|
nr. 69 sep 1995 |
Solidariteit
Europees Verbond van Vakverenigingen, IG MetallZaterdag wordt geen normale werkdagVan 9 tot 12 mei kongresseerde het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) in Brussel over allerlei, ongetwijfeld behartigenswaardige zaken. Belangrijk agendapunt was in ieder geval de vraag of vastgehouden zou moeten en kunnen worden aan de 35-urige werkweek als centrale eis.
MET RECHT 'vastgehouden', want al sinds 1976 wordt die 35-urige werkweek door het EVV beschouwd als hét instrument om werkgelegenheid te behouden en te verdelen. Korter werken zonder inleveren van loon. Verdeeldheid
Hoe 'standvastig' is het EVV in mei gebleven? Als we afgaan op de berichtgeving in de pers, dan is de besluitvorming op z'n minst chaoties verlopen. Over de doelstelling bestond geen verschil van mening: in vijfjaar halvering van de werkloosheid, minimaal 15 miljoen nieuwe banen erbij. Maar over de hamvraag, namelijk hoe dat te bereiken, waren en bleven de meningen verdeeld. Met name de nederlandse bereidheid om mee te denken over flexibilisering, werken 'op maat' en inleveren, wordt niet overal met instemming bekeken. En herverdeling van de bestaande arbeid via deeltijdbanen - in het kongresdokument ook voorzichtig als mogelijkheid genoemd, evenmin. "Fransen, Engelsen, Zuid-Europeanen maar ook de Zweden vinden deeltijdwerk eigenlijk maar niets", waarschuwde FNV Magazine van 4 mei 1995 al. Grenzen aan flexibilisering
Tegen deze achtergrond zijn de recente ontwikkelingen in Duitsland interessant. De DGB (zusterorganisatie van de FNV) en aangesloten bonden benadrukken al jaren en zeer hardnekkig de noodzaak van de 35-urige werkweek als gemeenschappelijke eis. Begin dit jaar lukte het de in Europa toonaangevende IG Metall - in veel opzichten ook voor de nederlandse vakbeweging een voorbeeld - die eis voor de metaal- en elektro-industrie binnen te halen. Zonder dat de zaterdag een normale werkdag werd. Met behoud van koopkracht. En ofschoon twee jaar terug bij Volkswagen ter voorkoming van 30.000 ontslagen fors werd ingeleverd (10 procent), stond daar wel een vierdaagse werkweek van 28,8 uur tegenover. Natuurlijk zijn er serieuze kanttekeningen te plaatsen. Over herbezetting bijvoorbeeld wordt niets gezegd. Het risiko van verdergaande flexibilisering blijft levensgroot aanwezig en ook in Duitsland staan de toeslagen onder druk. Toch gaat het om aktie- en onderhandelingsresultaten die de nederlandse vakbeweging kunnen inspireren. Hans Fransen van de Putte |