welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit - Commentaar 297 - 6 maart 2016

Ketenaansprakelijkheid cacao

Dick de Graaf

Een opmerkelijke rechtszaak speelt op dit moment in de Verenigde Staten. Voormalige kindslaven uit Mali, werkzaam geweest in de cacaoteelt in Ivoorkust, klagen drie multinationals aan. Zij stellen dat Nestlé, Archer Daniels Midland (ADM) en Cargill kindslavernij in Ivoorkust mede mogelijk hebben gemaakt en daardoor jegens hen onrechtmatig handelden en dus bestraft behoren te worden.

In eerste aanleg heeft een districtsrechtbank de behandeling van deze eis nog afgewezen, maar in hoger beroep zijn de eisers ontvankelijk verklaard. Het VS Hooggerechtshof wees daarna een verzoek van de multinationals af om de eis in hoogste instantie alsnog niet-ontvankelijk te laten verklaren. De zaak moet nu inhoudelijk een vervolg krijgen.
De kwestie loopt al vanaf juli 2005, toen de drie voormalige kindslaven, gesteund door de mensenrechtenorganisatie "Global Exchange", de zaak aanhangig maakten bij een federaal hof in Californië. Nu, begin 2016, na de uitspraak van het Hooggerechtshof, moet één en ander dus inhoudelijk uitgeprocedeerd worden.

Marktmacht

Nestlé en Cargill nemen in de cacaoketen een vooraanstaande positie in. Nestlé als één van de vijf grote chocoladefabrikanten in de wereld die samen goed zijn voor bijna 60 procent van de wereldwijde chocolade omzet van 100 miljard euro en voor een jaarlijkse winst van rond 1,4 miljard euro. Cargill als één van de grote drie in de cacaoverwerking. ADM heeft zich sinds 2015 helemaal teruggetrokken uit de cacaoketen en zijn belangen in de cacaoverwerking en chocoladeproductie van de hand gedaan. Maar van 1996 tot 2015 was ADM één van de grote drie in de cacaoverwerking. Alle drie hebben belangen en activiteiten in Ivoorkust, waaronder de opkoop van cacaobonen. En juist deze marktpositie brengt de rechtbank (in meerderheid) tot de vaststelling dat de ondernemingen hun sterke marktpositie niet ingezet hebben om het gebruik van kindslaven af te schaffen.

Sterker nog, door handel te blijven drijven in een cacaomarkt met kindslavernij hebben zij voordeel getrokken van de lage productiekosten. En dus zijn zij medeverantwoordelijk voor het voortbestaan van kindslavernij in Ivoorkust. Zij begaan daardoor een onrechtmatige daad tegenover de eisers: de kindslaven. Daarbij noemt de rechtbank nog een extra argument. De gedaagde ondernemingen hebben een actieve lobby gevoerd om wetgeving in de Verenigde Staten tegen te gaan om cacao-importeurs en chocoladefabrikanten te verplichten op hun product te vermelden dat de verhandelde en verwerkte cacao zonder slavernij zou zijn geproduceerd. In plaats van wetgeving is er door deze lobby een vrijwillige inspanningsverplichting ontstaan om kinderarbeid en kindslavernij tegen te gaan. Dit heeft niet of nauwelijks geleid tot vermindering van de cacaoteelt in Ivoorkust. ( 1) Naar schatting werken daar tienduizend kinderen als slaaf. In Ghana en Ivoorkust samen wordt door ruim twee miljoen kinderen in de cacaoteelt arbeid verricht.

