| Inhoudsopgave: |
|---|
| Voorwoord |
| De bezwaren: risico's! |
| Er zijn toch wel meer banen saai? |
| De studie: bronnen raadplegen |
| Samenvattingen |
| Conclusies |
| Aanbevelingen |
| Noten |
Studie op initiatief van de voormalige personeelscollectieven van NS Reizigers
Maart 2001
Versie: definitief
Deze studie heeft het thema "spoorwegveiligheid" als onderwerp bij de kop gepakt. De notitie geeft weer wat de bezwaren zijn tegen de procesvereenvoudiging van de diensten van het rijdend personeel vanuit hun expertise als vakmensen. Verder is de nodige research gepleegd om feitenmateriaal boven water te krijgen.
"Heeft NS Reizigers dan niet zelf de risico's van zo'n ingrijpend anders productiemodel onderzocht?", zal de lezer zich afvragen. Dat is inderdaad onderzocht, zo stelt de directie van NS Reizigers. Helaas zijn de direct betrokkenen niet op de hoogte van de inhoud van die risico-analyse en moeten zij het doen met de geruststellende woorden van president-directeur Huisinga in een interview met Railned Spoorwegveiligheid: "Wij hebben natuurlijk eerst zelf een diepgaande risico-analyse verricht. Vervolgens hebben wij die voorgelegd aan een professor aan de Universiteit van Amsterdam die als erkend specialist op dit gebied, geen zwakke plekken in die analyse kon ontdekken. Hij verbond zich aan onze conclusie dat procesvereenvoudiging zelfs bijdraagt aan een hoger veiligheidsniveau". (Bron: Spoorwegveiligheid, nummer 24, maart 2001).
Het feit dat vrijwel alle machinisten dit heel anders ervaren, heeft geleid tot deze eigen risico-inventarisatie. De resultaten hiervan, in combinatie met het tot nog toe "onder de pet" blijven van de officiële analyse van NS Reizigers, versterken dat gevoel. Het rijdend personeel vraagt zich inmiddels oprecht af waarom die risico-analyse zo onbereikbaar is, zeker als je bedenkt dat er - de woorden van Huisinga lezende - weinig schokkends aan te ontdekken zal zijn.
In de huidige grondig verziekte arbeidsverhoudingen binnen NS Reizigers bestaat veel aandacht voor het zogenaamde 'rondje rond de kerk', door NS Reizigers ook 'procesvereenvoudiging' genoemd. Al vanaf het begin van deze plannen bestond grote weerstand bij het rijdend personeel: zij vrezen serieuze gevolgen voor de spoorwegveiligheid, en dus ook voor de veiligheid van de reizigers, als gevolg van het effect van de procesvereenvoudiging op het werk van de machinist. Conducteurs zullen bovendien vaker met agressie te maken krijgen. Binding van personeel aan vaste trajecten (de zogenaamde 'productbinding') zou het bovendien gemakkelijker maken een lijn als geheel bij eventuele uitbesteding of overname met materieel en personeel tegelijk over te hevelen naar een ander vervoersbedrijf.
Machinisten en conducteurs zijn in grote meerderheid tegen invoering van deze plannen en de bijbehorende dienstroosters. Helaas bestaat bij veel mensen de misvatting dat de protesten tegen deze plannen slechts voortkomen uit een handjevol raddraaiers die liever wat vrijblijvend door het land toeren. Niets is echter minder waar. Het rijdend personeel heeft serieuze en steekhoudende bezwaren tegen het nieuwe productiemodel. Het is natuurlijk waar dat ons werk gewoon meer afwisselend is als alles bij het oude blijft, maar er zijn ook bezwaren op het gebied van agressie tegen conducteurs en de gevolgen voor de spoorwegveiligheid, zoals vooral machinisten die zien.
De betrokken medewerkers willen op deze wijze laten zien dat zij op een serieuze en betrokken wijze wensen om te gaan met hun nog altijd mooie vak en dat zij nu eindelijk - ook door hun eigen directie - wel eens serieus genomen willen worden.
Dit rapport is namens de voormalige personeelscollectieven van NS Reizigers gemaakt door een onderzoeksgroep, die bestaat uit een aantal machinisten en conducteurs.
Enkele dagen voor het samenstellen van de definitieve versie van dit document vond in België een zeer ernstig spoorwegongeval plaats. De auteurs verklaren nadrukkelijk dat er geen enkele relatie bestaat tussen dit ongeval en het moment van verschijnen van dit rapport. Het aangrijpen van een dergelijke gebeurtenis teneinde te dienen als een soort kapstok om de inhoud van dit rapport aan op te hangen zou bijzonder ongepast zijn. De samenloop van deze twee gebeurtenissen berust op toeval.
