Jan Ilsink
Op 23 april 2025 werd aflevering 10 uitgezonden van de serie Zwarte Zwanen (misstanden in de 'pensioenwereld') van Cees Grimbergen. Dat programma werd onmiddellijk gevolgd door Nieuwsuur met het debat in de Tweede Kamer over het amendement op de Wet Toekomst Pensioenen van NSC-lid Agnes Joseph. Ze wil pensioendeelnemers inspraak geven bij de overgang van het oude pensioenstelsel naar het nieuwe.
In beide uitzendingen werd duidelijk dat volgens Kamerleden en vertegenwoordigers van de 'pensioenwereld' het gespaarde, uitgestelde loon van een werker - beheerd door een pensioenfonds en later als pensioen uitgekeerd - geen 'eigendom' is van de pensioendeelnemer. Het behoort toe aan instituten van het Pensioen Financieel Complex (pensioenfondsen, pensioenverzekeraars of juridisch instellingen).
In de oude pensioen- en spaarfondsenwet en daarna de pensioenwet was het gespaarde, uitgestelde loon wel degelijk eigendom van de pensioendeelnemers. Het vormde de basis voor de opgebouwde pensioenrechten. Te weten: een vordering op de collectieve middelen in het pensioenfonds die met premies en goed rendement (door gespreide beleggingen) werden aangevuld.
In de nieuwe Wet Toekomst Pensioenen worden die middelen opgeknipt in individuele potjes. Volgens de Kamerleden en pensioendeskundigen worden deze juist wel eigendom van de individuele deelnemer. De aanvulling ervan wordt afhankelijk van de leeftijd. Werk je nog, dan wordt het aangevuld met premie en een goed rendement. Ben je met pensioen, dan alleen aangevuld met een bescheiden rendement, omdat je pot niet riskant belegd mag worden: dus geen indexatie van prijsstijgingen!
Schokkend zijn uitspraken van rechters dat onjuistheden in de pensioenwetgeving niet worden erkend, omdat precedentwerking tot maatschappelijke chaos kan leiden. De aanspraken op en het rechtsgevoel van deelnemers over hun opgebouwde rechten doen er bij de rechters kennelijk minder toe!
Het blijft onbegrijpelijk dat de FNV deze nieuwe pensioenwet blijft steunen, terwijl steeds duidelijker wordt dat die geen verbetering voor de deelnemers oplevert. Het blijkt vooral een verdienmodel voor de pensioensector. De omzetting van door miljoenen deelnemers opgebouwde pensioenrechten naar individuele potjes is zeer complex en tijdrovend. En kost bovendien miljoenen euro's aan technologische modellen en adviezen van pensioendeskundigen. De datum, 1 januari 2027, dat alle fondsen zijn overgegaan naar de nieuwe wet, is weer een jaar uitgesteld! Een jaar langer verdienmodel. Maar ook daarna moeten de verwachte pensioenuitkeringen voortdurend individueel worden berekend.
Het zwijgen van de FNV bij de groeiende verontrusting van pensioendeelnemers over hun overgang naar de nieuwe wet blijft zeer zorgelijk. In plaats van steun aan en bescherming van de belangen van de werkers, schaart zij zich aan de zijde van de ondernemers die een vaste en lage pensioenpremie willen en de pensioeninstellingen die alleen koersen op het verdienmodel. De pensioenbelangen van de werkers doen er kennelijk niet toe.
Intussen voltrekt zich binnen de FNV een paleisrevolutie. Het vier jaar geleden digitaal gekozen bestuur (zonder inhoudelijke discussie en verantwoording aan de leden) is verstrikt geraakt in onderlinge tegenstellingen. De een paar jaar geleden ingestelde Raad van Toezicht (met leden zonder vakbondservaring) besloot daarop het volledige bestuur naar huis te sturen en een Interim Bestuur aan te stellen (met leden zonder vakbondservaring).
Dit tijdelijk bestuur probeerde leiding te geven aan de FNV, waarvan de leden en bestuurders op de werkvloer precies weten wat ze moeten doen, maar is vooral bezig geweest met brandjes blussen. Problemen als gevolg van slechte communicatie, misverstanden en intriges vanuit de netwerken van het naar huis gestuurde bestuur. De verkiezing van een nieuw bestuur werd uitgesteld om eerst de onderzoeken af te wachten, waarin bestuursleden betrokken waren. Maar in de zitting van 9 en 10 mei jongstleden besloot het Ledenparlement, samen met de Raad van Toezicht, het aflopende contract met het tijdelijk bestuur niet te verlengen.
