|
nr. 107 juni 2002 |
Solidariteit
Arbeidsbemiddeling, een commerciële bedrijvigheidDe coach aan het stuurOnlangs, in het televisieprogramma van de VPRO "Onbemiddelbaar, vergeet het maar", deelde Vermeend, toen nog minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, droogjes mee dat iemand die arbeidsongeschikt is gewoon kan werken. Gegeven de commercialisering van de bemiddeling van werklozen is dit geen terloopse opmerking. Op het gebied van de Arbeidsvoorziening is immers heel wat aan de gang.Met ingang van 1 januari 2002 zijn de voormalige uitkeringsorganisaties als GAK, CADANS en USZO gezamenlijk verder gegaan onder de naam Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen: UWV. Dit is het resultaat van de wet SUWI - Structuur Uitvoering Werk en Inkomen - die regelt hoe de werknemersverzekeringen en de arbeidsvoorziening worden uitgevoerd. De gedachte achter deze wet omschreef Kok in de aanloop van zijn tweede kabinet als 'werk boven inkomen'. Daarmee kreeg het begrip 'reïntegratie' de betekenis van terugleiding van arbeidsongeschikten en bijstandsgerechtigden naar de arbeidsmarkt. Commerciële reïntegratiebedrijven werden daarmee belast. De uitvoering van de uitkeringsregelingen bleef bij publieke instanties, onder de hoede van het Centrum voor Werk en Inkomen, CWI. Centrum voor Werk en InkomenHet CWI komt in de plaats van de oude structuren van Arbeidsvoorziening, waaronder de arbeidsbureaus. Verspreid over het land komen er uiteindelijk 131 Centra voor Werk en Inkomen. Ze vormen een 'front office', het veel besproken 'één loket' waar werkzoekenden belanden voor een andere baan en voor de aanvraag van hun uitkering. Ook mensen met een bijstandsuitkering moeten voortaan naar een CWI. Wel blijft de sociale dienst verantwoordelijk voor de beoordeling of iemand voor een uitkering in aanmerking komt, de 'claimbeoordeling'. De Centra voor Werk en Inkomen nemen publieke taken over van de Arbeidsvoorziening, de oude uitvoeringsorganisaties en de gemeenten. Behalve als arbeidsbemiddelaar voor werklozen/werkzoekenden en werkgevers ('activering en controle'), functioneert het CWI als doorgeefluik. De uitkeringsaanvraag wordt verzorgd, gegevens over WW en Bijstand worden verzameld en getoetst en doorgespeeld naar UWV of sociale dienst. Zoals de naam aangeeft, verzorgt het UWV de werknemersverzekeringen. Bijvoorbeeld de WW, WAO en Ziektewet. Beoordeeld worden het recht op een uitkering, de hoogte en de duur; uitkeringen worden verstrekt en premies geïnd. Daarnaast is het UWV verantwoordelijk voor de reïntegratie van arbeidsongeschikten die geen werkgever meer hebben en van werklozen. Daartoe schakelt UWV private reïntegratiebedrijven in. BemiddelbaarheidBij hun eerste aanvraag voor een werkloosheids- of bijstandsuitkering dienen mensen zich dus bij een CWI te melden. Daar worden zij - vergeef mij het vreselijke woordgebruik - via een KWINT, een 'kwalificerende intake', beoordeeld op hun mate van bemiddelbaarheid. Dat gebeurt door een indeling in vier fasen: Fase 1 - goed bemiddelbaar en in staat zonder financiële ondersteuning binnen een redelijke termijn via bemiddeling werk te vinden. Fase 2 - minder goed bemiddelbaar, maar in staat met enig ondersteuning in de vorm van scholing of subsidie binnen een jaar aan werk te komen. Fase 3 - op een zodanige afstand tot de arbeidsmarkt dat weinig kans bestaat op reguliere arbeid, tenzij via ander werk of via scholing voldoende kwalificaties verworven worden. Fase 4 - niet bemiddelbaar. Of iemand bemiddelbaar