welkom
extra
Solidariteit

Duitsland als de bakermat

Geboorte en ondergang van de sociaaldemocratie

Maurice Ferares

Op haar eerste congres in 1865 te Braunschweig telde de Allgemeine Deutsche Arbeiterverein 4.764 leden.1 Door de aansluiting van allerlei arbeidersorganisaties groeide de arbeidersvereniging in 1875 naar meer dan 20.000 leden. Het verschijnen van een politieke arbeiderspartij als de socialistische had alles te maken met de groei van het politieke bewustzijn van de arbeiders die in de industrie werkzaam waren.

Banner: 150 Jahre Sozialdemokratie. Alles Gute. SPD

Uit de Arbeiterverein kwam de latere Sozialistische Partei Deutschland (SPD) voort die tientallen jaren de grootste en belangrijkste partij zou zijn. De situatie veranderde echter. Tijdens een enquête in juli 2017 door de televisiezender ZDF onder de kiesgerechtigden in Duitsland antwoordde 70 procent van de ondervraagden geen verschillen te zien tussen de rechtse Christlich Demokratische Union Deutschlands (CDU) en de sociaaldemocratische SPD. Een resultaat dat weinigen in Duitsland verbaasd zal hebben.

Dalende cijfers

De enquête vond plaats in verband met de komende verkiezingen voor de Bondsraad, het parlement, op 24 september 2017. De cijfers op de politieke thermometer die de ZDF tweemaal per maand publiceert, waren gedurende de laatste maanden als volgt:
CDU, mei tweede telling: 38 procent SPD: 27 procent.
CDU, juni tweede telling: 39 procent SPD: 25 procent.
CDU, juli tweede telling: 40 procent SPD: 24 procent.

Bij een telling in de tweede week van augustus waren de cijfers als in juli 2017. Uit een ander ZDF onderzoek bleek dat bij de verkiezing van de kanselier 59 procent van de kiezers van plan is op Angela Merkel (CDU) te stemmen en 30 procent op de voorzitter van de SPD, Martin Schulz. De herverkiezing van Merkel is dus vrijwel zeker.
Na de Tweede Wereldoorlog waren van de negen kanseliers er drie afkomstig uit de SPD. De eerste was Willy Brandt (1969-1974), de tweede Helmut Schmidt (1974-1982) en de derde Gerhard Schröder (1998-2005). In de jaren daartussen hebben de sociaaldemocraten van een aantal regeringen deel uitgemaakt.
De neergang van de sociaaldemocratie is al een aantal jaren een feit en geen specifiek Duits verschijnsel. In alle Europese landen is de ontwikkeling vrijwel dezelfde geweest.

De veranderende SDAP

In Nederland werd door twaalf mannen (later de apostelen genoemd) op 26 augustus 1894 te Zwolle de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP) opgericht. Ofschoon de partij in ledental flink groeide, begon de politieke afbraak al voor de eerste Wereldoorlog tijdens de periode van het voorzitterschap van Pieter Jelles Troelstra. In 1909 werden de marxisten (onder anderen: Herman Gorter, Jan Ceton, David Wijnkoop en Willem van Ravesteyn) die het blad De Tribune uitgaven, op een bijzonder congres in Deventer uit de partij gezet. Een ander voorbeeld van de veranderde opvattingen van de partij laat een citaat zien uit een redevoering die Troelstra in 1913 in de Tweede Kamer hield (hij was één van de twee parlementsleden van de SDAP):2

Er wordt gevraagd zult gij het vaderland niet verdedigen? Ja mijne heeren, wanneer daar in de tegenwoordige bedeeling [verdeling] een aanslag komt op de onafhankelijkheid van ons land, zult gij ons oproepen en dan zullen wij aan uw oproeping gehoor geven. De oude idee van dienstweigering past in het Tolstolianisme, staat recht tegenover de sociaal democratische opvattingen. Gij weet dat gij ook op ons sociaal democraten kunt rekenen als wij door u worden opgeroepen om den plicht te doen, dien wij als burgers van den Nederlandschen staat onder het tegenwoordige regiem te vervullen hebben. Of wij dit gaarne willen en mooi vinden, wordt ons niet gevraagd, maar dien plicht zullen wij vervullen.

