welkom
extra
Solidariteit

Project "Door kritiek nieuwe perspectieven ontwikkelen"

Marktwerking - Commodificatieproces voor het kapitaal (5)

Sjarrel Massop

Het is een voortdurend streven van het kapitaal om de arbeidsproductiviteit te verbeteren. Gevolg daarvan is dat de arbeid uit het productieproces wordt gestoten. Daarvan is weer het gevolg dat de winstvoet de neiging heeft te dalen en loopt ook de absolute winst het risico om te dalen. Voor het kapitaal is het dus noodzakelijk om òf de productie uit te breiden, òf om meer en andere producten op kapitalistische wijze te produceren. Het zogenaamde commodificatieproces voor het kapitaal.

Dit is best een ingewikkelde kwestie die dan ook een uitleg behoeft die onvermijdelijk 'theoretisch' is. Voorbeelden zullen volgen in de volgende bijdrage in deze serie over de marktwerking.

Tendentieel dalende winstvoet

Om te beginnen het begrip winstvoet. Dit is de verhouding tussen enerzijds de gerealiseerde meerwaarde in een afzonderlijk productieproces en anderzijds het totale geïnvesteerde kapitaal. Voor alle zekerheid, eerder (343 - extra 1, 26 november 2017) heb ik al geconcludeerd dat slechts de levende arbeid in staat is meerwaarde te vormen.
Grafiek met gemiddelde winstvoet VS 1948-2013 Het geïnvesteerde kapitaal, in de omschrijving van de winstvoet, bestaat uit twee componenten. Het constante kapitaal C, dat zijn de machines, de gebouwen, de grondstoffen, enzovoort en het variabele kapitaal V, dat is de levende arbeid. C en V opgeteld, levert dan het totale geïnvesteerde kapitaal van een productieproces. Marx noemt dit de organische samenstelling van het kapitaal genoemd.
De winstvoet (p van 'profit') is dan de verhouding tussen de gevormde meerwaarde M en het totale kapitaal C+V. In een formule uitgedrukt: p = M/(C+V). Stel dat de arbeidsproductiviteit stijgt en er minder arbeiders nodig zijn ten opzichte van het constante kapitaal om hetzelfde productieniveau te bereiken en het aantal aangestelde arbeiders hetzelfde blijft, dan ligt het voor de hand dat het constante kapitaal C stijgt. De organische samenstelling van het kapitaal stijgt dus ook. Wanneer nu de totale meerwaarde ook gelijk blijft, dan daalt de verhouding tussen de meerwaarde en het totale geïnvesteerde kapitaal. Dus de winstvoet daalt, omdat het constante kapitaal stijgt.

In deel 3 van Het Kapitaal van Marx (inmiddels bijna geheel vertaald in het Nederlands, Marxistisch Internet-Archief. MIA) wordt in de Derde Afdeling de tendentiële daling van de winstvoet uit de doeken gedaan. Marx schreef Friedrich Engels dat hij van mening was dat deze vondst één van de belangrijkste is van zijn hele kritiek op de politieke economie. Concreet betekent het dat de winstvorming voor het kapitalisme stagneert door de verdere invoering van de technologie. Dat betekent dat het kapitaal de kapitalistische productie moet uitbreiden of dat ze nieuwe sectoren van de economie moet aanboren om deze ook aan de kapitalistische productie te onderwerpen. Dat is, nogmaals, het commodificatieproces voor het kapitaal.

Van gebruiks- naar ruilwaarde

Het onderstaande citaat van Marx uit het Manuscript van 1861-1863 biedt een goede introductie in dit commodificatieproces. Een toelichting volgt na het citaat.

Onder loonarbeid bevatten we alleen de vrije arbeid die zich tegen kapitaal ruilt, in kapitaal omzet en het kapitaal meer waarde geeft. Alle zogenaamde diensten zijn hiervan uitgesloten. Wat ook het overige karakter mag zijn, het geld wordt tegen de arbeid uitgegeven, niet voorgeschoten. Het geld is altijd alleen de ruilwaarde, als verdwijnende vorm, om een gebruikswaarde te pakken te krijgen. Zo weinig de koop van ‘waren’ om ze te consumeren - niet door de arbeid te consumeren - iets te maken heeft met de productieve consumptie vanuit het kapitalistische standpunt, zo weinig hebben de dienstverleningen te maken met de productieve consumptie die de kapitalist als privé persoon, buiten het productieproces van waren, consumeert. (Seite 71)1

