nr. 69
sep 1995

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Ploegendiensten worden onregelmatiger

Pas op de plaats niet nodig

Wat hebben ploegendienst, flexibilisering en atv met elkaar te maken, welke 'trends' zijn daarin te onderkennen en wat kunnen we er tegen doen? Dat was de inzet van een gesprek met Michel Tilanus, werkzaam bij Unilever-bedrijf Van den Bergh & Jurgens, en Roland Siebe, ex-Akzo-werknemer. Beiden lid Industriebond FNV en gepokte en gemazelde volkontinu-ploegenwerkers. Op een zondagavond, wanneer ze toevallig allebei 'vrij' zijn, treffen we elkaar.

PLOEGENDIENST op zich is al een vorm van flexibilisering van de arbeidstijd. Maar hoe ongezond het werken in ploegendienst ook kan zijn en hoe lastig ook voor je sociale kontakten, de ingebouwde regelmaat en het van tevoren vaststaan van de roosters zetten op die flexibiliteit nog enigszins een rem. En het leven daar omheen valt misschien wel betere plannen dan rond de oproep- en andere pulpkontrakten die in de reguliere dagdienst in opmars zijn. Tenminste, dat was zo. Het door werkgevers ingezette flexibiliseringsoffensief - 'hun (inter)nationale sport' - laat ook de ploegendiensten niet ongemoeid.

Verschuivingen

Van oudsher kennen we in de industrie en een aantal andere sektoren ploegendiensten die ook naar de huidige maatstaven behoorlijk georganiseerd waren. Dus de twee- en drieploegendiensten en in de vol-kontinu de oude vierploegendienst, met regelmatige roosterpatronen. De in de jaren tachtig bevochten overgang van de vier- naar de vijf ploegendienst was bovendien een heel duidelijk van atv, zij het dat hier en daar nog wel wat 'littekens' (instruktie-uren, oproepdagen enzovoort) resteren.
Wat we nu zien, is ten eerste dat binnen ploegendiensten die tot voor kort regelmatig waren, steeds meer onregelmatigheid opduikt. In die zin heeft de eerste vorm van atv (atv-dagen) door het uitblijven van herbezetting al min of meer als breekijzer gefungeerd voor verslechteringen. Bijvoorbeeld doordat je kortere en langere 'shifts' gaat draaien, door overwerk of onverwacht moeten invallen in een andere ploeg om pieken op te vangen.

Nieuwe 'ploegendiensten'

In de tweede plaats ontstaan nieuwe soorten 'ploegendiensten' die veel onregelmatiger van karakter zijn. 'Ploegendiensten' tussen aanhalingstekens, omdat de definitie daarvan steeds verder wordt uitgehold. Zo is er tussen de dagdienst en de tweeploegendienst het een en ander aan de gang. In nauw met de produktie verbonden afdelingen - bijvoorbeeld service-afdelingen, maar ook laboratoria - wordt nogal eens in zogenaamde overlappende tweeploegendienst gewerkt (de één van pakweg 07.30 tot 15.30 uur en de ander van 12.30 tot in de avond). Met de nieuwe Arbeidstijdenwet in de hand hoeft men dat binnenkort echter geen ploegendienst meer te noemen, dan is er hooguit sprake van 'verschoven' dagdiensturen. Dus je kunt er donder op zeggen dat die overlappende ploegendienst als eerste ten prooi gaat vallen aan de toenemende flexibilisering die vanuit de dagdienst om zich heen grijpt.
En hetzelfde geldt voor de toeslagen. Want als het gewoon wordt dat mensen in de avonduren en op zaterdag werken zonder dat daar zoiets als een toeslag tegenover hoeft te staan, waarom zouden ploegenwerk(st)ers over die nu nog als inkonveniënt beschouwde uren dan wel een deel van hun ploegentoeslag opbouwen?

Al flexibel genoeg

Michel: Het enige antwoord dat ik daarop kan verzinnen, is dat er één matrix komt die geldt voor iedereen. Zodat elk uur voor of na de 'normale' dagdienst als inkonveniënt wordt aangemerkt, waarop een toeslag moet worden losgelaten. En meer in het algemeen: houd de regelmaat vast, houd de matrixen en toeslagen vast, zorg ervoor dat werkne(e)m(st)ers een hoge mate van zeggenschap houden over de invulling van de roosters. 'Een geregelde ploegendienst is al flexibel genoeg', wil ik nog wel eens roepen. De leus van de bond: 'geen bedrijfstijdverlenging zonder atv', houdt volgens mij in dat we in de twee- en drieploegendienst door de 36 uur heen moeten breken; en dat we bij de vijfploegendienst onder de 33,6 uur gaan zitten. Dat ontbreekt in het bondsverhaal. Aan mensen vragen even pas op de plaats te maken om de dagdienst de gelegenheid te geven 'bij' te komen, is het paard achter de wagen spannen. Waarom zou je met de ploegendiensten niet proberen meteen de volgende stap te zetten?
Roland: De automatiseringstrein dendert maar door. Als je kijkt naar de ontwikkelingen in de techniek, moet je vaststellen dat die alleen maar gebruikt worden om kosten te drukken en personeel verder op te jagen of te ontslaan. Terwijl ze een gigantiese mogelijkheid bieden mensen aan werk te helpen en degenen die werk hebben, te ontlasten. Voor ploegenwerk(st)ers zou dat, om gezondheidkundige en sociale redenen, een enorme verbetering zijn. Wat de vijfploegendienst betreft, die toch al weer een jaar of tien bestaat, is het eindelijk wegwerken van de 'littekens' wel het allerminste. Dat zou bovenaan de agenda moeten staan. En verder is er alle aanleiding - gezien de automatisering, de stijging van de arbeidsproduktiviteit, gezien de werkloosheid - in die bedrijven en sektoren waar dat maar enigszins mogelijk is en vakbondsmacht een reëel gegeven, de diskussie op te starten over de zesploegendienst.

Hans Fransen van de Putte