De decent geklede keizer ofwel een commentaar op het advies projectgroep

Woensdagavond is in het bestuur van de Bedrijfsafdeling het advies van de projectgroep besproken. Mede door tijdsdruk, veel tijd is besteed aan het concept Sociaal Plan, is het plan van de projectgroep, wat jullie eerder via de mail ontvingen, kort bespoken. Een kerngroep van BA en OR gaat daar in de komende dagen meer tijd aan besteden, en dit plan is onderwerp van bespreking op ledenvergaderingen die komende week gehouden worden. Echter de hoofdlijnen van het plan zijn wel in stemming gebracht. Met de grootst mogelijke meerderheid is het plan door de BA geaccordeerd. Het wordt in de komende ledenvergaderingen met een positief advies aan de leden voorgelegd.

Met de grootst mogelijke meerderheid, want Marcel moest verstek laten gaan en Han was tegen. Wij willen het plan van OR en BA niet helemaal naar de prullenmand verwijzen omdat voortgang nodig blijft. Maar zijn van mening dat het belangrijk is om na te blijven denken over wat goed en slecht is, en het voorliggende plan vinden wij niet goed genoeg. , Deze notitie is bedoeld als aanvulling omdat wij essentiële zaken missen in het plan van de projectgroep.

De verstikking van unanimiteit samen met de mantel der liefde heeft in de bond een sfeer gemaakt waarin de oude waarde van de centralistische democratie ieder geluid van oppositie doet verstommen. Oppositie is in onze ogen een absolute voorwaarde voor een democratisch besluitvormingsproces. Vandaar deze mail. Aan allen. Als je er niets mee te maken wilt hebben stop hier dan met lezen. Als je van mening bent dat oppositie de beweging vernietigt, vernietig dan ook deze mail. Maar als je kritisch wilt kijken naar je toekomst lees dan even mee en laat ons weten waar wij, in onze analyse, de fout in gaan. En tot slot van deze inleiding onze welgemeende excuses aan ICT het mailverkeer wordt weer danig belast. Liever had wij dit besproken in de daarvoor geëigende organen, BA & OR. Maar als anderen ook de mail gebruiken om draagvlak te creëren voor hun ideeën , dan voelen wij ons daartoe ook uitgenodigd.

Commentaren.

1. De projectgroep onderschrijft de belangrijkste conclusie die aanleiding en legitimatie geeft aan de reorganisatie. (blz. 1 inleiding) "De open en niet verplichtende cultuur waarin bevoegdheden door elkaar lopen en te weinigen verantwoordelijkheden kennen en nemen" Zonder een gedegen onderbouwing, zonder een gedegen onderzoek en vooral zonder een persoonlijke adressering. Het financiële tekort is niet zomaar een tekort maar het gaat om honderden miljoenen. Jarenlange vakbondscontributie van honderdduizenden leden is in rook op gegaan. Je bent er niet met de constatering dat dit kan in een niet verplichtende cultuur. Jarenlang mismanagement waarin managers noch (hoofd)bestuurders rekenschap hoefden te geven over hun prestaties heeft deze cultuur gecreëerd. Wij vinden dat je moet laten onderzoeken hoe dat in godsnaam zover kon komen. Welke besluiten er door wie genomen zijn en welke gevolgen dat heeft gehad. Deze adviesaanvraag en het rapport bevestigen dat de opstellers voorbijgaan aan deze vragen en bevestigen daarmee wederom de cultuur die zij de oorzaak noemen van de crises. Wil je een andere cultuur en opnieuw draagvlak creëren zowel binnen als buiten de bond en zowel binnen als buiten de werkorganisatie dan zul je ook moeten durven afrekenen met het verleden. Dat hoort bij dit soort processen.

Wij zeggen nadrukkelijk laten onderzoeken, en bedoelen een onderzoek zoals geregeld in art. 2:345 BW e.v.. Bij andere ondernemingen waar de financiële problemen zodanig de pan uit reizen en sprake is van mismanagement zouden wij als vakbond zeker om zo'n onderzoek vragen. Maar zelf durven wij het niet aan. Waarom zien wij wel de splinter in het oog van een ander, maar sluiten de ogen voor de balk waar al de contributiegelden over heen zijn verdwenen. Integriteit en transparantie verdragen zich niet met opportunisme. We horen te doen wat in een situatie als de onze moet gebeuren. Dat is onderzoeken wat er is gebeurd en rekenschap en verantwoording afleggen.

2. De volgende belangrijke conclusie is dat de projectgroep ook uitgaat van een forse ingreep (blz. 1 inleiding). Maar je moet wel uitleggen waarom dit nodig is en dat ontbreekt. Al te gemakkelijk worden de cijferexercities van Jos H en de noodzaak van het schrappen van 200 arbeidsplaatsen overgenomen zonder dit inhoudelijk te beargumenteren. Wat is er aan de hand dat wij zoveel collega's flink zien doen over gedwongen ontslagen en een uitgekleed sociaal plan? Als het schrappen van 200 formatieplaatsen en een dito aantal ontslagen nodig zijn moet ons en anderen worden uitgelegd waarom. De uitkomst van een berekening is dan niet voldoende. Een helder verhaal wel en dat ontbreekt.

