nr. 91
juli 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Uit het leven - gesprek met Lot van Baaren

"Als je wat doet, gebeurt er iets"

Vroeger, op school in Maastricht. Lot van Baaren wordt de klas uitgestuurd. "Ja maar, ik zei alleen maar wat ik er van vond." "Er uit! Nu!" Volg je de levensloop van Lot, dan kom je tot De Conclusie dat het leven wordt geleefd van Onderop. Aan haar verteltoon kun je horen dat ze nu, een kwart eeuw na het incident in Maastricht, nog niet begrijpt waarom ze er uitgeknikkerd werd. Ze wil niet alleen zelf haar steentje bijgedragen hebben, maar iedereen moet die ruimte krijgen. Dat is voor haar de gewoonste zaak van de wereld.

Er komt een nieuwe cao voor het ziekenhuiswezen. Meer dan zes procent over twee jaar. Vlag en wimpel. Maar niet voor Lot: "De deur wordt opengezet naar de veertigurige werkweek. Tien jaar vakbondswerk voor korter werken en emancipatie op de helling gezet. Soms word ik daar zo ontzettend moe van. Maar tegelijkertijd ontdek ik binnen de bond nog een paar mensen die ook tegen zijn. Dat geeft mij weer hoop. Ik tel mijn zegeningen en dan krijg ik weer energie voor het volgende karwei."

Feminist was een scheldwoord

Haar bond is de ABVAKABO, want Lot werkt in het Delta Psychiatrisch Ziekenhuis als hoofd van het facilitair bureau.

In de bond word je niet uit de klas gezet. "Je hebt daar meer te maken met kauwgumachtige maatregelen. Je moet een taaie zijn om je daar doorheen te werken. Talloze aanvaringen gehad, vooral in het afdelingbestuur in Rotterdam. Dat bestuur is belangrijk in de voorbereidingen voor de bondsraad. In Rottterdam was het een mannenbolwerk, waar alles van de vrouwengroep de grond in geboord werd. We werden gewoon niet voor vol aangezien. Feminist was daar een scheldwoord. Er was een lange strijd binnen de bond om de arbeidstijdverkorting. Veel mannen wilden poen. De vrouwen wilden atv-zonder-inleveren-van-loon.

Is er een congres, wordt er ineens helemaal geen ledenvergadering meer gehouden. Een paar bestuursleden regelden de heikele punten liever op een andere manier. En dan moesten er weer brieven naar het hoofdbestuur. Dus daar begonnen ze ook al te piepen: wat loop jij daar toch uit te vreten. We worden hier begraven onder de brieven!

Er zitten soms rare mensen in de bond. Die willen alleen maar heel rigide het bondsbeleid uitvoeren. Het zijn superbureaucraten die te lang op een post zitten.

Het smaller wordende vakbondsbeleid schept ook een groeizaam klimaat voor bureaucraten die niets met politiek te maken willen hebben. Terwijl je toch als vakbond een politieke macht van betekenis zou kunnen zijn. Met politieke standpunten loop je daar hard tegen de muur aan. Ze hebben er geen boodschap aan. Of ze vinden gewoon wat anders.

Het is niet zo dat ik in vakbondsvergaderingen allerlei onderwerpen erbij sleep. Wat ik aanpak, valt volgens mij binnen het bondsbeleid. Ik probeer mijn standpunten te vertalen naar cao's, naar het congres, naar de bondsraad. Als er Euromarsen zijn, probeer ik mijn politieke standpunt om te zetten in bondsbeleid. Dan gaat het over armoede, werkloosheid, sociale uitsluiting, solidariteit tussen werkenden en niet-werkenden. Is dat nou een bondsverhaal of niet? Sommigen willen het gewoon niet horen.

Dat is voor mij zeker geen reden daar mee te stoppen. Ik kan mijn ogen er niet voor sluiten. Er zijn natuurlijk mensen binnen de bond die er net zo over denken. Dat is heel verfrissend om te ervaren. Dat is ook de reden waarom ik het volhoud. Alleen ... het zijn steeds kleine stukjes waar je elkaar op vindt. Er zijn nog te weinig mensen die het hele scala - van vrouwenbelangen via Navo tot Europa - met je delen."

