welkom
extra
Solidariteit

Een felle nationalist in Algerije

De donkere kant van Alexis de Tocqueville

Otto van de Haar

De wereldberoemde graaf Alexis de Tocqueville (1805-1859) schreef na een sociologische trektocht door de Verenigde Staten zijn degelijke verhandeling Over de Democratie in Amerika. Dit werk wordt alom toegejuicht tot in politiek Den Haag. Helaas blijven Tocquevilles stuitende beschouwingen over Algerije systematisch buiten beeld.

Buste van De Tocqueville

De Franse Revolutie van 1789 had met zijn bloedige geweldfasen en fanatieke gelijkheidsstreven de veel bezongen vrijheid de das om gedaan. Amerika daarentegen had een veel beter evenwicht weten te ontwikkelen tussen vrijheid en gelijkheid, aldus Tocqueville.
Ook wees hij op de gevaarlijke centralisatie van de staatsmacht ten gevolge van de Franse Revolutie, terwijl in Amerika het federalisme als buffer diende en de christelijke godsdienst als verbindende kracht van het volk. Geleidelijkheid was te verkiezen boven geforceerd geweld.

Onderwerping Algerije

Gedenkwaardige observaties. Wel wordt het tijd om eens te kijken naar Tocquevilles opvattingen over de Franse kolonie Algerije. Ook in dit geval maken we weer kennis met zijn welsprekendheid en grondige manier van onderzoek. Maar helaas heeft de bezonnen liberaal hier plaatsgemaakt voor een felle nationalist die terreur predikt. Dit aspect ontbreekt tot dusver in de Nederlandstalige publicaties.
Na zijn reis door de Verenigde Staten doorkruiste Alexis de Tocqueville als Algerije-expert van de Assemblée Nationale het land twee keer. Tocqueville schreef verhandelingen, brieven en parlementaire rapporten, en voerde gesprekken met hoge militairen en koloniale ambtenaren ter plekke. Hij wilde er ook gaan wonen, maar een kwakkelende gezondheid en het feit hij er een keer dysenterie opliep, deden hem vermoedelijk besluiten hiervan af te zien. Reeds op 54-jarige leeftijd stierf hij aan tuberculose.

Anders dan in zijn Amerika-boek was Tocquevilles onderzoek naar levenswijze, godsdienst en bestuur van de autochtone bevolking niet zozeer belangstellend als wel instrumenteel van aard. Namelijk gericht op de vraag hoe Frankrijk Algerije efficiënt kon onderwerpen en omvormen tot een kolonie. Zijn grote voorbeeld was hierbij de koloniale wereldmacht uit die dagen - Groot-Brittannië. John Stuart Mill, zijn liberale vriend, kreeg dan ook vraag op vraag voorgeschoteld over hoe diens landgenoten het in Brits Indië voor elkaar kregen. Mill schreef: Despotisme is een legitieme regeringsvorm in de omgang met barbaren, als het einddoel hun vooruitgang is.
Over de koloniale problematiek wisselde Tocqueville ook van gedachten met Henry Reeve die De la Démocratie en Amérique in het Engels vertaalde.

Guerilla

Volgens Tocquevilles parlementaire rapportages kon de grond in Algerije voor een zacht prijsje opgekocht worden. En mocht dat niet lukken, dan door middel van geforceerde onteigening. Een volgende stap was de verbouwing van de grond door Franse kolonisten, infrastructurele verbeteringen, en het organiseren van een nieuw bestuur. Tocqueville stond een volmaakte afspiegeling van het christelijke vaderland voor ogen, met kerken en priesters, scholen, fonteinen en volkshuizen, ter wille van een krachtig en groots Frankrijk.

De autochtone bevolking kookte van woede na 'confiscatie' van de grond. Onder aanvoering van de guerrillaleider, emir Abd el-Kader, wist een islamitische verzetsbeweging de Franse kolonisator tot in de tweede helft van de jaren veertig van de negentiende eeuw het hoofd te bieden. De gewapende arm van Frankrijk stond onder leiding van gouverneur-generaal en later maarschalk Thomas-Robert Bugeaud en op beslissende punten keurde Tocqueville diens meedogenloze beleid goed. Naast de inzet van mobiele commando's die de opstandige 'Arabische stammen' een lesje leerden, moest een omvangrijke legermacht op de been gebracht worden om zo 'de Arabier' te laten beseffen dat niemand Frankrijks positie in Algerije kon aantasten. De emir Abd el-Kader moest volgens Tocqueville zo snel mogelijk uit de weg geruimd worden.

Standbeeld van emir Abd el-Kader

Verdeeldheid door omkoping

In zijn Amerika-boek wordt de godsdienst als een bron van kracht voor de maatschappij gezien, maar voor Algerije - een niet-Europese en niet-christelijke, maar inferieure maatschappij - maakte hij een uitzondering. Tocqueville pleitte ervoor om oogsten te verbranden, silo's leeg te roven, razzia's te houden, vrouwen en kinderen gevangen te nemen, het vee in beslag te nemen en vijandelijke 'kampongs' met de grond gelijk te maken. Ze krijgen het zwaar te verduren als we hen gevangen houden tussen onze bajonetten en de woestijn.

Andere geschikte middelen om de tegenstand te breken, waren volgens hem het aanwakkeren van verdeeldheid tussen de autochtone 'vorsten' door omkoping en een verbod om handel te drijven. Critici die dit koloniale inferno veroordeelden, hoefden bij Tocqueville niet aan boord te komen. In een oorlog met Arabieren viel aan dergelijke methodes helaas niet te ontkomen.
Trouwens, vergelijk dit nu eens met wat er allemaal onder het oorlogsrecht heeft plaatsgevonden tijdens de Europese oorlogen, aldus de beroemde Franse liberaal. Een fraaie vondst, maar voor Algerijnse Arabieren een erg schrale troost.