Kritische Vrouwenclubs

Schildering van vrouw die met rood vaandel zwaait Dat niet alle leden van de partij het met de voorzitter eens waren, blijkt uit een verklaring van de Nederlandse Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs en de Propagandaclubs die ook als pamflet is verspreid in 1914:

De oorlog is ontbrand zonder dat de volkeren er eenigen invloed op konden uitoefenen. En de vrouwen eerst recht niet, zij die niet eens het kiesrecht hebben. Toch moeten de vrouwen het oorlogsmateriaal leveren. Haar zonen worden naar de slagvelden gezonden. Vrouwen wat er nu meer dan drie maanden geschiedt in verschillende streken van Europa en daar buiten, is eenvoudig razernij. Honderd duizenden jonge mannen, die elkaar nooit te voren zagen doden en verminken elkander op de gruwelijkste wijze.
Even zoveel vrouwen worden daardoor voor altijd in rouw en zorg gedompeld. Dit alles gebeurt, omdat de grote landen onderling als rijke machtige groepen van kapitalisten een concurrentiestrijd voeren; omdat elke groep in vreemde werelddeelen baas wil blijven of er baas wil worden, In die streken kan nieuwe winst worden behaald. Voornamelijk voor dien strijd om het bezit en behoud van koloniën in Afrika of Azië is in die landen leger en vloot zoo reusachtig versterkt. Want de bezitters, de kapitalisten, hebben de staatsmacht in handen; willen zij iets, de regeering voert het uit ... Wij verwenschen daarom den oorlog, die de arbeidersklasse NOOIT voordeel kan brengen. De arbeidersklasse wordt alleen gebaat door de internationale versterking der organisatie van den arbeid. Het 'proletariërs aller landen, verenigt u' is geen zinloze frase. Voor de komst van het socialisme is de internationale vereeniging en verbroedering nodig.

Wethoudersposten en regeringsdeelname

In het interbellum tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog slaagden de sociaaldemocraten er niet in ministerzetels te veroveren. Op lokaal gebied was de SDAP echter zeer actief in de gemeenteraden en gemeentebesturen. Leden van de partij bezetten talrijke wethoudersposten. Hun positie en optreden toonden hoe de sociaaldemocratie deel geworden was van het kapitalistische regiem en niet meer streefde naar een maatschappij, waarin alle burgers gelijk rechten hebben en niet een kleine minderheid van rijke lieden de dienst uitmaakt.

In de Londense regering Gerbrandy (1940-1945) zaten twee sociaaldemocratische ministers: J. W. Albarda, minister van Waterstaat en J. van der Tempel, minister van Sociale Zaken. De laatste paar maanden van de oorlog was een derde sociaaldemocraat, J. Burger, minister van Binnenlandse zaken.
In 1945 begonnen de sociaaldemocratische premiers Drees en Schermerhorn een oorlog tegen Indonesië die vijf jaar zou duren. Een oorlog die het onafhankelijk worden van Indonesië moest verhinderen. Zij stuurden een leger van meer dan 120.000 man met vliegtuigen en tanks.3 De ondernemers maakten gaarne gebruik van de sociaaldemocraten om het koloniale bezit te behouden, en vooral ook om de door de oorlog geradicaliseerde arbeiders in het eigen land van 'revolutionaire avonturen' af te houden.

Doorbraak en neergang

Binnen een jaar na de oorlog op 9 februari 1946 ging de SDAP onder in de Partij van de Arbeid. Het moest een volkspartij, een 'doorbraakpartij' zijn. Waarin niet alleen ruimte moest zijn voor het socialistisch gedachtegoed, aldus de oprichters. Het moest een partij zijn die de katholieke en protestant christelijke partijen overbodig zou maken. Om die reden kreeg de Partij van de Arbeid een Katholieke en een Protestant Christelijke Werkgemeenschap. De partij had geen sociaaldemocratische werkgemeenschap en het Sociaal Democratisch Centrum dat in 1950 door een aantal leden was opgericht, werd in 1952 verboden. Volgens voorzitter Evert Vermeer, omdat het een luis in de pels was.

