Samenvatting van de nota 'Bewegen in Zekerheid'
Inleiding
Met de nota 'Bewegen in Zekerheid' geeft de FNV een opmaat voor een vernieuwing van het sociale zekerheidsstelsel. Op een aantal punten betekent dit een radicale omslag. Als het aan de FNV ligt komt de klant veel meer centraal te staan en komt er een einde aan de gegroeide cultuur van bevoogding en afhankelijkheid.Meer nadruk op activering en reïntegratie en minder op alleen inkomensbescherming is prima. Maar dit moeten we niet langer vertalen in dreigementen en sancties, zoals nu gebeurt. Het komt er op aan mensen zelf een positie te geven en zoveel mogelijk concrete instrumenten. Sleutelbegrip in de nota is daarom economische zelfbeschikking.
Je dient zekerheid te bieden over de mogelijke consequenties van stappen die werknemers en uitkeringsgerechtigden willen of moeten gaan zetten. Pas dan mag je verwachten dat ze daadwerkelijk in beweging komen. Vandaar het thema 'Bewegen in Zekerheid'.
De FNV wil een stelsel van sociale zekerheid met een breed karakter. Te vaak vallen specifieke groepen werknemers (flexwerkers, freelancers) tussen de wal en het schip. De nota bevat ook een aantal voorstellen rond thema's als verlof en de positie van zelfstandigen.
De FNV-inzet
Kort samengevat doet de FNV de volgende voorstellen:
- Om te kunnen bewegen in zekerheid is allereerst een adequate inkomensbescherming nodig. Het niveau van het minimum moet in zijn algemeenheid omhoog. Daarnaast moet er een extra verhoging komen voor mensen die vijf jaar of langer van het minimum afhankelijk zijn. De armoedeval dient te worden aangepakt door de invloed van inkomensafhankelijke uitkeringen te verminderen.
- Vereenvoudiging van het stelsel moet een flinke impuls krijgen: door het introduceren van een basisuitkering, die op den duur de functie van de minimumregelingen moet overnemen.
- Vernieuwing en uitbreiding van het stelsel is vooral nodig vanwege de positie van flexwerkers en die van zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers). Om flexwerkers betere rechten bij werkloosheid te geven is een voorstel opgenomen voor een opbouw-WW. Die komt in de plaats van de huidige kortdurende WW. Ook onderbroken periodes van werken leiden dan tot een reële opbouw.
- Zzp'ers zijn nu vaak alleen particulier verzekerd tegen allerlei risico's. Volgens de FNV moeten zij bij ziekte en arbeidsongeschiktheid op een vergelijkbare verzekering kunnen terugvallen als werknemers, zij het met een wachtperiode en meer keuzemogelijkheden. Werkloosheid moeten we vooral als een ondernemersrisico zien. Maar een zzp'er die weer werknemer wil worden, moet wel binnen drie jaar zijn sociale zekerheidsrechten kunnen laten herleven.
- Het recht op verlof moet niet alleen afhangen van de (CAO-)afspraken in de sector. De voornaamste rechten moeten wettelijk gegarandeerd zijn: door een gecombineerde werknemers/ volksverzekering voor verlof voor zorg, zwangerschap, adoptie en ouderschap. De basisdekking is 70% van het minimumloon. De werknemersverzekering vult aan tot 70% van het laatste loon. En bij zwangerschap, kraamverlof, adoptie en kortdurend zorgverlof tot 100%.
- De positie van de klant in de sociale zekerheid wil de FNV versterken door een aantal maatregelen: snel landelijk invoeren van het persoonsgebonden budget voor reïntegratie, een no risk-polis voor arbeidsgehandicapten, meer ruimte voor eigen keuzes voor scholing en reïntegratie, en een krachtige uitbouw van de condities voor klantenparticipatie.
- Sociale zekerheid ziet de FNV als een gedeelde verantwoordelijkheid voor overheid en sociale partners. De optie van een basisregeling via de wet - met de mogelijkheid voor aanvullingen vanuit het CAO-overleg - moet behouden blijven, inclusief de 'algemeen verbindend verklaring'. Op een aantal terreinen is daarnaast de formule van 'driekwart dwingend recht' de moeite waard: het wettelijk basisrecht is dan gegarandeerd, maar kan vervangen worden door een samenhangend pakket op CAO-niveau.
