nr. 64
dec 1994

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Migranten en werkloosheid

Getto-vorming op de arbeidsmarkt

Als er niks gebeurt, zullen de oude wijken in de grote steden binnenkort veranderen in gettoos, waarin slechts langdurig werklozen, junks en kriminelen wonen. Met dit schrikbeeld als argument wordt nu met de snelheid van een TGV een deel van de arbeidsmarkt als getto ingericht.

OMDAT HET AANTAL werklozen uit etniese minderheden drie tot zeven maal zo hoog is als het aantal autochtone werklozen besloten werkgeverorganisaties en vakbonden in 1990 tot een inhaalrace. In de Stichting van de Arbeid kwamen zij overeen voor 1995 60.000 extra banen voor allochtonen te scheppen. Waar en hoe dat precies moest gebeuren, was van later zorg. Nu 1994 bijna om is, kan met grote zekerheid gekonkludeerd worden dat die extra banen er niet zijn gekomen. De werkloosheid onder allochtonen is nog even hoog of hoger als vier jaar geleden en de achterstand is nog voor geen millimeter ingelopen. Ook de goed bedoelde projekten van de FNV als Kleurrijk Personeelsbeleid, studie- en scholingsbijeenkomsten en handleidingen voor cao-onderhandelaars konden hier weinig aan veranderen. Zelfs de aanstelling van speciale Bedrijfsadviseurs Minderheden (BAM'ers) bij de Regionale Besturen Arbeidsvoorziening hielp nauwelijks.

Kultuuromslag

Misschien dat de, op l juli van dit jaar, ingevoerde Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen (WBEAA) enig soelaas biedt. Werkgevers zijn nu verplicht te registreren hoeveel allochtonen zij in dienst hebben. Bovendien moeten zij een werkplan maken hoe zij een evenredig aandeel allochtone personeelsleden denken te realiseren. Die evenredigheid wordt vergeleken met het aantal allochtonen in de beroepsbevolking van de regio waar het bedrijf zijn personeel werft. Een bedrijf in Amsterdam moet daardoor meer allochtonen in dienst hebben dan een bedrijf in Drenthe.
Of de weigerachtige houding van werkgevers om het Stichtingsakkoord van 1990 uit te voeren nu door de WBEAA ineens zal veranderen, mag betwijfeld worden. Een enkele uitzondering daargelaten zullen werkgevers zich, ook de komende vijf jaar dat de wet voorlopig geldt, waarschijnlijk prima kunnen verschuilen achter het feit dat er domweg nauwelijks banen zijn. Ook bij een licht herstel van de ekonomie op korte termijn wordt een groei van de (tot nu toe gangbare) werkgelegenheid onwaarschijnlijk geacht.
Om werkgevers over de streep te trekken, is volgens vakbondsbestuurders en goedwillende politici als van Groen Links een kultuuromslag nodig. Zij doelen daarbij op een verbreding van het draagvlak onder personeel en managers om een multikultureel personeelsbeleid en daardoor een instroom van werknemers uit etniese minderheden mogelijk te maken. Als er heel veel tijd en energie in gestoken wordt en er vindt intensieve begeleiding van buitenaf plaats, zijn er wel wat resultaten te boeken. Dat laten het FNV-projekt Kleurrijk Personeelsbeleid bij Bruna, de Kinderopvang Haarlem en de Belastingdienst Rotterdam zien. Maar de werkelijke kultuuromslag vindt helaas buiten deze projekten plaats.

Prekaire sektor

Langdurig werklozen zijn voor een groot deel laag- of ongeschoold en onder hen zijn werklozen uit etniese minderheden oververtegenwoordigd. Voor een deel is dat te verklaren door het verschijnsel van de verdringing. De werkloze akademikus op de tram of in de haven is daar een voorbeeld van. Werklozen met meer scholing nemen de plaats in van mensen met minder of geen scholing. Voor een ander deel komt het doordat werk waarvoor weinig of geen scholing nodig is, verdwijnt naar lage-lonen-landen. En dan wordt het eenvoudige werk ook nog overgenomen door arbeidsbesparende machines. De meeste mogelijkheden voor laag- en ongeschoolden liggen in wat wel de 'prekaire sektor' van de ekonomie genoemd wordt. Hier komt bijvoorbeeld het door de kernbedrijven uitbestede werk terecht. De flexibiliteit is er het verst doorgevoerd en vaste banen tegen een normaal loon zijn het meest schaars. Hier zijn ook de grenzen met bijvoorbeeld illegale ateliers het meest vloeibaar. In de prekaire sektor gaat het vaak om kleinere bedrijven in de schoonmaak, tuinbouw, konfektie, horeka, kleinmetaal en detailhandel. De scherpe nationale en internationale konkurrentie zet de arbeidsomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden sterk onder druk. En het enige houvast dat werknemers in deze sektor vaak nog hebben - het wettelijk minimumloon - heeft te lijden onder voortdurende artilleriebeschietingen. De bodem moet uit het loongebouw, vinden werkgevers en hun zaakwaarnemers in wetenschap en politiek.