Het rijdend personeel maakt al sinds jaar en dag bezwaar tegen de procesvereenvoudiging, die ook al onder de naam 'lijnsgewijze exploitatie' op de rol stond in de jaren tachtig. Deze bezwaren laten zich als volgt samenvatten:
De hierboven genoemde verschijnselen worden verderop nader toegelicht. Er zijn door toonaangevende instanties onderzoeken gepubliceerd waaruit kan worden afgeleid dat de verwachtingen van het rijdend personeel ten opzichte van de spoorwegveiligheid beslist geen drogredenen zijn om 'toch maar liever vrijblijvend in de rondte te kunnen blijven rijden'. Deze onderzoeken worden hierna toegelicht.
Vaak wordt de vergelijking getrokken met andere banen. "Ik zit toch ook de hele dag in hetzelfde kantoor?". Of: "Een buschauffeur rijdt toch ook de hele dag dezelfde route?".
Hierbij moet worden opgemerkt dat deze vergelijking te gemakkelijk wordt gemaakt, zij gaat namelijk geheel niet op. Het besturen van een trein is een specialistisch vak dat een hoge mate van concentratie en aandacht vraagt. De kunst is het meestal om die concentratie en aandacht vast te houden, ook als er langdurig niets bijzonders gebeurt. Kilometer na kilometer, sein na sein, is toch die alertheid een vereiste en zelfs van levensbelang.
Iemand op een kantoor heeft geen veiligheidsfunctie. Gaat er iets mis, dan gooit hij bij wijze van spreken het werkje weg en begint opnieuw. Een treinmachinist heeft die kans niet: een misser leidt al heel snel tot een gevaarlijke situatie. Corrigeren is lastig, want een remweg bedraagt in het gunstigste geval een paar honderd meter.
Ook de vergelijking met de buschauffeur gaat niet op. Deze heeft te maken met een geheel andere werkomgeving. De busschauffeur heeft weliswaar ook een veiligheidsfunctie, maar zijn werk is veel minder monotoon. Er gebeurt van alles om hem heen (zowel in de bus als daarbuiten) waar hij rekening mee moet houden. De situatie op zijn route verschilt van seconde tot seconde: de kenmerkende eigenschap van een wegvoertuig besturen is het voortdurend moeten nemen van beslissingen, soms wel meerdere per seconde. In een treincabine gebeurt soms gewoonweg heel lang niets. De machinist zit bovendien altijd alleen, het is een solitair beroep.
De waarde van variatie is dus meer dan alleen een sentiment. Variatie in materieel, treinseries en baanvakken helpen de machinist om te gaan met de monotonie van het vak: ieder treinsteltype, iedere treinserie 1) en ieder baanvak hebben hun eigenaardigheden en gebruiksaanwijzingen. Het vraagt een hoge mate van alertheid en concentratie om daar op de juiste wijze mee om te gaan. Niet dat ieder ander treinstel een nieuw 'avontuur' is, dat zou ook niet goed zijn. Wegbekendheid 2) is zeker belangrijk, maar het minimaliseren van variatie maakt ons werk onaanvaardbaar eentonig: tot op heden is dat niet het geval. De laatste jaren is al in die variatie gesneden. De vertragingen zijn alleen maar toegenomen. Het is dus onwaarschijnlijk dat door het nog verder minimaliseren van de variatie de vertragingen zullen afnemen.
Als onderdeel van de onderbouwing van onze bezwaren tegen de procesvereenvoudiging is een groot aantal bronnen geraadpleegd. Die zoektocht heeft zich vooral gericht op de bestudering van het verschijnsel 'driver's fatigue'. Dit beruchte verschijnsel komt in de transportwereld veelvuldig voor en wordt in de Verenigde Staten zelfs de "number one killer on the track" genoemd. Het laat zich omschrijven als een toestand waarbij een individu ten prooi valt of dreigt te vallen aan het wegvallen van scherpte, alertheid en concentratie. Dit kan soms zo hevig zijn dat de persoon even wegvalt. Veel mensen kennen dit verschijnsel, bijvoorbeeld tijdens een lange en vermoeiende autorit naar een verre vakantiebestemming. Een zeer belangrijke factor die hierin een rol speelt is de biologische klok. Veel machinisten (maar ook chauffeurs, piloten en zeelieden) verkeren als gevolg van hun onregelmatige werkpatronen veelvuldig in een soort "jet lag". Vrijwel iedere machinist van NS Reizigers kent deze vorm van vermoeidheid, die ook wel "de man met de hamer" wordt genoemd.