- Bij de uitvoering van de sociale verzekeringen moet de prioriteit liggen bij de ondersteuning van reïntegratie. Om allerlei voorzieningen en subsidies sneller te kunnen verstrekken moeten werknemers zelf meer mogelijkheden daarvoor krijgen. Daarnaast dient een mandaat te gelden voor Arbo-diensten en reïntegratiebedrijven.
- Naast deze maatregelen voor de korte termijn is er ook reden naar de structurele instroom in de WAO te kijken. En zeker ook naar de slechte resultaten bij de reïntegratie van WAO'ers en arbeidsgehandicapten. Er is geen acuut financieel of volumeprobleem. Maar er worden wel te veel mensen uit het arbeidsproces gestoten. Maar al te vaak blijven die ook permanent uitgerangeerd.
- De WAO als wet moet bewaard blijven. En wel als een risicoverzekering met een medisch-arbeidskundig arbeidsongeschiktheidsbegrip, dat geen onderscheid maakt naar de oorzaak.
- Een meer beperkte groep mensen krijgt meteen toegang tot de WAO.
- Na het eerste ziektejaar moet dan vaststaan dat iemand volledig arbeidsongeschikt is. Ook staat vast dat die situatie niet binnen afzienbare termijn verandert. De WAO-nieuwe stijl geeft recht op een uitkering van 80% van het laatstverdiende loon, ongeacht de leeftijd. Alle andere langdurig zieke werknemers vallen onder een verlengde loondoorbetalingverplichting voor de werkgever.
- Er komt een recht op 'opting in' voor mensen die nu in de WAO zitten.
- De voordelen voor de reïntegratie van een loonaanvulling bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid moeten behouden blijven. Dat kan door de gedeeltelijke WAO om te zetten in een reïntegratie-uitkering, die betaald wordt uit een sectoraal fonds.
- De inkomens van gedeeltelijk arbeidsongeschikten zonder werk wil de FNV extra beschermen: door naast de reïntegratie-uitkering een individuele uitkering zonder partnertoets toe te kennen.
- De oorspronkelijke arbeidsvoorwaarden van een werknemer zijn het uitgangspunt bij het zoeken naar 'passende arbeid'. Dit naast het opleidingsniveau en persoonlijke voorkeuren.
- De noodzaak om bij arbeidsconflicten over te gaan tot een ziekmelding wil de FNV verminderen. Dit kan door snel een conflictbemiddelaar in te schakelen en door de mogelijkheid van arbitrage.
- De positie van arbeidsgehandicapte werknemers en uitkeringsgerechtigden moet versterkt en wel door de invoering van een recht op reïntegratie. Dit recht is gericht op zowel de werkgever als de uitvoerder.
- Als iemand aangepast werk accepteert bij een andere werkgever houdt hij vijf jaar lang een no-risk polis. Dit is een garantie voor de voorheen opgebouwde arbeidsvoorwaarden en rechten.
- Het opdrachtgeverschap voor reïntegratie wil de FNV wettelijk vastleggen op het niveau van sector of CAO.
- De aansturing van Arbo-diensten moeten we stroomlijnen met die van de reïntegratiebedrijven. De sociale partners moeten daartoe gezamenlijk verantwoordelijk gemaakt worden. Dit kan op het niveau van de sector of van de CAO. Op deze manier is er evenwicht in de belangen van werkgever en werknemer. Dit vergroot de acceptatie en maakt de waarborgen voor kwaliteit optimaal.
- De betrokkenheid van de sociale partners moet vorm krijgen als een keten. Deze start bij preventie en arbeidsomstandigheden en eindigt bij reïntegratie. De financiering van de sociale zekerheid moet bij deze gezamenlijke verantwoordelijkheid aansluiten.
Tot slot
De nota 'Bewegen in Zekerheid is de neerslag van een uitgebreid discussietraject. De federatieraad stelt hem, nadat iedereen zich erover kon uitspreken, op 9 juli vast. Hierna vormt de nota de basis voor de FNV-inzet in de SER.De FNV stelt het kabinet voor om de SER-adviesaanvraag niet te beperken tot de WAO: Het hele stelsel dienen vanwege veel meer samenhang tegen het licht te houden.
22 mei 2001
Bron: Sociale Alliantie