Opdracht van de BA/OR was ook alternatieve financiële scenario's te bekijken en te onderzoeken wat dit zou kunnen opleveren qua arbeidsplaatsen. Dat is niet gebeurd net zomin als niet wordt aangegeven of het anders omgaan met dotaties aan het vermogen en andere geldstromen nog iets zou kunnen opleveren qua arbeidsplaatsen. Ook is er nog steeds geen helderheid over het aantal formatieplaatsen waarvan wordt uitgegaan bij de ontslagen. Zijn dat de ±660 waarvan sprake was in scenario's in de eerste week van september of de ±740 in de presentatie van JH op 12 september? Het verschil tussen 740 & 660 = ± 80 betreft de zogenaamd anders-actieven. Gaan we bij het cijfer van 200 uit van 660 + 80 anders-aktieven of van 660 - 80 anders-actieven en mogen we dan bijv. uitgaan van 200 - 80 = 120 te schrappen arbeidsplaatsen? Dat scheelt toch al een slok op een borrel. Duidelijkheid over de positie van die 80 anders-actieven, WAO-ers en gedetacheerden lijkt ons dus wenselijk. Dat soort exercities en enige zorgvuldigheid als je praat over 200 arbeidsplaatsen lijkt ons, toch noodzakelijk voor elke vakbond en OR die zichzelf en zijn achterban serieus wil nemen, ontbreken nu.

3. De volgende aarzeling hebben wij bij de beschrijving van de bond die wij willen zijn. Wij weten niet of deze bond er moet zijn voor niet werkenden (blz. 2 ad 1 sub a) De Unie en het CNV gebruiken deze groep leden voor het opkrikken van de werkgeversbijdragen. Wij niet. Maar deze groep is wel dominant binnen de besluitvorming van onze vereniging aanwezig. Wij zijn geen organisatie meer die een afspiegeling vormt van werkenden. Dit staat een afgewogen belangenbehartiging in de weg. Hiermee zeggen wij niet dat je ruim honderdduizend leden overboord moet kieperen om het lek boven te brengen. Maar wel betogen wij dat je moet nadenken of dit is wat je wilt zijn.

4. Enkele opmerkingen bij een aantal organisatiekeuzen

4.1 Het stuk van de projectgroep lijkt wel te kiezen voor een samengaan van het LS-bedrijf en bondgenoten. Die keuze is ook de onze. Maar daarnaast denken wij ook dat het nodig is om in deze samenwerking de coördinatie van de dienstverlening te organiseren. Naar onze mening moet de bestuurder binnen zijn CAO-gebied deze verantwoordelijkheid inhoud geven. Voor alle bestuurders betekent dat een herstel van het contact met de individuele belangenbehartiging. Als deze activiteiten gekoppeld worden aan het uitgangspunt van de vorming van kleine, resultaat verantwoordelijke, eenheden, dan is een beheersing van kosten van individuele belangenbehartiging ook mogelijk. Maar dergelijke keuzen zullen ook gevolgen hebben voor het werk van de bestuurder die zich weer met individuele belangenbehartiging gaat bezighouden. Op de consequenties daarvan zullen antwoorden gegeven moet worden als het bijv. gaat om keuzen over wat je wel en niet doet als bestuurder.

4.2 Voor de bijdrage van leden aan in hun eigen zaak bij ledenservice, ( blz. 3 ad. 1 aanbevelingen sub 5) lijkt ons een systeem van bonusmalus een meer afdoende antwoord op de veranderende positie van leden t.o.v. de bond . Langs die weg kun je een verantwoord aanbod geven aan leden die jarenlang lid zijn , en een aanbod met een ander prijskaartje aan jonge nieuwe leden. Zo'n systeem dient zodanig ingericht te worden dat er een relatie wordt gemaakt tussen kosten en baten van het lidmaatschap. Van relatief jonge leden en leden die een veelvuldig beroep doen op ledenservice wordt in zo'n systeem een eigen bijdrage verwacht. In een markt die gedomineerd wordt door commercieel werkende rechtsbijstand verzekeraars kunnen wij onmogelijk als prijsvechter opereren. Dat hiermee een deel van de onderlinge solidariteit verdwijnt is verdrietig maar passend bij onze huidige positie.