De vraag die wij ons dan ook gesteld hebben is:
Wij menen op grond van ervaring in ons vak te weten dat een toename van monotonie in ons werk als een contribuerende factor aan "operator's fatigue" kan worden gezien. Is dit ook in de wetenschap en bij instanties die kennis op dit gebied zouden moeten hebben bekend, en zo ja, welke maatregelen hebben die instanties dan bedacht om dit verschijnsel zoveel mogelijk in te dammen?
Met name met behulp van Internet hebben wij vele instanties kunnen bezoeken en hier en daar ook vragen kunnen stellen. De volgende instanties zijn bezocht. Tevens staan de gevonden bronnen en verwijzingen vermeld:
Hierna volgen samenvattingen van de belangrijkste bevindingen uit de rapporten van Railtrack UK, Cirdadian Technologies, het interview met de Brotherhood of Locomotive Engineers en verwijzingen naar - deels wetenschappelijk - materiaal.
Verwachtingspatronen van de machinist over welk beeld een sein zal tonen zijn een belangrijke oorzaak van het tot stilstand komen voorbij stoptonende seinen. Railtrack zegt hierover: "Deze verwachtingspatronen kunnen het resultaat zijn van iets te vaak meemaken ("overlearning") of te veel wegkennis op het traject. Dit, in combinatie met de vereiste en ook eenvoudige reactie op AWS (automatic warning system, vergelijk reageren op de Nederlandse ATB 5) kan al snel tot een automatisme worden, in potentie leidend tot toegenomen verveling en verminderde alertheid".
Naar aanleiding hiervan zijn nog vier dingen onderzocht:
Een aantal interessante zaken uit die onderzoeken volgt hierna.
Conclusie van Railtrack: de prestaties van de machinist worden duidelijk beïnvloed door de tijd dat men in dienst is en het soort route waarop men rijdt. Het rijden op monotone baanvakken reduceert de aandachtsspreiding van de machinist en zorgde voor een toename aan snelremmingen om het tot stilstand komen voorbij een stoptonend sein te voorkomen. Vermoeidheid nam toe met de tijd die iemand aan het rijden was, hetgeen effect had op de verschillende niveaus van alertheid.
In het rapport is nog meer interessante informatie over dit onderwerp te vinden.
"Voor het besturen van een trein zijn vele vaardigheden nodig, maar het is soms ook bijna een automatisme. Het risico bestaat dat machinisten op hun automatische piloot gaan rijden en slachtoffer worden van afleiding, omdat men niet helemaal met het hoofd bij de taak is.", aldus Railtrack: "Sommige van die dingen moeten wel op routine gaan, zoals het ingrijpen in noodsituaties. Het ideale beeld is dat sommige taakdelen min of meer automatisch gaan en dat andere delen zo worden opgezet dat zij een grotere mentale betrokkenheid vragen, teneinde interesse vast te houden en verveling tegen te gaan".
Railtrack benoemt twee oplossingsrichtingen voor deze problematiek:
Railtrack geeft aan dat er nog het nodige werk te doen is. Letterlijk: er moet verder onderzoek komen naar de verschillende alertheidsniveaus gedurende een dienst en de effecten van het type dienst en route op de machinist. Dit heeft geleid tot een onderzoek naar de relatie tussen vermoeidheid en werkpatronen, dat hierna wordt toegelicht.
Uit dit asessment bleek dat 55% van de machinisten zegt ten prooi te vallen aan "nodding off", wegdommelen tijdens het rijden: 30% ervaart dit maandelijks/wekelijks en 10% zelfs dagelijks.
Verder werd vastgesteld dat het verschijnsel "fatigue" bijdraagt aan 33% van alle gevallen van het tot stilstand komen voorbij een stoptonend sein.
Er werd vastgesteld dat deze problematiek in Engeland hoog scoort t.o.v. spoorwegmaatschappijen in Canada en de Verenigde Staten. Dit is aanleiding geweest in Canada en de Verenigde Staten op zoek te gaan naar meer informatie over dit onderwerp.
Niettemin zeggen de bovenstaande cijfers wel degelijk iets over de risico's bij het besturen van treinen. Het besturen van een trein is een vak op zich dat van de machinist een hoge mate van concentratie en aandacht vraagt. Als een rit of een dienst normaal verloopt, is het de kunst de gehele dag alert en geconcentreerd te blijven op zaken de eigenlijk 'gewoon' goed gaan.