wordt geacht, hangt af van leeftijd, opleiding en ervaring. Ook factoren als motivatie, zelfstandigheid en flexibiliteit zijn in de fasebepaling van invloed, evenals geestelijke, sociale en fysieke beperkingen. Werkzoekenden ingedeeld in fase 1 worden verondersteld snel werk te vinden. Zij hebben zoals dat heet, een kleine afstand tot de arbeidsmarkt. Deze kan snel toenemen, aangezien werk vinden lastiger wordt naarmate de werkloosheid langer duurt. Er gaan overigens stemmen op deze groep werklozen direct naar werk te begeleiden door het CWI, omdat de ervaring leert dat gedurende het eerste half jaar de kans op succes groter is dan daarna. De commerciële bemiddelingsbedrijven richten zich op mensen die in fase 2 en 3 zijn beland. Gemeenten en uitvoeringsorganisaties kunnen deze activiteiten inkopen. Voor werklozen die onbemiddelbaar zijn verklaard, fase 4, wordt gezocht naar gesubsidieerd werk. Daarin zijn meestal de gemeenten nauw betrokken, vooral omdat het verricht wordt met behoud van uitkering of wordt bekostigd uit uitkeringsgelden. Commerciële bemiddelingOok in het advies van de SER over de WAO en in de wet Poortwachter die sinds april van dit jaar van kracht is, nemen de commerciële bemiddelingsbedrijven een belangrijke positie in. Een onderzoek door FNV Bondgenoten laat zien dat deze bedrijven er een potje van maken. De resultaten zijn pover en de snel verstuurde rekening aan de uitkeringsorganisaties is hoog. Jaarlijks gaat er voor bij- en omscholing zo'n 250 miljoen euro om. De bond stelde een zwartboek samen op basis van zeshonderd interviews met leden die ervaring hadden opgedaan met reïntegratiebedrijven. Dat leverde tientallen klachten op. De bemiddelaar beloofde veel, maar deed weinig. De bemiddeling betrof werk waarvoor niet was opgeleid. Het eerste gesprek vond na een half jaar plaats, daarna bleek er weinig gedaan te kunnen worden. Geld voor bij- of omscholing ontbrak. Enzovoort. In NRC Handelsblad (16 februari 2002) wordt uitvoerig ingegaan op één van die bedrijven, het opleidingsinstituut Computerij, inmiddels overgenomen door Serin, dat werkzaam was in de branche van de informatie- en communicatietechnologie. Gekoppeld aan de belofte van een stageplaats en een baangarantie werd voor een cursus ruim 10.000 euro gerekend. Slechts voor een enkele deelnemer lukte dat, met als gevolg dat in het totaal meer dan 80.000 euro weggegooid bleek. In mijn vroegere werk als 'reïntegratieconsulent' regende het klachten over Serin, vooral van allochtone cursisten. Ze werden kritisch of lastig gevonden of kregen te horen dat hun Nederlands of Engels onvoldoende was. Bij navraag bleek Serin te willen stoppen, terwijl de betreffende cursisten eerder binnengehaald waren om het project 'vol' te krijgen. Voor anderen die de eindstreep wel haalden, moest de consulent - ondanks de baangarantie - alsnog werk zien te vinden. Later bleek me dat de cursisten zelf achter de stageplaatsen aan moesten. Ze zochten bedrijven via advertenties of anderszins. Uit de gezamenlijke resultaten werd een lijst geconstrueerd van mogelijke stagebedrijven die daarna opnieuw door de cursisten benaderd moesten worden. Werd een stageplaats binnengehaald, bracht het instituut rustig zo'n 450 euro als stagevergoeding in rekening. Er is dus veel te verdienen voor reïntegratiebedrijven, de raming voor dit jaar bedraagt ongeveer 1,2 miljard euro. PrestatiebudgetHet uitgangpunt 'werk boven inkomen' moet gerealiseerd worden door wat genoemd wordt een 'sluitende aanpak'; iedere