nr. 107
juni 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Ondernemingsraad, verguisd en geprezen - inventarisatie

Contact met de achterban, daar draait het om

Wat is een goede ondernemingsraad? Er is al jarenlang kritiek, maar de ondernemingsraad bestaat (nog steeds) en heel wat vakbondsleden zijn daarin betrokken of actief. Is dit medezeggenschapsorgaan wel nodig of kun je elke organisatievorm (de feestcommissie bijvoorbeeld) gebruiken, zolang deze maar bestaat uit politiek bewuste mensen die werknemers weten te mobiliseren en voor hun belangen opkomen? Wat zal dan een verbetering van de Wet op de Ondernemingsraden uitmaken? Heb je adviesrecht nodig om een jaarrekening van de Raad van Bestuur (met gewichtige handtekening van een frauduleus accountantskantoor) aan flarden te schieten of de hemel in te prijzen? Wat moet een ondernemingsraad met een prijs voor het mooiste jaarverslag als je eigen vakbond zonder alternatief de kapitalistische saneringsdrang ondergaat?

En toch werken duizenden werknemers serieus in die ondernemingsraad. Ze scholen zich, discussiëren, bikkelen en behalen wisselende resultaten. De ene ondernemingsraad weet te verhinderen dat het bedrijf verkocht wordt aan een 'slokop', de ander zit te pielen op de vraag of het vakantiegeld gebruikt mag worden om de spaarloonpremie te betalen. (Neen, sukkel, dat mag niet, want dan krijg je ruzie met de belasting.)

We zijn met ondernemingsraadsleden gaan praten. Wat is naar hun idee een goede ondernemingsraad? Sommigen waren direct bereid zelf een stukje te schrijven.

Samen met de collega's

"Alle kwesties aan de lijn doorpraten." Voor Tjark Mulder, voorzitter van de ondernemingsraad bij Philips in Hoogeveen, is ruggespraak met de achterban een absolute voorwaarde voor medezeggenschap.

De productie van koffiezetapparaten en stofzuigers werd op gezette tijden danig verstoord door ondernemingsraadsleden die beslist aan de lopende band met de collega's wilden praten. De bedrijfsleiding vroeg of dat niet anders kon. Sindsdien zitten ze in groepjes boven, want de ondernemingsraad staat pal voor een intensief contact met het personeel.

Tjark: "Wij willen geen aanhangsel van de directie zijn. Het poldermodel is het verlengde van het lobbycircuit van ondernemers. Wij hebben alleen maar last van de voorgekookte en voorgekauwde stellingnamen die daar vandaan komen. Er is hier een sterke cultuur van solidariteit ontstaan."

Dat heeft niet kunnen verhinderen dat Philips de productie verplaatst van Hoogeveen naar Polen. Van de 1.200 werknemers in 1997 zijn er nog 418 over en eind 2003 resteren 125 mensen in een soort ontwikkelcentrum. Volgens Mulder is dat slechts een poging van Philips om de stemming te verzachten bij de onderhandelingen over een sociaal plan. "Het ontwikkelcentrum is over twee jaar ook dicht", kondigt hij aan.

Het resultaat van het werk van deze op de basis gerichte ondernemingsraad is helaas niet meer dan een goed doortimmerd sociaal plan. Mulder vergelijkt het met een plan dat elders bij Philips is afgesloten. "Wij hebben wel wat meer dan twee A-viertjes."

Wat Tjark dwars zit, is dat door het weifelende optreden van de bonden de sfeer van solidariteit aan het wankelen is gebracht. "De vakbonden zijn zich er nog niet van bewust dat ze hard in moeten zetten. Ze moeten eens goed wakker geschud worden! Ze waren voortdurend in de war over de keuze tussen een bedrijfsledengroep of ondernemingsraad. Dat hebben we in Hoogeveen nooit kunnen begrijpen. Je moet gewoon kiezen voor de meest radicale club."

Regelruimte

Ernst Timmer, begeleider verstandelijk gehandicaptenzorg, lid van de ondernemingsraad bij de Gemiva-SVG Groep in Zuid-Holland, schreef ons:

"Medezeggenschap is een stoffig woord geworden. Je denkt aan vergadertijgers, aan onleesbare nota's en aan gezever over punten en komma's. Wie aan medezeggenschap doet, heeft òf niets beters te doen, òf denkt zo sneller promotie te kunnen maken dan een ander. Opkomen voor de werknemer? Daar bezondigt niemand zich meer aan. De werknemer heeft het goed."

"Het is wel eens anders geweest. Er was een tijd dat de maatschappij veranderd moest worden, het inkomen rechtvaardiger verdeeld en de werknemer mondiger. De mensen die dat wilden, waren de pleitbezorgers van de medezeggenschap. Een werknemer moest mee kunnen denken en praten over de vorm en de inhoud van zijn of haar werk. Het werkvolk moest verheven worden. Eigenlijk was het niet alleen de bedoeling dat de werknemer iets te zeggen kreeg over zijn werk, hij moest milieubewust leven, de problemen in de derde wereld kennen en liefst ook een goed boek lezen.

