nr. 64
dec 1994

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Korter werken voor meer mensen; wat voor werk?

Werk naar menselijke maat

'Terug in tijd en niet in loon', dat is een voorwaarde waaronder een 32-urige werkweek aanvaardbaar is. 'Banen voor tijd', is een tweede. 'Volwaardig werk voor iedereen die kan en wil', is een derde. Met deze derde voorwaarde worden twee vliegen in één klap geslagen. Het bestaande én het vrijkomende werk komen te vallen onder een menselijke maat; meestal wordt dit verbetering van de kwaliteit van de arbeid genoemd. Die kwaliteit wordt op verschillende manieren aangetast. Kern daarvan is dat loonarbeid in toenemende mate een stressvolle bezigheid is. Terugdringing van die arbeids-stress is dan ook onlosmakelijk verbonden aan verkorting van de arbeidstijd.

WE WETEN DAT arbeidstijdverkorting op verschillende manieren kan plaatsvinden. Duidelijk is in ieder geval dat de werkloosheid pas slagen toegebracht kan worden, wanneer die atv in één drastiese stap wordt ingevoerd. Over een effektieve omvang van die stap wordt al jaren gesproken. Moet het 25, 30 of 32 uur worden? Over de vorm van de atv is ook al heel wat gezegd. Gemeten over het arbeidzame leven (sparen voor bijvoorbeeld een jaar - zelf - betaald verlof) of op jaarbasis (flexibilisering door een gemiddelde verkorting) laten we buiten beschouwing. We beperken ons tot per dag of per week.

Vier maal acht

Een verkorting van de arbeidstijd per dag tot vijf, zes of zesenhalf uur (vijf dagen) kan een positief effekt hebben op de huidige, ongelijke deelname van vrouwen en mannen aan de verzorgende en pedagogiese taken. Misschien is de kans groter dat een hoge werkdruk voor lief wordt genomen. Dat wij pleiten voor een 32-urige werkweek van 'vier maal acht' wil niet zeggen dat we tegenstanders zijn van een verkorting per dag. Met ons pleidooi haken we aan bij de voorkeur van een aantal bonden en aktuele ontwikkelingen en diskussies rond de 'vierdaagse'. Daarin speelt mee dat minder reizen de milieuvervuiling enigszins kan terugdringen. Bovendien zijn we van mening dat 'vier keer acht' gaten slaat in de bestaande bezetting binnen bedrijven en instellingen. Daarmee wordt de noodzaak tot herbezetting aangetoond, evenals de kontrole erop. Tegelijkertijd zijn op deze manier alle deeltijdbanen boven de 32 uur verdwenen. Deeltijdbanen onder de 32 uur zullen er wel blijven, de voorkeur van mensen moet hierbij doorslaggevend zijn, hoewel 'ekonomiese zelfstandigheid' een algemene norm zou moeten zijn. En, zoals gezegd, onder de voorwaarde van arbeid met menselijke kwaliteit.

Bolkesteins overhemden

Ook de kwaliteit van de arbeid is een veel besproken vraagstuk. Er is wetgeving, er zijn diensten, instituten, kursussen, kommissies, projekten en instrumenten. Wanneer daarmee de autonomie op de arbeidsplaats .bevorderd wordt, eentonige en herhalende taken verdwijnen en het werk gezonder en veiliger wordt, kan dat alleen maar toegejuicht worden. Helaas zien we op dit front nogal wat beunhazerij, naast verwachtingen dat werkgevers overtuigd kunnen worden van hun belang bij een goede kwaliteit van de arbeid. Hier doorheen loopt dat er veel verwarring bestaat over de praktiese inhoud van het begrip 'welzijn bij de arbeid'. Als dat betekent dat arbeid niet tot ziekmakende - lichamelijk en geestelijk - stress moet leiden, kan veel van de verwarring wegvallen. Er rest dan nog één heel belangrijk probleem.
Zonder overdrijving kan vastgesteld worden dat risiko-volle werkstress een kenmerk is van de huidige management-systemen. Zo ook de fraai verpakte disciplinering door onzekerheid en angst. In het bijzonder geldt dat voor afroep-, kontrakt-, inleen- en uitbestedingsarbeid. Wetgeving heeft daar weinig greep op, de instituten en vakbeweging ook niet. We kunnen ze 3-O-banen noemen: onbeschermd, ongezond en ongenaam (of: onderbetaald, ongeregeld en onveilig). Werk naar menselijke norm is dit absoluut niet. En dat hebben we nog niet eens over de naderende werkverschaffing waarmee Rinnooy Kan zijn tuinhekje wil laten schilderen en Bolkestein zijn overhemden strijken. Meer werk door atv is één, volwaardig werk is twee.