uitkeringsgerechtigde komt in één of ander traject terecht. Als werkzoekende klant krijgt hij of zij een persoonlijke begeleider toegewezen, een coach. Van die coach wordt het volgende verwacht. Hij denkt mee, maar beslist niet wat goed is voor de klant. Samen vormen ze een tandem, waarbij de coach stuurt en zo nodig bijstuurt. Hij laat zien wat de sterke kant is van de klant, maakt duidelijk dat de klant iets kan betekenen voor de maatschappij, reikt 'carrièreankers' aan en brengt de klant tot zelfinzicht en zelfredzaamheid. Dat laatste moet ertoe leiden dat in de toekomst een begeleider niet meer nodig is. Nog los van het moderne paternalisme en het gegeven dat ook de coach de arbeidsmarkt niet bepaalt, wordt van de tandembestuurder verwacht dat hij of zij scoort in een beperkt aantal uren en met een beperkte hoeveelheid middelen. Snel, efficiënt en met een hoog rendement zorgen dat de bijrijder aan het werk komt. Lukt dat niet, dan geen bonus of slechts een gedeeltelijke betaling; een zogenaamd prestatiebudget. Aan twee kanten wordt er dus gejaagd, waarbij papieren resultaten voortdurend op de loer liggen. Vermeend gaf daarvan voor de televisie een niet vrolijk stemmend voorbeeld. Ter sprake kwam een Chinese vrouw die arbeidsongeschikt was geworden. Vermeend had net een contract afgesloten met Horeca Nederland over duizend banen. En geloof het of niet, hij was van mening dat de vrouw prima geschikt was voor een baan in de keuken van een Chinees restaurant. Op papier was dus de oplossing al gevonden. De vrouw werd één van de duizend en de subsidie lag klaar. Een bemiddelingsbedrijf kon voor enige scholing zorgen - fysiek zwaar werk onder hoge druk - en vanwege een mogelijk snelle plaatsing een bonus incasseren. FictiesHet zit er dik in dat na de verkiezingsoverwinning van politiek rechts de commerciële druk op de arbeidsbemiddeling en reïntegratie zal toenemen. Voor de uitkeringsgerechtigden zal dat betekenen 'meedoen of gekort worden'. De vraag of een 'publiek herstel' mogelijk is, wordt voorafgegaan door de vraag 'werkten de oude arbeidsbureaus dan zo slecht'. Bij alle traagheid en fouten, domineerde bij de toenmalige consulenten het besef dat het om mensen ging, om de publieke zaak. En dus niet om het financieel gewin. Bij de plaatsing werd gezocht naar een reële baan en vaak geprobeerd rekening te houden met de wensen van de werkzoekenden. Vlak voor de privatisering werd overigens het hoogste percentage van geslaagde bemiddelingen van langdurig werklozen gehaald. Een gevolg van de ontstane, goede samenwerking tussen Centrum Vakopleiding, Sociale Dienst en arbeidsbureaus. Nu loopt dat centrum leeg, omdat de uitkerende instantie beslist over een opleiding en dat doet op basis van de laagste kosten. De huidige situatie barst van de ficties. Als de werkzoekende klanten dat ene loket voorbij zijn, staan er tientallen loketten van reïntegratiebedrijven te wachten. Ze lijken koning te zijn, maar zijn een nummer in een kavel en worden geveild aan het laagst biedende bedrijf. Ze lijken zelf beslissingen te kunnen nemen, maar weigering van een baan leidt tot korting van de uitkering. En behalve dat de persoonlijke begeleider het stuur in handen heeft, wordt deze coach gestuurd door de economische conjunctuur, de regels, de premies, het budget en de grote pot met geld die te verdienen is. Klantgerichter? Mijn vroegere hoogste baas had het in een uitbarsting van woede allemaal al uitgelegd: "Een ontslagen ambtenaar is goedkoper en neemt minder ruimte in." Ton Dijkstra |