DE MAKERS VAN DE PUBLIEKE OPINIE zijn hardleers. Vooral in het begin van de ambtenarenakties voeren de media mensen op, die als profeten van de 'gewone burger' vertellen dat die kantoorpikken staken terwijl ze nooit werken.
Er zijn inderdaad ambtenaren die in de frontlinie staan van de regeringspolitiek en het vele boze nieuws bij de burgers in praktijk moeten brengen. Ook zij werken hard, maar hun positie brengt nu eenmaal mee dat ze het vuile werk van de staat moeten opknappen.
De managers zijn hardleers, als ze wijzen op de zekerheden en voorrechten van het ambtenaarschap. Voorzover daar sprake van zou zijn, kan het gezien worden als een fooi voor het letterlijk en figuurlijk vuile werk. Van deze genoegdoening is echter niet veel meer over. Privatisering, verzelfstandiging, ontslagen, met minder mensen meer werk en arbeidsongeschiktheid horen bij de ambtenarij als Rottenberg bij Vreeman. En het restje 'voorrechten' dat hier en daar nog over is, trachten de overheidenen in 1993 definitief op te ruimen.
De politici zijn hardleers, als tot in den treure herhaald wordt dat een schuldenlastige overheid geen loonsverhoging kan betalen en dat ambtenaren zich mede schuldig moeten voelen. Tegenover deze kokkiaanse logika staan sprekende cijfers uit 'onverdachte' bronnen. In de eerste plaats meldt begin juni van dit jaar het Centraal Bureau voor de Statistiek dat in de afgelopen twaalf jaar de lonen van de ambtenaren aanzienlijk zijn achtergebleven bij die van hun kollegaas in de dienstensektor en industrie. De stijging is respektievelijk: 1,3 procent, 3,2 en 3,5 procent. In de tweede plaats blijkt uit een recent onderzoek van het Centraal Planbureau dat vanaf 1976 de gemiddelde loonstijging in de EG ruim 300 en in Nederland 100 procent bedroeg. "In geen van de ons omringende landen heeft een vergelijkbare loonmatiging plaatsgevonden." Het Financieele Dagblad (10-04-1993) betrekt in deze berekeningen de inflatie en de stijging van de koers van de gulden en konstateert: "Ook uitgedrukt in guldens zijn de lonen in andere landen sterker gestegen dan de 100% in Nederland." En dan te weten dat de 2,5 procent looneis van de ambtenaren slechts overeenkomt met de geschoonde prijskompensatie.
De publieke opinie is zo gek nog niet en is de hete herfst van 1983 nog niet helemaal vergeten. Ook toen bleken ambtenaren voor het openbaar vervoer, gas, water en elektriciteit te zorgen, de vuilnis en bruggen op te halen, de straten en rioleringen (schoon) te maken, branden te blussen, in de havens en gezondheidszorg te werken en al dat andere maatschappelijk zeer noodzakelijke werk te doen.
Als de stakingen en andere akties van het voorjaar van 1993 één ding duidelijk hebben gemaakt, is het wel dat een ambtenaar een 'gewone' en ook nog onmisbare arbeid(st)er is die vaak zwaar en vooral stressvol werk verricht. Zo zijn bijvoorbeeld bij de reiniging, tram, metro en brandweer velen voor hun vijftigste afgewerkt. Vandaar hun eis voor het behoud van het zogenaamde funktoneel leeftijdsontslag.
De felheid van met name de akties van de gemeenteambtenaren komt niet alleen voort uit het dreigende koopkrachtverlies, hun verslechterende arbeidsomstandigheden en sociale positie voeden hun woede evenzeer. Kompromisbereide bondsbestuurders spelen dan ook hoog spel. Totale inwilliging van de eisen houdt immers een 'nullijn' in, namelijk behoud van de - eerder al aangetaste - rechten.
Zoals zo vaak bij vakbondsakties in één sektor of bedrijf kijken de andere bonden toe. Tot nu toe wordt de broodnodige solidariteit niet georganiseerd. De ambtenaren lijken op eigen kracht aangewezen te zijn. Te hopen is dat uit 1983 twee lessen getrokken worden:
1. Ambtenarenstrijd treft altijd de burger en leidt tot ideologiese strijd om de publieke opinie. Akties zullen zich dan ook zo veel mogelijk op de werkgever moeten richten. Bijvoorbeeld onder het motto: leg het vuil waar het hoort, en bewijs de burger kosteloze diensten.
2. Hoe verdeeld de overheidsstrukturen en onderhandelingen ook mogen zijn, de macht is gecentraliseerd bij de 'haagse geldgever'. Afzonderlijke druk op delen - bijvoorbeeld op de gemeentebesturen - is één machtsmiddel. Gezamenlijke en gelijktijdige -bijvoorbeeld gemeentenbrede - akties zijn een gecentraliseerd machtsmiddel.
We schrijven dit 18 juni 1993. Wie dit over een dag of tien leest, weet meer. In Amsterdam hebben we dan een vakbondskafee achter de rug, waar onder andere solidariteitsakties aan de orde zullen komen.
Redaktie