Dit verzandde allemaal in de medezeggenschap die wij nu kennen. Ingewikkeld gesteggel over de uitvoering van de Arbo-wet, een adviesje hier, een instemminkje daar, een rituele dans over de begroting of het jaarverslag waarin een zinnetje staat dat de ondernemingsraad niet helemaal bevalt. Op de werkvloer zal het ze worst wezen.

Met andere woorden: de ondernemingsraad heeft een achterbanprobleem. Wie zich kandidaat stelt, wordt gewoon benoemd, want er zijn bijna nooit verkiezingen nodig."

"Toch heeft de werknemer wel interesse. Hij wil iets te zeggen hebben over het werk dat hij doet. In de maatschappij van automatisering is de regelruimte voor werknemers dramatisch afgenomen. Overal zijn protocollen voor en het barst van de voorschriften en instructies over arbeidsomstandigheden. Dat maakt het werk er niet leuker op. Het lijkt wel of de werknemer zelf niet meer deskundig is. Je bent verplicht te melden als je van de protocollen afwijkt. Je mag zelf geen oplossingen meer verzinnen.

Als de medezeggenschap een toekomst heeft, dan is het daar. Wat gaan we in de toekomst regelen met de baas? Als het aan mij ligt, gaan we er voor zorgen dat de werknemer meer over zijn werk te vertellen krijgt. Wat hij nodig heeft, is regelruimte. Weg met de knellende protocollen en instructies. Terug naar de vakbekwaamheid van de werknemer. De punten en komma's voor de ondernemingsraad, de regelruimte voor de werknemer. Daar gaat het om."

Professionalisering

"Ga nou niet allemaal zelf een briefje schrijven", begint Rob Kruse - zelfstandig adviseur/trainer - op een ongeduldige toon. "Ondernemingsraadsleden moeten ondernemingsraadsleden blijven. De ondernemingsraad is de politiek (gekozen vertegenwoordigers) en de secretaris is de ambtenaar. De leden moeten meer tijd hebben om zich te verstaan met het personeel, discussies te voeren met de achterban en hun beleid uit te dragen."

Rob is al twaalf jaar bestuurslid van de landelijke Vereniging van ambtelijk secretarissen voor de medezeggenschap (Vasmo), dus zijn antwoord op de vraag of een ondernemingsraad zich moet laten ondersteunen door professionals is niet erg verrassend. Hij was zelf jarenlang ambtelijk secretaris bij een instelling voor psychiatrie. Als komische noot vertelt hij dat daar de raad van bestuur enige tijd geleden de ondernemingsraad vriendelijk verzocht in zijn geheel op te stappen. De raad zou niet op zijn taak berekend zijn. Bij wijze van compromis moest in de schermutselingen die daarna volgden, de ambtelijk secretaris, volgens de directie de aanstichter van veel kwaad, het veld ruimen.

De vraag is of professionalisering de ondernemingsraad losmaakt van de kiezers of het personeel in het algemeen.

Kruse: "De medezeggenschapsprofs moeten een tactische rol hebben. Hoe bereik je iets? Welke middelen zet je in? Laat dat deel nou door vakmensen voorbereiden. Profs moeten heel goed op de hoogte zijn van de wettelijke mogelijkheden. Ze kunnen daardoor als coach optreden en soms de ondernemingsraad behoeden voor wilde stappen. In dat soort situaties moet de prof vanuit een objectieve positie kunnen zeggen: 'mag ik even?'. Wat mij betreft wordt het ambtelijk secretariaat uitgebreid en komen zijn taken en bevoegdheden in de wet te staan.

Professionalisering is onmiskenbaar een trend. De Vasmo had twaalf jaar geleden dertig leden en nu zeshonderd. Maar voorop staat dat de strategie voorbehouden blijft aan de leden van de ondernemingsraad. Het is daarbij van het grootste belang dat de ondernemingsraad zijn agenda niet laat bepalen door de raad van bestuur of de directie. Dat zal ongetwijfeld conflicten opleveren, maar ik heb geleerd daar op een zakelijke manier mee om te gaan. Bestuurders hebben nogal eens de neiging kritiek op te vatten als een persoonlijke aanval. 'Doen wij het niet goed?', klinkt dan verwijtend. Daar mag de ondernemingsraad zich niet in laten meeslepen."

Onafhankelijkheid

Ook Murat Sekercan, bestuurder bij FNV Bondgenoten, voorheen lid van een ondernemingsraad bij Ahold, reageerde schriftelijk.

