nr. 64
dec 1994

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Vierdaagse

De lange mars om de tijd

De vierdaagse werkweek wordt wel gezien als de 'natuurlijke opvolger' van de vijfdaagse die begin jaren zestig doorbrak. Met name de Vervoersbond FNV is er een warm voorstander van. Maar dan wel geleidelijk ingevoerd door de jaarlijkse uitbreiding van het aantal roostervrije dagen. Zonder koopkracht in te leveren zou rond de eeuwwisseling een week nog maar vier werkdagen kennen. Dat klinkt mooi, maar is nog ver weg, met op de korte termijn nauwelijks meer banen. Laten we eens kijken naar de tot nu toe opgedane ervaringen.

IN 1992 HEEFT het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een eerste balans opgemaakt. Het aantal bedrijven is nog klein. Opvallend is dat de bedrijfstijd gemiddeld 15 procent langer bleek. Dat heet "een optimale benutting van kapitaalintensieve produktiemiddelen". Bijna overal betrof het een deel van het personeel: "het uitvoerend werk". Uitgezonderd werden het kantoorpersoneel en de hogere regionen. Meestal bleven loon en toeslag voor overwerk gehandhaafd. In 54 procent van de onderzochte bedrijven werden de atv-dagen ingeleverd voor de vierdaagse werkweek. Bij 75 procent vond een geringe arbeidstijdverkorting plaats. Het ziekteverzuim werd er niet minder door, evenals de omvang van de uitzendarbeid en het overwerk. De werkgelegenheid nam in meerderheid toe, maar of dit een effekt was van de ingevoerde 'vierdaagse' kon niet vastgesteld worden.

KBB wint flexibilisering

De balans kent dus plussen en minnen. Duidelijk is in ieder geval dat door verlenging van de arbeidsdag - tot 9,5 uur, zoals bij Scania - de behoefte aan hersteltijd toeneemt. Van de avonden blijft niet veel over en de vijfde, vrije dag is vooral een dag om bij te komen.
Hoe zit dat bij de vierdaagse werkweek van 35 uur bij het KBB-koncern (onder andere Bijenkorf, Hema en Praxis)? Datum van invoering is l februari 1995. Zowel de Dienstenbond FNV als de KBB-direktie spreekt van een 'win-win-situatie'. Bij nadere beschouwing is er een akkoord 'op maat' te zien. De 35 uur geldt voor fulltimers op jaarbasis (was 36 uur), met maximaal zes weken per jaar vijf dagen van acht uur, vooral in de drukke decembermaand. De rest van het jaar vier dagen van acht uur, maar dan wel om de week de koopavond en zaterdagmiddag. Die drukke uren tellen voor 150 procent. Er komt geen vaste vrije dag, de inroostering is niet vrij. Kortom, 'win-win' betekent flexibilisering van de arbeidstijd, toegespitst op de drukke tijden. Hierdoor zullen er minder hulpkrachten nodig zijn en dat is volgens de direktie beter voor de service. De bond verwacht dat zo de hoge werkdruk aangepakt kan worden, minder inwerken en steeds andere mensen. Voor de fulltimers (een minderheid) blijft in 1994 het loon gelijk, in 1995 is er een eenmalige uitkering van 250 piek. Bij de huidige prijsstijging is dat een verlies van koopkracht. De hulp- en deeltijdkrachten gaan er minder op achteruit. Hun uurloon wordt met 2,5 procent verhoogd, in vijf jaar wordt de rechtspositie van hulpkrachten gelijk aan de parttimers. Wat de bond betreft, kunnen de scholieren weer achter de boeken plaatsnemen. Mijn buurmeisje noemde dat al 'broodroof', over de bond was ze niet zo te spreken.
Het kantoorpersoneel gaat ook gemiddeld 35 uur per week werken, maar blijft dat in vijf dagen doen, zij krijgen zes kollektieve vrije dagen. Het hoger personeel gaat naar een CAO à la carte. Alle gewerkte uren boven de 35 uur per week kunnen worden opgespaard voor vervroegde uittreding of een flexibel pensioen. Over uitbreiding van de werkgelegenheid is niets vastgelegd.
De Dienstenbond rekent op 400 tot 500 extra banen, vooral grotere deeltijdbanen.