Stress, internationaal

Een paaronderzoeksresultaten, niet alleen in Nederland.

  • In 1990 denkt één van de drie amerikanen er serieus aan in verband met werkstress een andere baan te zoeken. Nog eens een derde verwacht in de nabije toekomst 'opgebrand' te zijn.
  • In Groot-Brittannië (1993) vindt 54 procent van de arbeid(st)ers dat in vergelijking met vijf jaar eerder de stress is toegenomen; 62 procent zegt steeds harder te moeten werken.
  • Twee jaar geleden meldt 60 procent van de Japanse arbeiders dat hun leven beheerst wordt door werkstress; jaarlijks zij n 10.000 mensen slachtoffer van Karoshi ('dood door overwerk').
  • In ons land zijn 'psychiese stoornissen' voor een derde van de WAO-ers reden tot afkeuring (1993), in 1968 was dat 10 procent.
De toename van deze diagnose is het sterkst bij de leeftijdsgroep onder 35 jaar, in grote meerderheid vrouwen. Bij mensen onder de 25 jaar gaat het om meer dan 50 procent, in de groep 25 tot 35 jaar is dat ruim 37 procent (1988).
In 1977 vindt 38 procent het werktempo te hoog, in 1989 is dat 51 procent. Algemeen is de klacht dat met name de psychiese werkbelasting te hoog is.

Stress is dus op weg een internationale, algemene beroepsziekte te worden.

Anti-stress

Zoals arbeidsongeschiktheid in een 'medies model' geïndividualiseerd is, zien we ook arbeidsstress losgemaakt worden van de arbeidsomstandigheden. Deskundigen verdienen goed geld aan kursussen 'leren omgaan met stress' en ontwikkelen modellen om de diagnose 'stress' vast te stellen en een individueel ' begeleidingstrajekt' uit te zetten. Ze lijken vernieuwend op te treden, omdat de Arbo-wet niet over stress spreekt. Het wordt dus tijd voor een kollektieve benadering van de arbeidsstress. Stress ligt immers opgesloten in de moderne organisatieprincipes van de produktie. In elke sektor heersen kwaliteitsprojekten die de arbeid er niet menselijker op maken. Hoewel we heel positiefdenken, spreken we toch maar van een 'anti-stress pakket'. Per situatie uit te werken, maar met bijvoorbeeld als gemeenschappelijke elementen:

  • geen overwerk, geen jaagsystemen, geen prestatiebeloningen;
  • voor werkzekerheid, voor permanente scholing in bedrijfstijd, voor veiligheid en gezondheid aan de bron van de produktie, voor bescherming van de privacy bij afwezigheid door ziekte;
  • voor optimale bezetting van de ploegen, teams en afdelingen, voor vervanging bij ziekte of andere afwezigheid, voor vrije opname, van snipperdagen of andere vrije dagen;
  • voor uitbreiding van de autonomie op de arbeidsplaats enzovoort.

Zoals de gewenste atv zal ook een dergelijk pakket ons niet geschonken worden. Arbeidsstress is een groot probleem. We kunnen doen alsof onze neus bloedt en de kwaliteit van de arbeid aan de markt, deskundigen of de wetgeving overlaten. We kunnen schrikken van de eisen die noodzakelijk zijn en ze matigen of erover zwijgen. Wij kiezen ervoor ze konsekwent te benoemen en te proberen in diskussie te brengen. Een CAO kan er alleen maar door verrijkt worden. En laten we wel zijn, de kwestie van korter werken met meer mensen roept direkt de vraag 'wat voor werk?' op.

Hans Boot

Maatschappelijk nuttig werk

Elke diskussie over terugdringing van de werkloosheid met atv in de hoofdrol, komt terecht op uitbreiding van de werkgelegenheid via maatschappelijk nuttige aktiviteiten. De dreigende klussenekonomie voor werklozen is daarvan een ongewenst spiegelbeeld. Er is meer dan genoeg werk te doen. In de gezondheidszorg, in de sociale woningbouw, in de sanering van het milieu, in duurzame produktie-alternatieven enzovoort. Als de vakbeweging haar bestaan wil rechtvaardigen, liggen hier schone en nuttige initiatieven voor het oprapen.