4.3 Het gebruik van andere externe financieringsbronnen dan werkgeversbijdragen( blz. 3 ad. 1 aanbevelingen sub 8) dient altijd in verband te staan met de kerndoelstelling van de bond. De titel om het geld te verkrijgen moet toetsbaar zijn en boven iedere kritiek verheven. Nader onderzoek is nodig naar andere financieringsmogelijkheden los van contributies. Ongeacht de uitkomsten van welke discussie dan ook lijkt het verstandig hiervoor een aparte onderzoeksgroep voor te stellen. Het kost onbegrijpelijk veel tijd uit te rekenen wat het uurtarief van een bestuurder is en een rekening verzonden te krijgen voor extern verrichte werkzaamheden. Veel werk wordt door ons op dit moment verzet voor veel meer werknemers dan alleen onze leden. Dat werk wordt lang niet in alle gevallen betaald en gebeurt dus pro deo. De OR-begeleiding & ondersteuning door bestuurders, bestuurlijke werkzaamheden in bedrijfstakken, inleidingen door bestuurders, enz. zou je ook kunnen formuleren als declarabele uren. Als iedere bestuurder dan, een in overleg vast te stellen aantal, declarabele uren produceert krijgt zowel de betrokken functionaris als de organisatie zicht op zijn kostenstructuur. Ook moeten de mogelijkheden voor extern werk door de adviesgroep op de markt voor OR-dienstverlening meer geëxploiteerd worden en onderzocht worden hoe zich dit verhoudt met declarabel werk door bestuurders zodat je elkaar straks weer niet in de wielen rijdt, maar onderling versterkt.

4.4 Ons belangrijkste kritiekpunt op de notitie is genoemd onder de organisatiestructuur en Huisvesting. Daar waar de rol van individuen wordt beschreven ( blz. 4 ad. 3organisatiestructuur en Huisvesting sub 5) schuift de werkgroep (een deel van) de schuld in de schoenen van het personeel. De medewerkers van bijvoorbeeld dk Rotterdam hebben niet gevraagd om een zo'n luxe huisvesting. Wij hebben bij de aanvang van ons commentaar al een argumentatie geleverd waarom dit niet kan. Ondertussen is het huisvestingsprobleem wel een zware molensteen om onze nek en is er serieuze aandacht nodig met deskundige ondersteuning van buitenaf door mensen die hier echt verstand van hebben om dit probleem op te lossen.

4.5 Tot slot.

In het stuk mist één belangrijke keuze. Wij vindend dat de crisis waarin de bond nu verkeert moet worden gebruikt om te komen tot één ongedeelde FNV. Of ten minste dat wij moeten vastleggen dat dit de weg is die wij willen gaan. Daartoe zijn in principe twee wegen beschikbaar. Eerst is daar de mogelijkheid om te onderzoeken of een fusie met de ABVA/KABO -NPB tot de mogelijkheden behoort. Die mogelijkheden ontstaan naar de mate dat bondgenoten bereid is de samenwerking inhoud te geven. Natuurlijk lijkt dat een vraag 'met de pet in de hand', en je kan na de debacle van Bondgenoten afvragen of dit de goede weg is. Meer voor de hand liggend is de andere weg, de ontmantelling van de fusie en een opdeling in kleine CAO-verenigingen die, elk gebruik makend van een groter centraal servicebedrijf, dienstverlening afnemen en samen doen wat samen kan. Deze kleine eenheden zouden dan wel verantwoordelijk moeten zijn voor zijn eigen (financieel) resultaat. Deze keuze moet niet gezien worden als een weg terug naar de situatie vóór de fusie. Maar soms moet je wel eens een stap terugzetten om er vervolgens weer twee vooruit te maken. Bovendien blijken fusies van bovenaf niet de beste oplossing. Misschien dat deze weg van onderop tot meer resultaten leidt.

In de wandelgangen vernemen wij regelmatig dat er financiële 'lijken uit de kast' rollen.Daarbij achten wij het zeker niet denkbeeldig dat deze voorstelling in relatie moet worden gezien met de onderhandelingen over een Sociaal Plan. Maar ook hierbij geldt weer dat als men open en transparant over deze kwestie communiceert, de bereidheid van de medewerkers om te zoeken naar oplossingen evenredig toeneemt. Vandaar ook deze notitie.

Want wij vinden vooral dat over al deze kwesties een debat moet worden gevoerd. Wij vinden dat wij moeten durven zeggen dat de keizer zijn kleren niet aan heeft als dat zo is. En wij vinden dat het rapport van BA en OR en het rapport van Jos H - en dat geldt ook voor de voorstellen van het duo Vlek-Wijninga- onvoldoende duidelijk maakt dat de keizer straks weer decent over straat gaat.

Oh ja en wij stellen ons geen kandidaat voor het hoofdbestuur. Kandidaatstelling voor de BA leverde in een enkel geval al voldoende problemen op. Ons geloof in de weg van onderop is namelijk altijd groter dan die van bovenaf..

Oktober 2002
Marcel Nuyten & Han Westerhof.
(asp) BA leden afd. Rotterdam