Steile hellingen

Charlotte van Baaren, geboren en opgegroeid in Haarlem, een jaar of veertig geleden. Het ging gesmeerd, totdat haar vader de kans kreeg een lang gekoesterd ideaal te verwezenlijken: een huis bouwen van fundering tot nok naar eigen ideeën. Leuk zo'n inventieve vader, maar het betekende wel dat dit huis niet eens in Sint Geertruid, maar in het gehucht Herkenrade bij Sint Geertruid gebouwd kon worden. In Zuid-Limburg zaten ze toen nog te strak in de katholieke gezagsverhoudingen om aan democratisering van middelbare scholen te denken. Lot had zich in Haarlem die democratisering gauw eigen gemaakt. Dat kwam in Maastricht juist weer heel slecht uit. Niet alleen moest ze ineens ellenlange steile hellingen opfietsen, maar ook in de klas liep ze tegen bergen onbegrip op. Bovendien reed op zaterdagavond de laatste bus van Maastricht naar huis al om kwart voor elf.

"Zonder dat ik het door had, lag ik elke keer de klas uit. Er werden dingen verteld en ik wilde alleen maar zeggen wat ik daar van vond. 'D'r uit!' 'Ja, maar...' 'D'r uit!' Ik paste daar helemaal niet. Je moest eigenlijk met je armen over elkaar braaf zitten wezen. Dus kreeg ik al gauw het stempel opgedrukt dat ik brutaal was. Ik scheen bij het tuig van de school te horen en zocht ander tuig op. We gingen allerlei dingen doen. Eén van ons heeft nog gestreaked over het schoolplein. Maar de hoofdzaak lag toch bij allerlei politieke acties. We verkochten krentenbollen om de winst op te kunnen sturen naar Bangla Desh. We plakten overal stickers met een leus er op voor het behoud van het Groot Limburgs Toneel Twee en voor Proloog.

Doordat ik betrokken raakte bij kritische mensen en in allerlei acties meedeed, was het een beetje logisch dat ik politicologie ging studeren in Nijmegen. Daar ging ik op dezelfde voet verder, maar dan in de studentenbeweging en in de Stroomgroep Stop Kernenergie. Dodewaard en Kalkar waren de mikpunten. Er werd gekraakt en tijdens de Vierdaagse werd het militarisme bestookt. De cultuur van de vrouwenbeweging trok me helemaal niet aan. De vrouwen lieten zich er demonstratief op voorstaan dat ze feministen waren. Dat werd teveel een doel op zich, vond ik. Hoogtepunt was wel dat op een zaterdagmorgen om half negen - let wel - een màn bij me aan de deur stond die tot taak had mij voor te lichten over de dominantie van mannen in de Stroomgroep. Volgens hem was ik niet vrouwvriendelijk bezig.

Voor je het weet ben je de hele dag met politiek bezig. Ik werd lid van de Socialistiese Arbeiders Partij, omdat daarin de meeste overeenkomsten waren te herkennen met wat ik zelf wilde. Niet alles, helaas. De SAP wilde een moratorium op kernenergie. Moratorium? Hoezo? Kernenergie is niet goed - dus dat moet je gewoon afschaffen.

Politicologie bleek toch iets anders dan met politiek bezig zijn. Ik begon me af te vragen wat ik straks in hemelsnaam met die studie moest beginnen. Het werd me te vaag. Ik ben niet zo theoretisch aangelegd, ik ben geen intellectueel. Toen ben ik overgestapt naar de MTS.

Ik wilde meer met de praktijk bezig zijn en op een directere manier tegen het onrecht vechten. Dat gevecht ga je niet in je eentje aan. De bond is daarbij een erg belangrijk instrument. De vakbond past nog steeds in mijn hele denken, ook al sta ik er vaak pal tegenover. Het blijft toch de plaats waar mensen met dezelfde belangen georganiseerd worden. Ze kunnen een behoorlijke macht vormen, als ze wat harder van zich afbijten."

Positief mensbeeld

"Waarom gebeurt dat niet? Misschien, omdat er te veel mensen in de bond zitten die het wel goed hebben. Ze proberen de prijscompensatie binnen te halen en dat was het dan. Sommigen ontlenen er hun status aan dat ze in bestuurtjes zitten of omdat ze iets doen voor anderen. Belastingformulieren invullen of zoiets. Ze denken te weinig na over anderen die het niet goed hebben."

Lot woont in het Oude Noorden van Rotterdam. Als je even naar buiten loopt, zie je de achterstelling van migranten en ouderen. Er is armoede. De mensen, waar het niet goed mee gaat, zijn veel te weinig lid van de bond. In het Oude Noorden kom je niet zo makkelijk om de strijd tegen de Turkse overheersing in Koerdistan heen, want de Koerden zijn aanwezig. Kinderen zitten op school met kinderen uit Kosovo.