Lange dagen bij DAF

Nog een paar voorbeelden. In het afgelopen voorjaar is bij V&D een bijna identiek akkoord afgesloten. Met dien verstande dat de direktie de garantie heeft gegeven dat 750 boventallige werknemers in ieder geval tot begin 1996 aan het werk kunnen blijven. V&D boert heel goed, maar de vierdaagse werkweek heeft hier slechts het tijdelijke effekt van behoud van werkgelegenheid.
Bij de banken waar de winsten nauwelijks te tellen zijn, zien de direkties niet veel in een vierdaagse werkweek. De bonden, oog in oog met de dreiging van massa-ontslagen, willen een vierdaagse werkweek binnenhalen in ruil voor vier jaar nullijn. De werkgevers vinden dat te duur en bieden liever loonsverhoging dan verkorting van de werktijd. Over een algemene atv valt niet te praten. Het parool luidt: flexibilisering van de arbeidstijd en verlenging van de bedrijfstijd.
In Eindhoven bij DAF schommelt de werkweek met de konjunktuur. Uitgangspunt vier dagen van negen uur, maar het kunnen ook drie of vijf dagen zijn. En het gaat beter bij DAF: dus werkweken van 45 uur. De extra gemaakte uren worden gespaard om later op te nemen.
Bij NS hebben machinisten en kondukteurs na een staking, juni jongstleden, met een vrijwillige deeltijd bereikt dat het gedwongen 'overkompleet' voor een halfjaar van de baan is. Zo'n 700 mensen gaan vier dagen werken. Wel wordt daar 8 procent loon voor ingeleverd. Inmiddels heeft de praktijk uitgewezen dat er personeelstekorten ontstaan. De NS-direktie probeert nu de invoering van de vierdaagse werkweek te vertragen door alle kondukteurs en machinisten opnieuw in te roosteren.

Hoogspanning

Hoewel dit overzichtje niet kompleet is, wordt het beeld duidelijk. Het KBB-voorbeeld is nog het meest gunstig. Maar ook hier draait het om 'meeschommelen met de drukte'. Voor het overige worden met de vierdaagse werkweek vooral ontslagen voorkomen in ruil voor werk onder hoogspanning. Hoe begrijpelijk noodsprongen ook lijken, de progressieve mogelijkheden van een vierdaagse werkweek van maximaal acht uur per dag worden ermee om zeep geholpen. Nog even en ook de vierdaagse werkweek komt in een verdomhoek, zeker als de zaterdag (Akzo Nobel!) en wie weet ook de zondag een normale werkdag worden. Dat de werkgevers hun poot stijf houden, is simpel een bevestiging van hun belangen. Dus geen reden tot verbazing. Die reden is er wel bij een beleid van de vakbeweging, waarin die onwil beloond wordt met maatwerk, loonoffers en langere werkdagen. Ver-baas-ing van de vakbeweging?

Hans Hekking

De havens

In de havens is helemaal niets te merken van een vierdaagse werkweek. Het personeelsbestand verschrompelt en via regelingen gaan ouderen eruit. Overigens zonder tegenzin. Tegelijkertijd komt de bestaande atv in gevaar.
De werkgevers willen 'moderniseren' en de vast ingeroosterde atv-dagen flexibiliseren. Dat wil zeggen: ze kunnen alleen opgenomen worden, als er geen werk is. Geen 'win-win'-situatie. Met de rug tegen de muur is de ruil: geen gedwongen ontslagen, behoud van de prijskompensatie en geen aantasting van de bestaande lonen (in de haven is er geen verschil tussen lonen van vaste werknemers en ingehuurde arbeidspoolers).
Weliswaar heeft er in de afgelopen jaren een gigantiese produktieverhogtng plaatsgevonden, maar door de scherpe konkurrentie lussen de bedrijven (niet alleen met Antwerpen of Hamburg) is het rendement met dezelfde vaart gedaald.