nr. 69
sep 1995
welkom
edities
inhoud
|
Solidariteit
Flippoos in een 24-urige tredmolen
'Nog even wat regelen met de buren, omdat de loodgieter zaterdagmiddag om drie uur langs komt en ik zelf tot half zes op mijn werk ben. Gelukkig kan ik zondag, voor het boodschappen doen, nog even uitslapen.'
Een soort bestaan dat steeds dichterbij komt, als het aan de overheid en werkgevers ligt. Vooral na de aangekondigde wijziging van de Winkelsluitingswet brandde de diskussie over een 24-uurs ekonomie los. Een volgende stap in de flexibilisering waarin, dwars door het ritme van dag en nacht, arbeidskracht beschikbaar moet zijn.
DE KRANTEN stonden er het afgelopen jaar bol van, de 24-uurs ekonomie en de openingstijden van de winkels leken wel onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Er is echter veel meer aan de hand. De diskussie over de voor- en nadelen van langere openingstijden van winkels is belangrijk, maar de vraag naar het waarom van een 24-uurs ekonomie is meer op zijn plaats.
Permanente beschikbaarheid
De strijd tegen het kapitalisme is nog niet gewonnen, maar in veel kapitalistiese landen zijn er in ieder geval in de loop der jaren nogal wat sociale verworvenheden (door strijd) binnengehaald. Zo ook een 'normaal' levensritme van acht uur werken, acht uur rust en acht uur ontspanning/verzorging. Mede onder invloed van de kerk werd de zondag een rustdag en ten tijde van de 'welvaartstaat' is met de komst van de vrije zaterdag het vrije weekend ontstaan.
Op deze regel zijn veel uitzonderingen, daarover straks meer. Wat is nu de reden dat deze, in onze maatschappij gegroeide levenswijze, moet wijken voor een 24-uurs ekonomie?
De kern van het antwoord ligt in de behoefte van de werkgevers aan een permanente beschikking over arbeidskracht. Binnen deze beschikbaarheid worden de momenten en perioden bepaald waarin die arbeidskracht het meest profijtelijk kan worden aangewend. De werkgevers maken daarbij dankbaar gebruik van de steeds verdergaande technologiese ontwikkelingen. In het kielzog daarvan is een ontregeling van de arbeidsverhoudingen gewenst. De hedendaagse technologie met kernbegrippen als automatisering, informatisering en mikro-elektronika maakt een maximale flexibiliteit mogelijk. 'U vraagt en wij draaien', is het motto van de kapitalist anno 2000. Geen massaproduktie meer, maar een exklusief kwaliteitsprodukt op maat geleverd.
Prullebak
Er wordt ons voor deze ontwikkeling ook een andere verklaring geboden. Namelijk de trend van individualiseringen de daaraan verbonden behoefte aan meer keuzevrijheid. Een trend die als we de overheid en werkgevers - maar ook de vakbeweging - moeten geloven van de konsument en dus van werknemers zelf komt. Gesuggereerd wordt dat de behoefte aan flexibele werktijden en langere openingstijden van winkels bij de werknemers erg groot is. En dan zou het niet meer dan logies zijn dat aan deze nieuwe wens van de werknemer graag en direkt gehoor gegeven wordt. Ook hier weer 'U vraagt en wij draaien'? En wanneer die werknemer wat anders zou willen, gebeurt dat dan ook?
Stel dat we nog twijfelen aan de noodzaak van een 24-uurs ekonomie, bijvoorbeeld vanwege de gevolgen van dat dag en nacht ter beschikking moeten staan. Dan wordt er een ander 'argument' van stal gehaald. Daarin worden we verwezen naar de beroepsgroepen die al lange tijd in het ritme van de volkontinu zitten. De politie, de gezondheidszorg, het vervoer, de chemiese industrie enzovoort. Vaak lukt het dan wel uit deze beroepsgroepen mensen naar voren te halen die ons graag vertellen hoe geweldig het is om geen 'negen tot vijf' baan te hebben. Hoe fijn het is om ook door de week eens je kinderen naar school te brengen of avonddienst te draaien. Hoe saai het zou zijn alleen maar het weekend vrij te hebben.
Deze voordelen zijn tot op zekere hoogte nog wel te volgen, de vraag is uiteraard of ze op langere termijn opwegen tegen de nadelige effekten, bijvoorbeeld op het vlak van de gezondheid. Maar laten we vooral niet vergeten dat die voordelen zeer betrekkelijk worden, zo niet wegvallen, wanneer de huidige, relatief goede arbeidsvoorwaarden in de prullebak verdwijnen. Geen fatsoenlijke en vaste roosters en geen of veel lagere onregelmatigheidstoeslagen bijvoorbeeld. En dat is de realiteit die werkgevers voor ogen staat, zie de banken en supermarkten. Een realiteit die door zal tikken naar de arbeidsvoorwaarden van de genoemde beroepsgroepen. Wanneer een beschikbaarheid van 24 uur vanzelf sprekend en 'natuurlijk' wordt, bestaan er geen afwijkingen meer, geen onregelmatigheid en geen toeslagen.
In één 'flip'
Behalve dat de steeds verdergaande flexibilisering de arbeidsvoorwaarden slopen, worden ook de arbeidsomstandigheden onder een verdere druk gezet. De hand over hand toenemende snelheid van werken levenstempo leidt tot steeds meer stress- en slaapproblemen. Vreeman en Buitelaar spreken (Solidariteit juni 1995) over gevangenschap "in een tredmolen van lange arbeidstijden en een cyklies patroon van 'work en spend'." Over dat 'spend' - besteden - zijn overigens nog wel wat vragen te stellen. Meer produktie, minder toeslagen, meer konsumptie? Je kunt oneindig veel (zakken) chips produceren, maar ze zullen toch moeten worden verkocht (en opgegeten). Zelfs flippoos helpen dan niet meer.
En dan hebben we het nog niet gehad over de gevolgen van de 24-uurs ekonomie voor het milieu. Daar zijn de grenzen van de vervuiling al lang bereikt.
Maken we tot slot de balans op van de droom over de 24-uurs ekonomie waar Wijers, Timmer en andere Indonesië-gangers niet van opschrikken, dan zien we overproduktie, vervuiling, overwerkte mensen en onttakelde arbeidsvoorwaarden. Is het gek dat we blijven hameren op een algemene arbeidstijdverkorting, desnoods met flippoos, die in één 'flip' naar een 32-urige werkweek gaat?
Lex Wobma
|