Raymond van Oosterhout, kandidaat voorzitter FNV Bondgenoten:

De bond kan er weer bovenop komen

Geen herstel zonder cultuuromslag - Saneren met visie - Bond loopt gevaar van institutionalisering - Behoeften consument doorslaggevend - Vergroten participatie prioriteit - Moderne bond is excellente dienstverlener - Vrijwilligersorganisatie open en onbureaucratisch - Geen angst voor de werkelijkheid.

Crisis van de vakbeweging

Bondgenoten verkeert in een diepe crisis. De hele FNV is in crisis.
De oorzaak van deze crisis is niet gelegen in de financiële problemen van dit moment. Hoe ernstig en bedreigend deze ook zijn, ze zijn het gevolg van een manier van werken en met elkaar omgaan die zijn sporen tot op de dag van vandaag achterlaat.Deze werkwijze en cultuur komt voort uit de tijd dat het vakbondswerk werd gedaan door actieve vrijwilligers, betaalde kaderleden en een overzichtelijk ondersteunend apparaat, dat werd geleid als een buurthuis. De tijd van protest, politisering en 'maakbaarheid' van de samenleving. Zonder twijfel boeiend en vormend voor de mensen die erin zijn opgegroeid, maar voltooid en verleden tijd voor het gros van de mensen in Nederland.

Mondige burgers

De meeste werknemers willen immers niet meer verteld krijgen wat ze ergens van moeten vinden. Dat bepalen ze zelf wel. Ze voelen zich afgestoten door de drammerigheid van het grote gelijk, de anti-houding en het conflict waarmee de bond zich naar buiten toont. Zelfs CAO´s en sociale plannen worden door velen als een vanzelfsprekende verworvenheid ervaren. Gedoe bij de totstandkoming ervan vinden veel mensen vervelend, zeker als het hun belang als consument schaadt. De rol van de vakbeweging op het terrein van de collectieve belangenbehartiging dreigt uit onbekendheid en onverschilligheid van mensen met het werk van bond en een vergaande naar binnen gerichtheid van de bond zelf, geïnstitutionaliseerd te worden. Voor zover werknemers nog geïnteresseerd zijn in het werk van de vakbeweging, is dit omdat ze behoefte hebben aan hulp in tijden van persoonlijke tegenslag. De ideële motieven van weleer spelen bij de keuze voor de vakbond in plaats van een rechtsbijstandverzekeraar bij enkelen wellicht nog een rol, maar deze vorm van betrokkenheid is flinterdun en kan niet meer als basis dienen voor de instandhouding van een ledenorganisatie.

Professioneel

Dit alles is niet geheel aan de bond voorbij gegaan. Er is naast de traditionele vereniging een omvangrijk dienstverlenend bedrijf ontstaan, waarin goed opgeleide professionals hun brood verdienen met individuele belangenbehartiging. Ook collectieve diensten, het overeenkomen van sociale plannen en CAO´s, behoort tot het dienstenpakket van dit vakbondsbedrijf. Deze diensten liggen nog steeds dichter aan tegen de traditionele positie en rol van de bond en zijn tot heden uitgevoerd binnen de beschermde kaders van bestaand beleid, gangbare opvattingen en de eigen groep.

Management

Met het gebruiken van het woord 'bedrijf' wil ik overigens niet beweren dat de bond gelijk staat aan een koekjesfabriek. Dit is namelijk niet het geval, want het is een vereniging van leden. Het (ondersteunend en uitvoerend) deel van de bond dat intern bekend staat als de 'werkorganisatie', is wel degelijk een gewoon bedrijf. Een bedrijf dat diensten verleend aan kritische klanten, die lid zijn geworden van de bond omdat ze kwalitatief hoogwaardige diensten willen kunnen afnemen, tegen een redelijke prijs. En de mate waarin aan deze behoefte tegemoet kan worden gekomen is doorslaggevend voor het bestaansrecht van de bond als zodanig. Dit gegeven maakt het noodzakelijk dat het bondsbedrijf wordt geleid op een wijze en door een management die passen bij een moderne dienstverlenende organisatie.

Financiële rampspoed

En daarmee zijn we terug bij de financiële rampspoed van dit moment. Want hoewel deze niet de kern van de crisis vormt, is de oplossing ervan dus een voorwaarde voor overleven. En dat de problemen oplosbaar zijn staat vast. Met het aanpakken ervan zullen echter ook de laatste resten van onze buurthuis-cultuur moeten slopen. Dit betekent ook: een einde maken aan de vrijblijvendheid en het diepgewortelde machtsdenken en positiespel dat verlammend werkt op het realiseren van duurzame oplossingen en een moderne bedrijfsvoering.

Wat te doen?

Het zal duidelijk zijn dat allereerst de financiële stabiliteit van de bond hersteld moet worden, waardoor een nieuwe basis kan worden gelegd voor het doen van uitgaven en investeringen. In het belang van de continuïteit van de dienstverlening en de motivatie van medewerkers, zal dit moeten gebeuren op een diepgaande en afdoende wijze. De tijd dat we er nog kwamen met 'pappen-en-nathouden' ligt nu echt achter ons. Alleen met doelgericht ingrijpen kunnen we de noodzaak van opeenvolgende ingrepen in de nabije toekomst uitsluiten.

Visie

De organisatorische maatregelen zullen hun grondslag moeten vinden in een samenhangende visie op de toekomst van de bond. Het heeft geen zin om lukraak te saneren, als daarbij niet duidelijk is welke koers zal worden gevaren. De onvermijdelijke hersteloperatie zal daarom hand in hand moeten gaan met een overkoepelende strategie, die erop gericht is om de bond tot een professionele en bezielende organisatie van deze tijd te maken. Een organisatie waarmee mensen in het land zich weer willen identificeren.

