![]() |
Boonstra nam dit voorjaar afscheid van Philips, op de dag dat Justitie een onderzoek tegen hem aankondigde. Foto Maurice Boyer |
Heeft Cor Boonstra last van acuut geheugenverlies, is hij slordig geweest, of heeft hij zichzelf overschat? De voormalig topman van Philips moet de regels van het spel als geen ander hebben gekend.
AMSTERDAM 4 SEPT. De houdbaarheid van een reputatie kent grenzen. Hoeveel credit heeft Boonstra nu hij voor de tweede keer in een half jaar tijd in opspraak is? De voormalig Philipstopman vertrok gisteren als commissaris bij Ahold, nadat bekend was geworden dat hij de insiderregeling van het supermarktbedrijf vorig jaar heeft overtreden.
In april had de Stichting Effectenverkeer (STE) al aangifte gedaan tegen Boonstra, inzake mogelijke handel met voorkennis vorig jaar in aandelen Endemol, het bedrijf waar zijn vriendin Sylvia Tóth commissaris was. De Ahold-affaire zou wel eens de genadeklap kunnen zijn voor het imago van de man die, tot begin dit jaar, vooral werd gezien als de succesrijke ondernemer die Philips stroomlijnde. In zijn Philips-periode was hij continu bezig met het verkopen en kopen van bedrijfsonderdelen en voortdurend in gesprek met bankiers.
Boonstra moet als geen ander hebben geweten hoe een bestuurder moet omgaan met koersgevoelige informatie en aandelenhandel. Hij werkte voor zijn Philips-carrière jarenlang voor Sara Lee, een Amerikaans bedrijf en in de Verenigde Staten, waar de regels voor bestuurders en aandelenhandel nog strenger zijn.
Zijn 'Ahold-slippertje' zou hij naar eigen zeggen niettemin, net als de Endemol-transacties, over het hoofd hebben gezien. Maar wie gelooft dat nog? Is Boonstra een professor Zonnebloem in het land van beleggingen, gewoon slordig of voelde deze captain of industry, voorheen op handen gedragen door Philips-aandeelhouders, zich bijna onaantastbaar?
Of moet Boonstra worden gezien als een exponent van de gedoogcultuur die Nederlandse financiële wereld zo lange tijd kenmerkte? Pas sinds de lancering van operatie Clickfonds door het openbaar ministerie in 1997, waarbij het aanvankelijk ook draaide om handel met voorkennis, lijkt de financiële wereld, inclusief beursgenoteerde bedrijven, echt werk te maken van het naleven van regels met betrekking tot handel met voorkennis.
Niettemin verkocht Boonstra op 25 augustus vorig jaar voor bijna 700.000 gulden aan effecten (Ahold). Een transactie die plaatshad vlak voor de publicatie van kwartaalcijfers van het supermarktconcern — de gesloten periode waarin insiders, onder wie commissarissen en bestuurders, geen transacties in de effecten van hun eigen bedrijf mogen doen om misbruik van voorkennis te vermijden.
Boonstra, sinds mei 2000 commissaris bij Ahold, deed het toch. De ex-baas van Philips, die zich graag laat voorstaan op zijn openheid, verzweeg de verkoop van de Ahold-effecten. Ook tijdens de driemaandelijkse controle van de Ahold-accountants. Bovendien meldde hij zijn transacties pas bijna een jaar later, in juli van dit jaar, bij de STE. Hij overtrad hiermee de wet.
Twee weken na Boonstra's transactie maakte Ahold behalve de kwartaalcijfers ook de overname bekend van Superdiplo, een Spaans supermarktbedrijf (omzet: 1,5 miljard euro). Na dat nieuws daalde de koers van Ahold op 7 september met 1,45 euro tot 31,66 euro, terwijl belegger en commissaris Boonstra eerder zijn effecten voor 32,24 euro van de hand had gedaan.
Het nieuws over Boonstra's handelwijze overviel zijn medecommissarissen. Zij wisten nergens van. Publiekelijk vielen zij gisteren Boonstra vervolgens af. Ahold-commissarissen De Ruiter en Van Kemenade kwalificeerden zijn handelen op zijn minst als `zeer dom'. Blijkbaar had Boonstra bij zijn aantreden als commissaris zijn effectenbezit niet eens gemeld, wat doorgaans een standaardprocedure is.
Het onorthodoxe beleggingsgedrag van de voormalig Philips-topman kreeg vanmorgen uitgebreid aandacht in buitenlandse kranten als the Wall Street Journal en the Financial Times. Volgens voorkennisadvocaten heeft Boonstra met zijn handelwijze een economisch delict begaan dat even zwaar weegt als handel met voorkennis. De Stichting Toezicht Effectenverkeer heeft vervolgens de mogelijkheid om Boonstra terecht te wijzen met een waarschuwing, dwangsom of een boete.
Maar de beurswaakhond kan natuurlijk ook aangifte doen bij het openbaar ministerie, dat op zijn beurt moet bepalen of Boonstra strafrechtelijk zal worden vervolgd. Het openbaar ministerie geeft vooralsnog geen commentaar.
Philip de Wit (NRC, 4 september 2001)