Diensten, zegt Marx hier, zijn producten uit arbeid die geen ruilwaarde zijn maar een gebruikswaarde. Onze timmerman kan een tafel voor me maken en ook aan me verkopen. Wanneer deze transactie plaatsvindt, kan de timmerman winst maken als hij zzp'er is, maar ze levert geen kapitalist iets op, deze komt er niet aan te pas. Dat is anders, wanneer de timmerman in dienst komt van een baas waaraan hij zijn timmerarbeid verkoopt. Dan is er een situatie van loonarbeid, dan wordt het arbeidsvermogen kapitaal V en dan vindt de kapitalistische productie van ruilwaarden plaats, omdat de kapitalist dan de tafel aan mij kan verkopen. Dat kan tegen dezelfde prijs, alleen is dan de hele winst niet meer voor de timmerman maar voor de kapitalist of het kapitalistische bedrijf.
Dat wil zeggen: de tafel is gecommodificeerd, zonder dat de koper er iets van merkt. Dit kan dus voor alle producten van de arbeid, de schrijver die boeken schrijft voor de uitgever, de chirurg die in loondienst operaties uitvoert voor het ziekenhuis, de verzekeringsagent die ziektekostenverzekeringen verkoopt voor het verzekeringsbedrijf. Daar ontstaat dus de marktwerking.

Beeld met hoofd van Marx
Monument in Chemnitz, voorheen Karl-Marx-Stadt – foto: Valentina Patzlaff.
Das Kapital verscheen 150 jaar geleden. Aanvankelijk verkocht het slecht.

Opnieuw Marx:

Ze (de gebruikswaarden) kunnen nog net zo nuttig zijn, hun inhoud doet hier niet ter zake. De dienstverleningen zelf, in zoverre economisch geschat, worden natuurlijk op basis van de kapitalistische productie anders geschat als onder andere productieverhoudingen. Het onderzoek daarnaar is echter pas mogelijk, zodra de basisfactoren (meerwaarde M, constante kapitaal C en variabel kapitaal V) van de kapitalistische productie zelf blootgelegd zijn.
Bij alle dienstverleningen, mogen ze (de arbeiders) nu zelf direct waren maken, bijvoorbeeld de kleermaker die voor mij een broek naait, of maakt, of bijvoorbeeld de soldaat, die mij beschermt, net als de rechter, of de muzikant, waarvan ik het musiceren koop om me een esthetisch genot te verschaffen, of de arts, die ik koop, om mijn been weer recht te zetten. Het gaat daarbij altijd om de stoffelijke inhoud van de arbeid, om de nuttigheid, terwijl de situatie dat het arbeid is voor mij er niet toe doet.
De loonarbeid dat kapitaal verschaft, is me inderdaad ook om haar inhoud geheel om het even. Elke bepaalde manier van de arbeid is voor mij alleen belangrijk, in zoverre ze maatschappelijke arbeid in het algemeen, en daarom substantie van de ruilwaarde, geld is. Elke arbeider, dienstverlener, van de hoer tot aan de paus, worden daarom nooit in het directe productieproces omgezet. (…) Met de koop van de ene arbeid maak ik geld, met de andere geef ik geld uit. De ene verrijkt, de andere verarmt. Het is mogelijk dat ze zelf één van de voorwaarden zijn voor het geld maken, zoals politieagenten, rechters, soldaten of beul. Maar, dat is altijd alleen als 'verzwarende situatie' en het heeft met het directe proces niets te maken. (Seite 71)

Het directe productieproces is dus het kapitalistische productieproces van ruilwaarden. Die ruilwaarden ontstaan alleen onder kapitalistische verhouding, daar waar de arbeider niet alleen als producent van waren (gebruikswaarden) verschijnt, maar ook als loonarbeider waarbij de kapitalist of het kapitalistische bedrijf het arbeidsvermogen heeft gekocht. De surplusarbeid zorgt ervoor dat de kapitalist de geproduceerde waren (ruilwaarden) op de markt met winst kan verkopen.
Omdat door de toepassing van de technologie de verhouding tussen constant en variabel kapitaal groter wordt, leidt dat tot de tendens van de daling van de winstvoet. Om de winst op peil te houden, moeten de verzamelde kapitalisten de productie uitbreiden, door meer of anders te produceren.
Opnieuw: dat is het commodificatieproces, anders produceren betekent dus marktwerking in de zorg, het onderwijs, het railvervoer, de financiële dienstverlening. En dat betekent ook dat deze sectoren onderhevig worden aan meer technologie (robotisering) en dus de vervanging van het variabel kapitaal door het constant kapitaal.


1 Karl Marx, Zur Kritik, der politischen Ökonomie, Manuskript 1861-1863, www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1861/manuscripten - Die Seite, paginanummers van het citaat, is hier terug te vinden. (terug)