Koncessiestelsel

Het meest duidelijk waren de afgelopen tijd de professoren Van der Zwan en Entzinger. Zij willen in een bepaald deel van de ekonomie een koncessiestelsel invoeren. Daarmee bedoelen zij een soort vrijhandelszone, waarin allerlei wettelijke regels voor vestigingseisen van bedrijven en arbeidskontrakten versoepeld of afgeschaft worden. Bepaalde arbeidsvoorwaarden en cao-bepalingen gelden hier niet meer. "Binnen dit stelsel kunnen de arbeidskosten op een gerichte en gecontroleerde manier omlaag, waardoor het aantrekkelijker wordt laaggeschoold personeel in dienst te nemen", zo lichten de regeringsadviseurs hun bedoelingen toe ("Beleidsopvolging .Minderhedendebat", 14 juni 1994).
Hun koncessiestelsel is in eerste instantie bedoeld als middel om nieuw binnengekomen migranten, met name vluchtelingen en zij die komen voor gezinshereniging, goed te integreren in de nederlandse samenleving. "Bij gebleken succes van de formule is echter uitbreiding naar andere groepen denkbaar", zo schrijven Van der Zwan en Entzinger. En dat zij met hun idee sukses zullen hebben, leidt bij hen geen twijfel. "De relatief lage beloning binnen het concessiestelsel zal - indien de organisatie van concessiebedrijven van de grond komt - het voor werkgevers aantrekkelijk maken zoveel mogelijk banen binnen dit stelsel te plaatsen. Deze werking wordt ook beoogd. Vervalsing van konkurrentie met de reguliere arbeidsmarkt kan worden tegengegaan", aldus het hooggeleerde duo. Zij maken zich nog wel zorgen over de aanzuigende werking van nieuwe arbeidsmigranten. "In de huidige situatie echter dient het concessiestelsel naar onze mening re worden gereserveerd voor nieuwkomers die zich om andere dan arbeidsmarktredenen in Nederland vestigen."

Melkert

Dat de heren al zo snel sukses zouden hebben, hadden zij zelf niet kunnen dromen. Half november stuurde PvdA-minister Melkert zijn notitie "Dispensatie van het wettelijk minimumloon" naar de Tweede Kamer. Daarin pleit hij voor de mogelijkheid om de loonkosten van laagopgeleide werklozen (die dus vaak tot etniese minderheden behoren) met de helft te verlagen tot vijftig procent van het minimumloon. Werklozen die een jaar als werkzoekende staan ingeschreven bij het arbeidsburo kunnen als het aan het kabinet ligt vanaf l januari 1996 maximaal twee jaar in dienst worden genomen tegen een loon dat op zijn minst zeventig procent van het minimumloon bedraagt. In deze periode van twee jaar kan de werkgever bovendien premievrijstelling krijgen volgens de Wet bevordering arbeidsinpassing, wat hem nog eens twintig procent van het minimumloon uitspaart. Kostwinners die beneden de bijstandsgrens uitkomen, kunnen dan bij de Sociale Dienst een aanvulling krijgen.
De werkgevers juichten en de FNV bij monde van Lodewijk de Waal was woedend. De Waal zag dit voorstel als de "definitieve introduktie van de 'working poor' in Nederland". Werkgevers gaan volgens hem het personeel in de lagere funkties ontslaan en vervangen door goedkope langdurig werklozen. Bovendien verwachtte de federatiebestuurder niet dat veel langdurig werklozen hierdoor een baan zullen krijgen. "Als de maatregel na twee jaar afloopt worden deze werknemers in één klap honderd procent duurder en zullen dus snel weer op straat staan." (NRC Handelsblad, 15 november 1994)

Wellicht atv

Het koncessiestelsel en de dispensatie van het wettelijk minimumloon zijn in feite logiese voortzettingen van een ontwikkeling naar een tweedeling in de ekonomie. En zij versterken die tweedeling op hun beurt weer. Een nabije toekomst met echte gettoos in de steden wordt er in ieder geval niet mee tegengegaan. Integendeel, de laaggeschoolde langdurig werklozen krijgen steeds meer een aparte status en krijgen hun getto sneller dan zij dachten: op de arbeidsmarkt. Hadden we voor dit soort politiek niet dat beschamende nederlandse woord dat zo lang furore maakte in Zuid-Afrika?
Het ziet er niet naar uit dat de werkloosheid onder allochtonen snel zal afnemen. En waar die afneemt, zullen werkloze allochtonen eerder veranderen in de amerikaanse 'working poor' van Lodewijk de Waal. Het perspektief van onderbetaalde slechte banen in een rechteloze positie is misschien wenkend voor veel werkgevers. De betrokkenen zelf zullen er waarschijnlijk alleen maar instappen als ze ertoe gedwongen worden. Het alternatief voor deze hele ontwikkeling moet gezocht worden in de richting die Martin Spanjers, voorzitter van de Dienstenbond FNV, onlangs schuchter aangaf (NRC Handelsblad, 15 november 1994). Volgens hem kunnen bedrijven en overheidsinstellingen een grotere vraag naar arbeid alleen ontwikkelen door meer innovatie, vooral van verkoopbare produkten. En "wellicht door verdere arbeidstijdverkorting voor met name lager opgeleid personeel". Hoezo wellicht?

Jeroen Zonneveld


Geregistreerde werkloosheid van enige groepen in percentage van de beroepsbevolking (1993)

Autochtonen 5,4
Marokkanen 36,0
Turken 32,0
Antillianen20,0
Surinamers 16,0

Bron CBS, Enquête Beroepsbevolking, geregistreerde werkloosheid, Heerlen 1994.