Welkom
Ingezonden
Solidariteit "ingezonden"

Over de broodnodige actualisering van Marx’ ''kritiek van de politieke economie''

Marx als 'tijdgenoot'

Rob Gerretsen

Afgelopen jaar verscheen een interessant nieuw boek van Michael R. Krätke.1 Daarin houdt hij een goed onderbouwd pleidooi voor een zeer noodzakelijke voortzetting, uitwerking en actualisering van het levenswerk van Marx. Van zijn ''kritiek van de politieke economie'', de ondertitel van Het Kapitaal. Krätke laat wel duidelijk merken dat degenen die zich aan deze onoverzienbare klus willen wijden, van zeer goede huize dienen te komen.

Hij heeft daarbij bepaald geen hoge pet op van de vele moderne 'marxisten' en 'hooggeleerde marxologen' die hij graag tussen aanhalingstekens benoemt. Niet voor niets heeft hij op de kaft van zijn boek een portret van Marx staan met het bijbehorende citaat van Marx “I am not a Marxist”.

Onvoltooid

Afbeelding omslag boek

Krätke heeft onder meer grote moeite met de te filosofische benaderingen van het werk van Marx en met de pogingen om dat in een hegeliaans jasje te wringen. Hij ontkent niet de dialectiek in het werk van Marx, maar geeft ook aan waar de grenzen daarvan liggen. Krätke stelt dat ook Marx die grenzen duidelijk zag bij de uitwerking van zijn sociaalwetenschappelijke analyse van de moderne economische verhoudingen.

Meermaals stelt Krätke in zijn boek dat Het Kapitaal niet af was en is, dat er onopgeloste problemen en witte vlekken zitten in Marx’ levenswerk. Nu is het niet zo’n vreemde bewering om te stellen dat Het Kapitaal niet voltooid is. Het is algemeen bekend dat Marx buitengewoon zelfkritisch was en steeds weer zijn eigen manuscripten en boeken wilde herschrijven en soms ook zeer grondig herzien. Het is evenzeer bekend dat het tweede en derde deel van Het Kapitaal niet door Marx zelf druk klaar zijn gemaakt, maar dat Engels - op knappe en integere wijze - deze delen heeft samengesteld op basis van de vele manuscripten, uittreksels en aantekeningen van Marx.
Ook heeft Marx zijn oorspronkelijke plan voor Het Kapitaal in zes delen niet kunnen afronden. Bovendien is de kapitalistische productiewijze in de loop van de afgelopen anderhalve eeuw aanzienlijk veranderd, ook al had Marx op basis van zijn diepe inzicht in de bewegingswetten en de dynamiek van het kapitalisme, vele ontwikkelingen al meer of minder gedetailleerd zien aankomen.
Helaas gaat Krätke maar zeer beperkt in op wat hij ziet als de witte vlekken en de onopgeloste problemen in Marx’ economie. Hij verwijst die door naar een ander nog te schrijven boek.2

Wezenlijk begrip

Krätke maakt duidelijk dat degenen die willen beginnen aan de gigantische taak van het ‘updaten’, aanvullen, uitwerken van Het Kapitaal natuurlijk allereerst het werk van Marx - en zijn methode, werkwijze, zijn 'plan' of 'project' - goed moeten begrijpen. Maar ook terdege thuis moeten zijn in de gehele geschiedenis van de politieke economie. Niet alleen in die van de tijd vóór Marx, maar ook die van belangrijke marxisten van de 'klassieke’ periode van het begin van de vorige eeuw.

Een belangrijk onderdeel van dat wezenlijke 'begrijpen' gaat over de drievoudige betekenis van het begrip ''kritiek van de politieke economie''. In de eerste plaats gaat het om een veelzijdige kritiek op het kapitalisme als systeem, op de moderne burgerlijke maatschappij. In de tweede plaats betreft het een kritiek op de vele theorieën over de politieke economie en op de moderne burgerlijke economische theorieën. In de derde plaats gaat het om een kritiek op alle schijnvormen van het kapitalisme. Waar niets is wat het lijkt, waar de wereld op zijn kop staat op basis van het warenfetisjisme en de vervreemding, waardoor het lijkt of ondernemers werkgevers zijn, waardoor menselijke verhoudingen verschijnen als een verhouding tussen dingen, enzovoort, enzovoort. Die schijnwereld zit ingebakken in het kapitalisme. Het arbeidsloon is er een voorbeeld van, omdat het daarmee lijkt of de arbeider voor zijn/haar arbeid beloond wordt (in een gelijke ruil) en dus niet wordt uitgebuit.

Brieven en artikelen

Portret van Friedrich Engels Een interessant thema in het boek van Krätke is zijn ruime aandacht voor het omvattende journalistieke werk van Marx, dat een eigen betekenis heeft, maar ook gelezen kan worden als voorstudies voor Het Kapitaal. Hetzelfde geldt voor de zeer vele brieven van Marx en Engels. Het gaat onder meer om het journalistieke werk van Marx en Engels voor de Rheinische Zeitung, de Neue Rheinische Zeitung, de Deutsch-Französische Jahrbücher en om het vele werk voor de New York Daily Tribune. Maar Marx en Engels hebben aan meer bladen meegewerkt, zoals aan de krant van de Chartistische beweging.
Krätke wijdt een deel van zijn boek aan een verdediging van Engels tegen verschillende kritieken op diens moeilijke werk om het tweede en derde deel van Het Kapitaal druk klaar te maken in een zo consciëntieus en begrijpelijk mogelijke vorm. Vooral de bewerking van het derde deel, op basis van veel stukken manuscripten, aantekeningen en uittreksels van Marx, heeft Engels zeer veel tijd en moeite gekost. Wij zijn nu in de gezegende omstandigheid dat er de afgelopen decennia in de MEGA-2 veel werk van Marx en Engels beschikbaar is gekomen, dat eerder onbekend was. Maar de MEGA-2 is nog steeds niet compleet.3

Het boek van Krätke, hoogleraar aan de universiteit van Lancaster in Groot-Brittannië, geeft in ieder geval veel stof tot nadenken over het werk van Marx en Engels. Het biedt inspiratie om verder te gaan op de zeer moeilijke en moeizame weg van meer begrip van en inzicht in een ''kritiek van de politieke economie'' van de hedendaagse kapitalistische productiewijze die het voortbestaan van de mensheid op het spel lijkt te zetten. Meer begrip van het moderne kapitalisme kan ons ook meer begrip geven voor de mogelijkheden van een socialistische maatschappij op wereldschaal.


1 Michael R. Krätke, Kritik der politischen Ökonomie heute; Zeitgenosse Marx, VSA: Verlag Hamburg, 2017. (terug)
2 In het recente nummer van Science & Society bespreekt Alex Callinicos de nieuwe Engelse vertaling van het manuscript van Marx van het derde deel van Het Kapitaal uit 1864-1865. Hij stelt daar: ''The critique of political economy stands before us, massive and unfinished but magnificent, like Michelangelo’s slaves in the Academia in Florence. It’s up to us to decide what use we make of it.” (terug)
3 Marx-Engels Gesamtausgabe. (terug)