Hoewel ook Nederlandse machinisten het verschijnsel van 'de man met de hamer' maar al te goed kennen - vooral als gevolg van de zware dubbele onregelmatigheid - kan totnogtoe enige afleiding worden gevonden door tijdens de dienst een andere trein op een andere route te rijden. Ook wisseling in materieeltypen kan bijdragen aan het doorbreken van het gevoel van monotonie en het verminderen van het risico op de beruchte vaste verwachtingspatronen. Even iets anders doen - hoewel op zeker moment geen enkele lijn of materieeltype nog echte verrassingen biedt, dat zou trouwens ook niet best zijn - helpt wel om de aandacht er bij te houden.
Ook in de 'Mental Acuity Study' wordt onderkend dat zowel verandering van omgeving en verandering van taak (-aspecten) van invloed zijn op de prestaties van een machinist. Railtrack beveelt zo'n verandering zelfs sterk aan.
De bevindingen van de Engelse studies zijn - met in achtneming van de andere arbeidsomstandigheden bij onze overzeese buren - alarmerend. Voor zover bekend is er in Nederland nog nooit onderzoek gedaan naar deze zaken. Het is dan ook te gemakkelijk om aan te nemen dat het na invoering van de procesvereenvoudiging 'allemaal wel mee zal vallen'. De directie van NS Reizigers bagatelliseert deze zorgen stelselmatig en zegt: "Jullie zijn er op geselecteerd en kunnen die monotonie wel aan". De weg van de minste weerstand, waardoor vele machinisten zich ronduit beledigd voelen.
Duidelijke aanwijzingen dus.......
Aan de hand van deze verkenning concluderen de onderzoekers het volgende:
De onderzoekers hebben helaas ook moeten constateren dat de door NS Reizigers uitgevoerde en door een professor aan de Universiteit van Amsterdam getoetste risico-analsye met betrekking tot de effecten van de procesvereenvoudiging op de spoorwegveiligheid voor hen onbereikbaar bleef. Diverse machinisten hebben inzage in, danwel een kopie van dit document gevraagd bij hun directe leidinggevende. In een aantal gevallen luidde het antwoord op de vraag zelfs: "Ik heb geen idee waar je het over hebt". Ook naspeuringen naar dit document hebben geen inzicht in de inhoud hiervan opgeleverd.
Dat het zoeken naar een dergelijk document zo lastig is, werkt slechts de indruk in de hand dat het bewust "onder de pet" wordt gehouden. Sommigen vragen zich zelfs af of die risico-analyse wel bestaat.
De onderzoekers hebben niet kunnen vaststellen of de risico-analyse van NS Reizigers, zo deze al daadwerkelijk bestaat, zo diepgaand is geweest als sommige andere onderzoeken in het buitenland. Er bestaan dan ook ernstige twijfels aan de realiteitswaarde van dit document. In de gehele wereld wordt het verschijnsel "driver's fatigue" gezien als een ernstige bedreiging van de spoorwegveiligheid. Machinisten kunnen dit vanuit hun vakmanschap, en daarmee vanuit hun expertise, volledig beamen.
Een open benadering, bijvoorbeeld door het bespreken van die risico-analyse in het werkoverleg, had tot een goede discussie kunnen leiden. Een goed onderbouwde analyse had veel minder als de spreekwoordelijke stookolie gefungeerd als in de situatie van nu, waarbij nota bene ook nog eens een vage professor ten tonele wordt gevoerd. Zoals Stekelenburg al zei: "Communiceren doe je niet door met een microfoon op je colbert in een loods te gaan staan".
Voor de conducteurs - inmiddels erkend als het gevaarlijkste beroep van Nederland - speelt ook nog eens de agressie op de trein en in de stations een belangrijke rol. Door verhuisregelingen aan te bieden, nadat een agressieve zwartrijder zich niets heeft aan getrokken van een straatverbod, erkent de directie het probleem. Met de gekozen oplossing slaat men echter de plank volledig mis: mensen hebben ook partners met een baan en andere verplichtingen die hen aan een woonplaats kunnen binden. En dan nog: hoeveel leed moet er dan eerst geleden zijn? Er zijn aantoonbare gevallen van agressie en stalking die het probleem illustreren. Ook in het advies van KPMG aan de directie wordt 'wraak door reizigers' als risicofactor benoemd.
Een oplossing zou hier mede gevonden kunnen worden in het aanstellen van voldoende bevoegd personeel en het afdwingen van aanwezigheid van de Spoorwegpolitie, zoals deze ook wordt benoemd in het KPMG-rapport terzake (hoofdstuk 'Sociale veiligheid' 5.1.1.) Door personeelsgebrek en problemen met de communicatiemiddelen kan hieraan geen invulling worden gegeven. In plaats hiervan worden er treinsurveillanten aangenomen en beveiligingsbeambten op stations geparkeerd, die helaas geen enkele bevoegdheid hebben. De vraag dringt zich op wat er van het anti-agressiebeleid in de praktijk terecht komt.