In 2017 bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer toonden de Nederlandse kiezers geen verschil te zien tussen de PvdA en de VVD. De PvdA verloor 29 van de 38 zetels die zij in 2012 had binnengehaald en werd een kleine partij met 9 zetels in de Tweede Kamer. De deelname aan de regering Rutte had de PvdA gesloopt.4

Foto van een zwaaiende Jeremy Corbyn met achter hem de tekst Your Choice. Shape the Future

Ook in Frankrijk en Groot-Brittannië

In Frankrijk is de socialistische partij, Section française de l'Internationale ouvrière (SFIO), bij de laatste verkiezing voor het presidentschap weggevaagd door de 'op mars' beweging van Emmanuel Macron. De vijf jaren presidentschap van de socialistische Francois Hollande waren een ramp. De socialisten kunnen zich op niets beroepen van wat hun man voor de werkende klasse heeft gedaan. In de geschiedenis zal Hollande bekend blijven als iemand die veel linten doorknipte.
Wat er in Groot Brittannië is gebeurd bij de parlementsverkiezingen in juni 2017 is een uitzondering in vergelijking met wat er in de rest van Europa aan de hand is. Door het optreden van de inspirerende linkse leider Jeremy Corbyn behaalde Labour 12 miljoen stemmen, geschat op 40 procent van het aantal kiezers. Geen bezuinigingen, geen oorlog, geen racisme, hogere belasting voor de rijken, afschaffen van het collegegeld, meer geld voor de zorg, een minimumloon van tien pond per uur. Dat waren de eisen van Corbyn, de grens van het kapitalisme overschreden ze echter niet.

De ontwikkeling van de sociaaldemocratie stelt meer dan ooit als een dringende zaak het probleem van een nieuwe massa-organisatie van de arbeidersklasse. De historische rol van de sociaaldemocratie is uitgespeeld. Het onvermogen zich te vernieuwen en zich open te stellen voor onverzoenlijke strijd tegen de heersende kapitalistische klasse is te wijten aan de politiek van klassenvrede die de leidingen van de partijen volgden. Zelfs het idee van de vroege sociaaldemocratie dat het kapitalisme omgevormd zou kunnen worden tot een socialistische maatschappij hebben de sociaaldemocraten vergeten. Wat er nu nog resteert van de sociaaldemocratie is ballast voor de arbeidersbeweging. Die zal in alle landen een nieuwe, politieke organisatie moeten bouwen die voor de belangen van de arbeiders opkomt en een nieuw maatschappelijk perspectief biedt.


1 Die ersten deutschen Sozialisten-Kongresse: Urkunden aus der Jugendzeit der deutschen Sozialdemokratie (1865-1875). Frankfurter Volksstimme 1906. Frankfurt am Main. (terug)
2 Handelingen. Tweede Kamer (1912/1913), blz. 3022. Zie ook: De S.D.A.P. en de oorlog, brochure door A.B. Kleerekoper. Uitgegeven door de commissie voor de schriftelijke propaganda, Brochurehandel S.D.A.P. 9/12 November 1914. Prijs: 7½ cent. Overigens, op de achterkant van deze brochure stond dat Het Communistisch Manifest aan te schaffen was voor de prijs van 22 cent. (terug)
3 J. Bank, Katholieken en de Indonesische revolutie. De Bataafse Leeuw, 1983. A. de Moor, Westerlings oorlog. Balans, 1999. R. Limpach, De brandende kampongs van generaal Spoor. Boom 2016. (terug)
4 Tussen juni 1945 en november 2016 (Rutte II) waren er twintig Nederlandse regeringen. Acht daarvan kende een sociaaldemocratische premier. In negen regeringen zonder sociaaldemocratische premier zaten sociaaldemocratische ministers. In twaalf regeringen namen geen sociaaldemocraten deel. (terug)