"Veel ondernemingsraden zitten met vacatures. Een groeiend probleem dat veel te maken heeft met desinteresse van werknemers voor de medezeggenschap. We kunnen dat gerust één van de gevolgen noemen van de toenemende individualisering en vervaging van ideologische tegenstellingen. Een andere factor is de werkdruk; het werk van ondernemingsraadsleden moet overgenomen worden en door de toch al krappe bezettingen levert dat moeilijkheden op die mensen begrijpelijk liever uit de weg gaan."

"Een tweede probleem is de moeizame communicatie met de achterban. Mede door fusies en (transnationale) overnames wordt de afstand steeds groter. Hierdoor dreigen ondernemingsraden, zonder het te willen, een elitair gezelschap te worden dat veel in overleg is met de directie en nauwelijks met de achterban. Ze stellen zich open voor ideeën van de directie en raken de feeling met de werkvloer kwijt. Van controle op en beïnvloeding van het bestuur van de onderneming is dan steeds minder sprake. Met als gevolg dat ondernemers de ruimte krijgen eenzijdig de rol van de medezeggenschap te bepalen, dat behartiging van de belangen van werknemers op de achtergrond raakt en de invloed van vakbondsleden terugloopt.

Vooral bij grote ondernemingen is een streven naar professionalisering van de ondernemingsraad te zien. In plaats van de uitvoeringsproblemen (een direct werknemersbelang) krijgen dan de concurrentiepositie en het strategisch beleid de volle aandacht. Bij een dergelijke ondernemingsraad staat de vroegtijdige en bedrijfsmatige inbreng in de strategische beleidsvorming centraal. Aan de ene kant is een ondernemingsraad voor een werkelijke beleidsbeïnvloeding te weinig toegerust en aan de andere kant wordt de afstand tot de achterban groter. En juist beïnvloeding van het beleid vereist een intensief contact met de collega's.

Mijn ervaring is dat ondernemingsraden die kiezen voor een 'vakbondsmodel' minder los van de achterban en onafhankelijker ten opzichte van het management staan. Ze maken optimaal gebruik van vakbondsfaciliteiten, werken samen met vakbondsbestuurders en oefenen kritiek uit op de opvattingen van de directie. Een belangrijk vraagstuk in de bedrijfsorganisatie is immers hoe de monopoliepositie van de directie doorbroken kan worden, met name op het terrein van de ideologische beïnvloeding. Dan wordt een ondernemingsraad herkenbaar."

Blijven discussiëren

" Ik zou willen dat in een ondernemingsraad politiek bewuste mensen zaten." Zo luidt de opening van Harry Kappelhof, kraandrijver en lid van de ondernemingsraad bij Cargill in de Amsterdamse haven.

"Het instituut ondernemingsraad trekt mensen aan die waarschijnlijk op een soort ontslagbescherming uit zijn of een surrogaat vakbond willen spelen. Zeventig procent is lid van een bond. Ze doen er de bondsraad bij en zitten in de centrale en Europese ondernemingsraad. Die mensen zitten vol. Je ziet ze tijdens de vergadering ijverig in hun stukken bladeren, kennelijk bezig te lezen waar het over gaat. Ik denk dat slechts eenderde echt actief is. Aan zo'n ondernemingsraad zal het management zich geen buil vallen. En de bedrijfsleiding hoeft niet bang te zijn dat er initiatieven komen om de achterban te mobiliseren. Toch zal altijd de discussie aangegaan moeten worden."

"Ik zit ongeveer vijftien jaar in de ondernemingsraad en moet helaas vaststellen dat we op een laag niveau functioneren. Je zou wel eens een strategie willen bedenken vanuit de werknemerspositie en daaraan vasthouden. De directie blijft altijd zes stappen voor. We worden stelselmatig te laat geïnformeerd. Over strategische kwesties komen we niet te spreken. Het management weet het altijd zo te draaien 'dat het geen zaak voor ons is'.

We hebben een half jaar geen overleg gehad en in die tijd is er door het management een nieuw plan op touw gezet. Toevallig hoor ik daar van, omdat bepaalde dingen op de werkvloer gecheckt werden. Even toevallig loop ik iemand van een communicatiebureau tegen het lijf die me enthousiast vertelt dat het nieuwe plan breed gedragen wordt door de werknemers. Na enig getrek konden we nog veel recht zetten.

Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Het actieve deel van de ondernemingsraad is inmiddels heel goed geïnformeerd. We wisselen al dertig jaar informatie en ervaringen uit in onder andere een platform van ondernemingsraden in het Amsterdamse havengebied. We dringen door in de gemeenteraad van Amsterdam. Daar is een motie aangenomen die bepaalt dat bij uitbreiding van het havenwerk ontslagen Amsterdamse havenarbeiders voorrang hebben. Ook zijn we heel goed in staat gebleken werknemers te informeren van Europese bedrijven die door Cargill werden overgenomen. En we oriënteren ons voortdurend via scholing op de wereldwijde ontwikkelingen in de voedselindustrie."

Frans Geraedts