Een vage formulering in de zin van "we hebben het onderzocht" is niet voldoende om het rijdend personeel van het tegendeel te overtuigen. Machinisten en conducteurs zijn over het algemeen mensen met een zeer groot verantwoordelijkheidsgevoel. Daar wordt men reeds bij aanname op getest. Verder dient de directie van NS Reizigers in acht te nemen dat de meesten van hen bovendien niet achterlijk zijn, sterker nog, de aanwezigheid van gezond verstand wordt in deze als maar meer door winst en "return on investment" beheerste wereld een schaars goed. Daarmee behoeft niemand het nog vreemd te vinden dat een groot deel van het personeel er van overtuigd is dat de directie van NS Reizigers kennelijk allerlei 'verborgen agenda's' hanteert om uiteindelijk toch haar zin te krijgen. Ter illustratie: het programma 'Bestemming: Klant' leek in eerste instantie bedoeld voor een betere dienstverlening aan de klant. Later verklaarde de president-directeur in een interview met De Volkskrant (december 2000) echter dat het eigenlijk te doen was om het breken van de macht van het personeel.
Het rijden voorbij een stoptonend sein door een machinist kan fatale gevolgen hebben. Bekende voorbeelden zijn de spoorwegramp bij Harmelen in 1962, waar twee treinen frontaal op elkaar botsten, een vergelijkbaar ongeval in Paddington (UK) in 1999 en de frontale treinbotsing in België op 27 maart 2001 waarbij 9 doden vielen. Het ongeval in Paddington heeft er toe geleid dat serieus onderzoek is gestart naar 'driver's fatigue' als mogelijke oorzaak. De klant van NS Reizigers zal er altijd op moeten kunnen vertrouwen dat de vervoerder al het mogelijke doet om een zo veilig mogelijk vervoer te waarborgen. Veilig werken door machinisten is daarbij een essentiële voorwaarde.
Eén van de belangrijkste taken van de conducteurs is het bewaken van de sociale veiligheid in en rond de trein. Zij beschikken hiertoe onder andere over de bevoegdheid van Buitengewoon Opsporings Ambtenaar (BOA). Dit geeft conducteurs de bevoegdheid op te treden en bijvoorbeeld processen-verbaal op te maken. Als de veiligheid van de conducteur niet gewaarborgd wordt, kan deze de veiligheid van de klant ook niet garanderen. Conducteurs beschikken tevens over het diploma EHBO. Door personeelsgebrek rijden er veel treinen rond zonder conducteur of met personeel dat deze bevoegdheden niet heeft, maar wel is geuniformeerd als conducteur. Dit personeel is door gebrek aan opleiding niet in staat tot adequate hulpverlening en handelend optreden bij calamiteiten. De klant van NS Reizigers zal er altijd op moeten kunnen vertrouwen dat de vervoerder al het mogelijke doet om zorg te dragen voor sociale veiligheid in en om de trein.
Door invoering van 'het rondje om de kerk' worden de veiligheidsrisico's voor de klant alleen maar groter. Een samenhangend netwerk van reizigersvervoer per trein in Nederland, dat behoort tot de beste ter wereld, dreigt ten prooi te vallen aan winstmaximalisatie, beursgang, opsplitsing in meerdere bedrijven en onduidelijke Europese regelgeving.
Op grond van de bevindingen in dit rapport doen de onderzoekers de volgende aanbevelingen.
Maart 2001,
Onderzoeksgroep namens de voormalige personeelscollectieven van NS Reizigers
Noten
1) Reizigerstreinen hebben allemaal een nummer dat verwijst naar de dienstregeling volgens het spoorboekje. Alle treinen met dezelfde begincijfers over de dag noemt men een treinserie: zij volgen steeds hetzelfde traject.
2) Bekendheid met diverse baanvakken is een opleidingseis, voordat men op die lijnen treinen mag besturen.
3) Acuity: scherpte, alertheid
4) ATB: automatische treinbeïnvloeding. Systeem dat de machinist controleert op het reageren op een opgedragen snelheidsbegrenzing. Het systeem kan ingrijpen en de trein tot stilstand brengen, maar niet altijd voorkomen dat de trein door een rood sein rijdt.
5) Snelremming: het door de machinist aanwenden van de maximale remkracht van de trein om een noodstop te kunnen maken, te vergelijken met het bedienen van de noodrem.