Consumenten

Niet alleen voormalige kindslaven procederen in de Verenigde Staten tegen multinationals in de cacaoketen. Ook kritische consumenten spanden een rechtszaak in Californië aan tegen de grote chocoladefabrikanten Mars, Nestlé en Hershey. Zij claimen dat de bedrijven de belangen van consumenten hebben geschaad, omdat zij niet op hun producten vermelden dat de cacao in de door hen geproduceerde chocolade mede geteeld is met kinderarbeid. Net als in de zaak van de kindslaven tegen Nestlé, ADM en Cargill geeft de tekst van deze zittingstukken een helder beeld van de situatie van kinderarbeid in Ivoorkust en de verantwoordelijkheid van ondernemingen daarbij. ( 2)

Rapportageverplichting

Ook buiten de Verenigde Staten worden op dit terrein waardevolle activiteiten ontplooid. Op initiatief van de Engelse NGO "Stop the Traffik" is in het Verenigd Koninkrijk aan de bestaande Wet op de Slavernij een nieuwe paragraaf gevoegd. Deze beschrijft de verantwoordelijkheid van ondernemingen om te rapporteren over slavernij en mensenhandel. Zij zijn verplicht in hun jaarverslag te melden of er in hun onderneming of aanvoerketen sprake is van slavernij en/of mensenhandel. En ondernemingen moeten er voor zorgen dat het personeel trainingen ontvangt over het verschijnsel slavernij en mensenhandel. Het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken heeft een handleiding uitgebracht, waarin uiteengezet wordt hoe met de verantwoordelijkheid in de aanvoerketen moet worden omgegaan. ( 3)

"Stop the Traffik" wenst dat ook in andere landen een dergelijke bepaling in de wetgeving wordt opgenomen. En om dat te bevorderen, heeft de NGO een handleiding gemaakt, waarin voor 27 landen wordt aangegeven op welke manier de nationale wet- en regelgeving kan worden aangepast om een vergelijkbare verslagplicht te bewerkstelligen. Voor Nederland wordt voorgesteld aan de verplichting tot rapportage de voor de onderneming relevante maatschappelijke aspecten van ondernemen toe te voegen: "inclusief een samenvatting van de genomen maatregelen op het gebied van naleving van mensenrechten en risico's van schending van mensenrechten in de wereldwijde keten van toeleveranciers van de onderneming." ( 4)

Richtlijnen Verenigde Naties

Op het gebied van ketenaansprakelijkheid van ondernemingen wordt langzamerhand wat voortgang geboekt. Op basis van het raamwerk van de door de Verenigde Naties vastgestelde Richtlijnen voor Bedrijven en Mensenrechten worden hier en daar al verplichtingen in nationale regelgevingen opgenomen. Alle reden voor activisten vanuit de vakbeweging en mensenrechtenorganisaties om ook op dit terrein door te pakken en concrete initiatieven te nemen, inclusief het aansprakelijk stellen van ondernemingen voor schendingen van mensenrechten in hun aanvoerketen.

Op de komende, jaarlijkse conferentie van de International Labour Organization (ILO) in juni 2016 staat ketenverantwoordelijkheid centraal als één van de belangrijkste onderwerpen. In ILO bewoording: fatsoenlijk werk in wereldwijde aanvoerketens. FNV bestuurder Catelene Passchier zal woordvoerder zijn namens de mondiale werknemersgeleding. Daardoor komt het thema verantwoordelijkheid van bedrijven voor mensenrechten schendingen in hun aanvoerketen ook voor de FNV heel dicht bij huis.
Alle reden om Passchier van informatie en materiaal te voorzien om een stevige bijdrage aan het debat te kunnen leveren.


1 Zie voor de tekst van de uitspraak in beroep en de andere overwegingen die een rol spelen, zoals de extraterritoriale werking van de betreffende wet, de Alien Tort Statute: uscourts.gov: 10-56739.pdf (terug)
2 Zie voor een eerste overzicht: Businesswire: agens-Berman-Consumers-File-Suit-Nestle-Hershey (terug)
3 Zie: www.gov.uk: Transparency_in_Supply_Chains_etc_A_practical_guide__final_.pdf (terug)
4 Zie: www.stopthetraffik.org: Draft_slavery_Laws_-_website_content.pdf (terug)

Klik hier