"Dan is zo'n oorlog in Kosovo toch anders", zegt Lot. "Tweedeling en onrecht zie je als je hier de deur uitstapt. Maar als je met je fiets door het land trekt en je komt door Veghel of Son en Breugel, dan zie je de tuintjes, de villaatjes en de villa's gepoetst en gewassen. Daar is de tweedeling minder tastbaar. Die mensen hebben daar dan ook minder oog voor. En als het goed gaat, zijn de mensen ook minder strijdbaar. Je moet het ook wìllen zien.

Ik kan mijn ogen niet sluiten. Maar als ik ook oogkleppen op zou doen, blijven er zo weinig mensen over die nog iets willen ondernemen. Ik ben optimistisch, ik heb een positief mensbeeld. Ik blijf dromen van een betere wereld. Dat laat ik ook toe. Als je achterover gaat zitten en denkt dat je er allemaal niks aan kunt doen, wordt de wereld pas echt somber. Dat houd ik niet vol.

Hoewel, mijn mensbeeld wordt soms ook zwaar op de proef gesteld. Bij een demonstratie tegen de Navo-bombardementen op Joegoslavië, wilde ik evengoed de etnische zuiveringen aan de orde stellen. Ik werd toen door Servische nationalisten de demonstratie uitgeslagen. Ik had natuurlijk wel eerder een pak rammel van de politie gehad, maar nog nooit van mede-demonstranten. Dat was schokkend, vooral ook omdat ik mijn dochter bij me had. Toen moest ik ook gaan nadenken in hoeverre ik acties kan voeren die risico's voor mijn kinderen met zich meebrengen. Hoe zou dat tijdens de bezetting in Nederland gegaan zijn?

Er zijn natuurlijk conflicten waar ik helemaal met mijn pet niet bij kan. Ik zat te huiveren voor de televisie bij de oorlog om Bosnië. Wat moet ik er mee, dacht ik in eerste instantie. Maar later kwam het in me op ik dat we in ons ziekenhuis aan het vernieuwen zijn en dat er heel wat dingen overbleven waar ze in Bosnië om zaten te springen. Er moet een vrachtwagen komen. We gaan op zaterdag bij de supermarkten staan om te vertellen wat we aan het doen zijn en om mensen aan te sporen ook hun steentje bij te dragen. De directie van ons ziekenhuis deed nog een flinke duit in het zakje en de vrachtwagen kon vertrekken, vol met materialen, voedsel en medicijnen.

Als je iets doet, gebeurt er iets. Dat zie je met de acties tegen kernenergie. Kalkar en Dodewaard zijn dicht. Dergelijke successen dragen er ook toe bij dat ik de taaie strijd vol kan houden."

En het volgende plan rolt ineens over tafel: "We kunnen toch met een stel mensen van de zomer een weekje vakantie nemen en helpen de boel in Kosovo weer op te bouwen?"

Prikkels geven!

Dan is er ook het gewone werk, een beroep, een baas hebben, geld verdienen, een plek tussen de miljoenen mensen die hun weg zoeken. Hoe gewoon is het gewone werk? Lot van Baaren op de fiets van Rotterdam Noord naar de Albrandswaard tot vlak bij de Oude Maas. Een plek die afgelegen genoeg is om er 'gekken' in op te bergen. Nu wordt het ziekenhuis omgebouwd tot een soort dorp, met een postkantoortje, winkeltjes en werkplaatsen, een restaurant, een gehoorzaal-annex-kerk, een festivalplein.

Lot: "Het ziekenhuis ligt voor de cliënten veel te ver van de stad om de contacten met het gewone leven te onderhouden. Daarom bouwen we iets waar we dingen kunnen organiseren die voor Rotterdammers interessant genoeg zijn om hier naar toe te komen. Met mijn opleiding en ervaring ben ik in staat voor mensen aan de onderkant van de samenleving voorwaarden te scheppen voor een aangenamer leven. Dat is andere koek dan een bankkantoor bouwen, hoewel ik daar veel meer zou kunnen verdienen.

Door mijn betrokkenheid bij de onderkant heb ik de neiging om te werken op het raakvlak van de zorg en het facilitair bedrijf. Je kunt er niet omheen dat de cliënten in de psychiatrie verslaafd raken aan het ziekenhuis. Aan de andere kant is er geen geld voor leuke dingen. Zo langzamerhand gaat er niets meer van die mensen uit. Ze roken en drinken koffie. Volgens mij zijn ze tot meer in staat, als er meer geboden wordt. Prikkels geven, wakker blijven!