Vereniging

Om tot een dergelijke visie te kunnen komen zal allereerst moeten worden erkend dat hét fundamentele probleem van de vakbond niet het schrijnende tekort op de begroting is, maar een gebrek aan representativiteit in de meest brede betekenis van het woord. Het ledenbestand van de bond komt onvoldoende overeen met de werkelijkheid, de maatschappij. Hele groepen hebben geen enkele binding met de bond en in de dienstverlenende sectoren van de toekomst zijn negen van de tien werknemers ongeorganiseerd. Dat maakt het in toenemende mate lastig om overtuigend en zelfbewust te kunnen ageren, ook al is de status van de CAO (nog) bij wet geregeld.

Het probleem van de representativiteit doet zich helaas ook, in nog wel sterkere mate, voor binnen de besluitvormende kadergroepen van de bond. Deze vaststelling is zeker niet bedoeld als een diskwalificatie van vrijwilligers die zich met hart en ziel inzetten voor de bond. Zij vormen het kloppend hart van de vereniging en moeten kunnen rekenen op een ondersteuning die net zo professioneel georganiseerd is als de rest van de dienstverlening. Maar het feit blijft dat de kadergroepen die aan de basis staan van het geen de bond naar buiten toe uitdraagt voor een zeer groot deel bestaan uit mannen ouder dan 50 jaar. Dat dit zo niet door kan gaan, begrijpen onze mensen zelf het allerbeste.

Luiken open

Het is voor een bond van levensbelang dat de discussie in eigen gelederen wordt gevoerd door en met mensen die een dwarsdoorsnede vormen van de maatschappij. Standpunten van de bond moeten gekenmerkt worden door vaste ijkpunten zoals gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid, maar moeten ook en vooral een afspiegeling zijn van de steeds veranderende werkelijkheid en beleving van mensen. Dit is nu niet het geval. Er heerst een zekere angst voor de werkelijkheid, die het aantrekkelijk maakt om te vluchten in het overbekende. Om dit te doorbreken moeten, met de woorden van Den Uyl: de luiken open. Ver open!

Wat de vereniging betreft bepleit ik daarom een betere ondersteuning en organisatie van de kerntaak van de vereniging: vrijwilligerswerk - met het doel mensen bekend te maken met de bond en met elkaar te verbinden in een omgeving die uitnodigt tot activiteiten. Structuren, procedures en statuten van deze organisatie zijn vanzelfsprekend van belang voor nodige ordening, maar mogen nooit een doel op zichzelf worden. En bij alle middelen die de vereniging ten dienste staan - ook de ondersteunende activiteiten van het vakbondsbedrijf en de samenwerking binnen de FNV - zal steeds opnieuw de vraag moeten worden gesteld of deze bijdragen aan het primaire doel van verhoging van de participatie:ledenwerving, ledenbehoud en ledenactiviteit. Doen ze dit niet, dan moet worden gezocht naar betere alternatieven, waarbij ik de mogelijkheid van samenwerking met andere maatschappelijke organisaties met nadruk wil noemen.

Anders doen, anders denken

Een bondslid dat bereid is om in zijn vrije tijd iets voor de bond te doen, moet niet alleen te horen krijgen dat hij welkom is op de algemene bestuursvergadering die om half acht op de afdeling of in een zaaltje achteraf wordt gehouden. Hij moet niet overstelpt worden met statuten en beleidsprogramma´s, maar met aandacht. Enthousiaste en professionele medewerkers moeten zijn interesses en kwaliteiten in kaart brengen en moeten op basis daarvan samen met hem nagaan wat hij voor de bond zou kunnen betekenen.Een moderne vakbond blinkt uit in professioneel vrijwilligersmanagement, ondersteund met moderne informatietechnologie.

Anders doen! Want: wie doet zoals 'ie deed, zal krijgen wat 'ie kreeg. En ook anders denken. Het kan bijvoorbeeld geen kwaad om je zo nu en dan de vraag te stellen wat je zou doen en laten als je anno 2002 een bond zou oprichten en helemaal opnieuw zou beginnen.Zou deze nieuwe bond er dan net zo uitzien en net zo handelen als de bestaande?

Aan de slag!

Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is om gelouterd uit deze zware crisis tevoorschijn te komen. Daartoe zal echter op meerdere fronten tegelijk moeten worden gestreden. Kijkend naar het vakbondsbedrijf is een sanering met visie onvermijdelijk. Alleen zo kan de vereiste financiële stabiliteit worden gerealiseerd en kan de noodzakelijke cultuuromslag tot een goed einde worden gebracht. De visie die richtinggevend moet zijn voor de te nemen maatregelen is er een die primair is gericht is op verhoging van de participatie. Aan dit doel wordt alles afgemeten. De middelen die de verenging moet inzetten om de representativiteit van de bond substantieel te verbeteren zijn in eerste instantie:

Natuurlijk bestaan er geen pasklare oplossing en heb ook ik de wijsheid niet in pacht. Maar op de veelgestelde vraag of er nog toekomst is voor de bond, wil ik zonder aarzeling kunnen zeggen dat we die zelf gestalte zullen geven. En: dat de vakbond een comeback zal maken die verder gaat dan het verzinnen van een nieuw imago en het herindelen van je gebouwen. En zo zijn er dus toch nog idealen.

Herten, 12 oktober 2002.

Raymond van Oosterhout
Senior Organisatie adviseur bij de MEDE Groep,
ervaring als vakbondsbestuurder telecommunicatie en manager vakbondskantoor,
en
kandidaat voor het voorzitterschap van FNV Bondgenoten.

Reacties kunnen naar: rvoosterhout@planet.nl