Machinist: bijna dood door fout NS
NS-machinisten kunnen sinds 10 juni niet meer rechtstreeks praten met de verkeersleiding. Op 24 juni gebeurde daardoor bijna een dodelijk ongeluk.Door onze redacteuren MARIËL CROON en JANNETJE KOELEWIJN
ROTTERDAM, 14 JULI. Machinist Cor van der Linden vindt dat hij door fouten van de Railverkeersleiding in levensgevaar is gebracht. Die fouten zijn volgens hem gemaakt door de reorganisatie van 10 juni, het 'rondje om de kerk', waartegen het personeel van de NS zich maandenlang heeft verzet.
Van der Linden zit ziek thuis sinds zijn trein 24 juni werd getroffen door een gebroken bovenleiding, tussen Lelystad en Almere-buiten. De verkeersleiding had dat volgens hem kunnen voorkomen als de communicatie beter was geweest. Hij heeft geen vertrouwen meer in de verkeersleiding. Een woordvoerster van NS bevestigt dat de communicatie met de verkeersleiding sinds 10 juni niet goed is. "Dat loopt nog niet tof." Machinisten kunnen alleen nog via de treindienstleiders met de verkeersleiding praten. En die treindienstleiders zitten niet meer, zoals voor 10 juni, met de verkeersleiders in één ruimte.
Zondag 24 juni reed Van der Linden 140 kilometer per uur toen hij de bovenleiding op zich af zag komen. De draad, met 1800 volt erop, sloeg tegen de voorruit. De buitenste laag van de ruit verbrijzelde. Als de binnenste laag ook kapot was gegaan, was Van der Linden bijna zeker dood geweest. "Ik zag later zwarte brandplekken op de cabine."
Volgens Van der Linden was het ongeluk niet gebeurd als de communicatie met de verkeersleiding sneller was geweest. Een collega die voor hem reed, had om zes minuten over half een vanuit Almere-buiten aan de treindienstleider gemeld dat hij zijn stroomafnemer de verbinding tussen de bovenleiding en het dak van de trein kapot had gereden. De collega hoorde dat bij de trein voor hem de stroomafnemer ook kapot was gegaan. Het dagrapport van de verkeersleiding vermeldt een draadbreuk "vermoedelijk veroorzaakt door tr 3938/4338?" Een stroomafnemer gaat niet zomaar kapot, zegt Van der Linden. "Als het twee keer achter elkaar gebeurt, is er iets met de bovenleiding aan de hand." De eerstvolgende trein moet dan met 30 kilometer per uur rijden om de baan te 'schouwen'.
Maar de verkeersleiding heeft die opdracht niet gegeven. Daardoor kon de gebroken draad tegen Van der Lindens trein slaan. Van der Linden: "Ik vertrok om negen minuten over half een uit Lelystad. Het is ongeveer acht minuten rijden naar de plaats waar de bovenleiding kapot was. Er is genoeg tijd geweest om mij te waarschuwen. Ze hadden mij nooit met 140 kilometer per uur die baan op mogen sturen." Een woordvoerster van de Railverkeersleiding bevestigt het verhaal van Cor van der Linden.
De woordvoerster: "Het vervelende is alleen dat zijn voorganger pas na een tijd merkte dat hij zijn stroomafnemer kapot had gereden. En het is op onze beeldschermen niet te zien. Wij wisten het hier pas toen Van der Linden het ook wist." Van der Linden: "Ze is in de war met de collega die om negen over twaalf uit Lelystad was vertrokken. Die merkte het inderdaad pas toen hij in Diemen-Zuid was."
Over wat er na het ongeluk gebeurde, is Van der Linden ook boos. Hij belde de treindienstleider om te zeggen dat de baan onmiddellijk moest worden afgesloten. Nadat hij had vastgesteld dat "een paar honderd meter draad kapot getrokken was" belde hij opnieuw om te zeggen dat de stroom van de baan moest worden gehaald, om er zeker van te zijn dat er geen trein meer overheen zou rijden.
Van der Linden: "De treindienstleider zei dat hij niet wist hoe dat moest." Dat komt, zegt hij, doordat de verkeersleiding sinds 10 juni is gereorganiseerd. "Vroeger zaten de treindienstleiders in één ruimte met de verkeersleiders. Dat zijn hun chefs. Wist een treindienstleider even niet wat hij moest doen, dan riep hij door de zaal wat er aan de hand was en dan wist de verkeersleiding het wel." Vroeger, zegt Van der Linden ook, konden machinisten met één knop in de cabine rechtstreeks de verkeersleider bereiken. Sinds 10 juni kunnen machinisten alleen nog rechtstreeks praten met de treindienstleider. "Weet die niet wat hij moet doen, dan houdt alles op." Er zijn ook veel nieuwe mensen in dienst gekomen, zegt Van der Linden. "Ze zijn nog niet goed ingevoerd." Hij vindt het ook vreemd dat zijn ongeluk in het dagrapport drie kwartier later is gemeld dan het moment waarop hij het doorgaf.
Dat de treindienstleider (TDL) niet wist hoe de stroom van de baan moest worden gehaald is volgens de woordvoerster van de Railverkeersleiding normaal. "De TDL mág dat niet eens weten. Dat moet de technische dienst doen. En het is niet zomaar gepiept. Iemand moet in zijn auto springen en erheen rijden." Die opdracht, zegt de woordvoerster, moet worden gegeven door de verkeersleiding. Een woordvoerster van NS zegt dat ze begrijpt dat Cor van der Linden kwaad is. "Hij is natuurlijk ongelooflijk geschrokken." Ze zegt ook dat de 'afstemming' tussen de verkeersleiding en de treindienstleiding er sinds 10 juni niet beter op is geworden.
Cor van der Linden wil benadrukken dat hij zijn verhaal niet 'uit rancune' vertelt. "Ik maak me gewoon ernstig zorgen over de veiligheid bij de NS." Hij zegt dat hij het ongeluk van 24 juni er net niet meer bij kon hebben. Op Koninginnedag moest hij een bedreigde conducteur ontzetten. Een paar weken later had hij bijna een heel gezin onder de trein. "Ze liepen met fietsen over de rails."
NRC, 14 juli 2001