De lopende onderzoeken worden niet afgewacht, snel wordt een nieuw bestuur gekozen. 'Democratisch', dat wil zeggen: elk lid mag digitaal zijn of haar stem uitbrengen. Niet gevoed door enige discussie over het door FNV gevoerde en te voeren beleid en over de oorzaken van de crisis. Het Ledenparlement en de Raad van Toezicht lijken zo de crisis te willen bezweren en op de oude voet verder te gaan.
Het nieuwe interim bestuur is deze keer samengesteld uit 'de eigen gelederen'. Dus bestaat het uit leden met een bestuursfunctie tijdens de afgelopen tien jaar. Dus geen uitzicht op een ommezwaai naar een strijdbare, sociaal veilige en democratische FNV, waarin de ledenbelangen centraal staan.
Ondertussen blijven de 'gewone leden' vanuit de FNV verstoken van informatie over de crisis. De publieke media lijken te smullen van de beerput en slangenkuil die de top van FNV blijkt te zijn. De leden kennen de FNV vooral in de directe belangenbehartiging, zoals in cao's en hulp bij individuele conflicten met de ondernemer. Zij vrezen mogelijk 'imagoschade', maar beseffen dat voor hun arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden de krachtsverhoudingen in bedrijven en instellingen doorslaggevend zijn en niet het imago!
Er dringt zich in deze crisis een parallel op met de aangehaalde 'pensioenkwestie': de belangen van de leden spelen geen rol in de tegenstellingen binnen het FNV-bestuur. Wel persoonlijke ambities, competenties en kortzichtige financiële overwegingen. Gezien de opstelling van het Ledenparlement en de Raad van Toezicht zullen in de oplossing van de crisis die belangen van de leden evenmin een rol spelen. Deze twee 'structuren' beperken zich tot het 'doorbreken van de impasse' en gladstrijken van de verstoorde verhoudingen. Onwillig of onbewust, er is geen aandacht voor een lopende discussie in de FNV dat de huidige crisis veel te maken heeft met de organisatiestructuur die in 2015 is vastgelegd.
Onduidelijkheden en dubbelzinnigheden in verantwoordelijkheden van die structuur hebben een gedrocht opgeleverd. De invloed van de leden is teruggebracht tot eens in de vier jaar digitaal de stem uitbrengen op kandidaten van de te verkiezen bestuursorganen. Evenwel zonder verantwoording en discussie over het gevoerde en te voeren vakbondsbeleid. En bovendien krijgt elke organisatorische eenheid twee bestuurslichamen (bijvoorbeeld: bestuur en raad) met elk een kiezersmandaat. Onwerkbaar voor een vakbond!
De bestuursorganen van de FNV blijken niet in staat om bij de oplossing van de crisis de belangen van de leden centraal te stellen. Dit zou het sein moeten zijn voor (kader)leden die een strijdbare, sociaal veilige en democratische FNV wensen om dat juist wel te doen. Door de koppen bij elkaar te steken en hun bestaanszekerheid, en de bedreiging daarvan, richtinggevend te laten zijn. De sectoren van FNV die de werkvloer van de leden afspiegelen, behoren de leiding te nemen om in hun sector de sociaaleconomische toekomst van hun bedrijfstak of instelling te agenderen. Daaruit kunnen de belangen van de daar werkzame leden worden afgeleid en het daarvoor gewenste vakbondsbeleid ontwikkeld.
De wending die de crisis genomen heeft met het nieuwe interim bestuur voedt de wens van vele (kader)leden en professionele ondersteuners op de werkvloer om de sectoren om te bouwen tot zelfstandige vakbonden binnen FNV. Dat schept beleidsmatig, financieel en organisatorisch de mogelijkheid hun belangen in hun bedrijfstak of instelling centraal te stellen. De eerste stappen naar die verzelfstandiging zouden in het najaar kunnen uitmonden in een gezamenlijke werkconferentie. Daar kunnen de marsroute(s) voor een dergelijk beleid worden vastgesteld op het fundament van de voor een vakbond noodzakelijke inhoudelijke eenheid.
In de voorbereiding van deze conferentie zouden de verkiezingen voor een FNV-bestuur kunnen worden gehouden. Daarmee kan dat bestuur zich in de komende zittingsperiode inzetten om deze marsroutes uit te voeren, te begeleiden en aan te sturen.
Het Ledenparlement zou zich achter deze aanpak kunnen opstellen en de komende zittingsperiode wijden aan het volgen en faciliteren van die marsroute(s). In 2028-2029 kunnen deze leiden tot een FNV breed congres, waar een nieuw FNV-bestuur en vakbondsraad wordt verkozen.