Eigenlijk ben ik op mijn werk nog op dezelfde manier bezig als vroeger in de anti-kernenergiebeweging. De ervaring die ik daar heb opgedaan, hoort bij me. Toen was ik bezig met stencillen, buttons verkopen, de pers te woord staan, afwassen, de toenmalige minister Van Aardenne op zijn tenen staan, rotzooi opruimen en schoonmaken, een ultimatum opstellen, lesgeven op scholen. Het leert je respect te hebben voor alle soorten werk. In de actie heb ik me het organiseren eigen gemaakt, overzicht houden, doelen niet uit het oog verliezen, dingen regelen.

Maar vooral ook de onderlinge verhoudingen van de activisten bepalen hoe er gewerkt wordt. Iedereen doet mee aan de discussie, je stimuleert elkaar en laat elkaars capaciteiten tot hun recht komen."

Leidinggevende functie

"Dat geldt in het bijzonder voor de vrouwen. We hebben een vrouwengroep in het ziekenhuis, onafhankelijk van ondernemingsraad of vakbond, die de oneerlijke verdeling van uitvoerend en leidinggevend werk tussen vrouwen en mannen aan de kaak stelt. We willen de directie serieus laten kijken welke vrouwen geschikt zijn om door te stromen. De verlichting op het terrein is door toedoen van de vrouwen weer in orde gemaakt, nadat die voor de verbouwingen moest wijken. Dankzij het vrouwenoverleg is er nu naschoolse kinderopvang, maar dat is eigenlijk net zo goed een mannenzaak.

Ik ben hier begonnen bij de technische dienst. Ik nam de telefoon aan, noteerde de storingen en gaf ze door. Nu ben ik hoofd van het facilitair bureau en geef leiding aan tien mensen. Dus ik heb zo'n beetje alles vanuit de werkvloer meegemaakt. Mijn actief lidmaatschap van de ABVAKABO bracht ook met zich mee dat ik veel mensen leerde kennen en met veel mensen goed door de bocht kan.

In het begin twijfelde ik erg of ik een leidinggevende functie aan zou kunnen. Ik was gewend het karwei vanaf de onderkant te bekijken en dingen samen op te zetten. In de actie was iedereen gelijkwaardig en zelfstandig. En dan zelf baas worden? Ik heb wel bedongen dat ik op mijn eigen manier leiding geef. Voorop staat dat mijn medewerkers zich kunnen ontplooien. Dat wil niet zeggen dat ze hun gang kunnen gaan; wel dat ze zelfstandig zijn, moeten schipperen en fouten mogen maken. Als je alles inkadert, kun je geen kant meer op en dan heb je ook geen zin meer iets te doen. Flexibiliteit kun je ook positief uitleggen."

Jongere

"Het is heel wat anders of je moe en voldaan naar huis gaat of moe en gefrustreerd. De werkdruk is hier namelijk flink hoog. Dat bouwproces jakkert maar door. Als aannemers met die dure machines voor de deur staan, kan je moeilijk zeggen dat ze even moeten wachten. Dan lopen we allemaal een stapje harder. Dat is moeilijk, maar er wordt hier evengoed heel veel gelachen.

Ook de te krappe budgetten dwingen tot meer werk, omdat je op tal van plaatsen naar de goedkoopste, maar toch goede oplossingen moet zoeken. Het nieuwbouwbudget, dat tien jaar geleden is vastgesteld, is nooit meer opgehoogd, terwijl er wel veel veranderd is. Er zijn strengere milieueisen, er is meer agressie, er moet meer gedaan worden aan persoonsbeveiliging, er worden energieprestaties verlangd.

En dan is er nog het werk in de ondernemingsraad. Behalve dat het werk steeds meer eist, wordt ook steeds meer naar de or gedelegeerd vanuit het centrale overleg tussen werkgevers en bonden. In sommige gevallen krijgt een or dan meer voor elkaar, maar zeker in de gezondheidszorg komt het vaak voor dat de raden nauwelijks of helemaal niet werken. Daar kan een directeur doen wat hij wil."

En dan wil Lot eigenlijk ook nog op het terrein overal bij zijn, want als je met je neus bovenop de werkzaamheden staat, krijg je ook weer nieuwe ideeën hoe iets beter of goedkoper gedaan kan worden. Zo is zij op velerlei gebied in beweging. Onder kaderleden van de bond, weliswaar een wat grijzend gezelschap, wordt zij dan ook nog steeds als jongere gezien.

Frans Geraedts