek heeft gelaten. Als de bonden een tijdmachine hadden, zouden zij het liefst teruggaan naar het verleden, inclusief de spruitjeslucht.

"Take a walk on the wild side…"

De bonden lijken door de vergrijzing van hun leden en de opkomst van het AVV schoorvoetend hun blik weer vooruit te richten. Ze willen jongeren vertegenwoordigen. In navolging van de lobby van het AVV eist het FNV Jongerennetwerk nu een jongerenzetel in de SER. De vraag is of zij zich niet beter eerst kan richten op het verkennen van de dagelijkse realiteit van werkende jongeren. De regels van het spel zijn namelijk veranderd. Onze generatie werkt freelance, is zelfstandige, flexwerker of heeft een zo tijdelijk contract dat ontslag een permanente dreiging is. Een generatie die continu in transit is, die zich meer identificeert met vrije tijdsbesteding dan met werk, die vroeg volwassen is en sterk geïndividualiseerd. Zij heeft geen behoefte aan een trage monolithische vakbond die vanuit een centrale zetel haar belangen bepaalt. Het AVV en het Jongerennetwerk begaan een vergissing als zij denken dat de lange mars door de instituties in een korte sprint herhaald kan worden.

We zijn op een kruispunt aangekomen. Vadertje Staat is niet meer, en een progressief antwoord daarop is geen kant-en-klaarmaaltijd die AVV of SER heet. Deze tijd vraagt om een nieuwe politieke cultuur. Een organisatie die met jongeren wil werken moet de taal spreken van jongeren, en niet in een vocabulaire van percentages en afkortingen. Zij moet gedecentraliseerd en mobiel zijn, meebewegen met de veranderlijke omstandigheden waarin jongeren verkeren. Net zo gekleurd zijn als het straatbeeld, netwerkend in situaties die zich kenmerken door eenzaamheid en fragmentatie. En bovenal niet bang zijn vragen te stellen, nieuwe situaties te verkennen en de gangbare recepten te vervangen voor avontuur.

Een Jongerennetwerk, een écht netwerk dat onafhankelijk van de vakcentrale kan opereren. Met actieve jongeren die communiceren over het internet en in vliegende brigades de werkvloer onveilig maken. Autonoom handelend, vanuit eigen ervaring. Dat zou wel wat zijn. Voor ons geen symbolische participatie, dank u.

Herre, 24 jaar: uitzendkracht/freelancer.
Merijn, 25 jaar: flexwerker/zelfstandige.
Willem, 21 jaar: caissière.

Klik hier