welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit commentaar 259 21 september 2014

Pak de banken nu eens aan!

Servaas Storm

De economie van de Eurozone valt opnieuw stil - voor de derde keer sinds 2008/9. De groei van de achttien Eurolanden in het eerste kwartaal van 2014 stagneert. De hoop op duurzaam herstel krijgt opnieuw een knauw. De escalerende politieke, economische en militaire crisis over de Oekraïne maakt de stemming en de vooruitzichten nog somberder. Een derde recessie in korte tijd lijkt onvermijdelijk.

Er moet dus iets veranderen in het Europese economisch beleid. Dit besef lijkt door te dringen bij de beleidsmakers van de eurozone. Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank (ECB), heeft (22-08-2014) de Europese regeringen opgeroepen snel groeibevorderende maatregelen te nemen. Ook gaf hij de toezegging dat de ECB zulke maatregelen met haar monetaire beleid zal ondersteunen. Wat kunnen we verwachten van het 'voortschrijdende inzicht' van Europese beleidsmakers?

Mager antwoord

Het antwoord is: niet veel, helaas. Waarschijnlijk zal Brussel tijdelijk begrotingstekorten van meer dan 3 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) toestaan, en waarschijnlijk komen er (beperkte) extra infrastructurele investeringen - een extra brug hier, een fietspad daar en misschien ook ergens nog wel een stukje hogesnelheidslijn. Maar veel meer mogen we niet verwachten, want Brussel doet dit noodgedwongen en niet vanwege een geloof in Keynesiaanse stimulering. Met name Duitsland en Nederland zullen wat dit betreft de hand op de rem blijven houden. Het zal dus onvoldoende zijn voor Europees groeiherstel.
De stimulans van de (beperkte) extra overheidsbestedingen zal niet opwegen tegen het blijvend wegzakken van de particuliere consumptiebestedingen en de bedrijfsinvesteringen. De particuliere vraag blijft zwak. Niet alleen omdat er veel baanonzekerheid is door de hoge werkloosheid, maar ook door de moeilijke schuldenpositie van veel huishoudens en bedrijven. Burgers en bedrijven sparen (in plaats van te besteden) om zo hun schulden te kunnen aflossen. Deze impasse kan alleen worden doorbroken als de overheden van alle eurozone landen gezamenlijk en gecoördineerd hun economieën sterk stimuleren - en dit is vooralsnog een politieke onmogelijkheid.

Gratis krediet

Tegelijkertijd kan Draghi's ECB niet veel doen. Toegegeven, de ECB kan nog meer gratis liquiditeit beschikbaar stellen aan de banken, maar het is zeer onwaarschijnlijk dat die middelen productief worden aangewend. De meeste Europese banken zullen het gratis krediet van de ECB gebruiken voor het aflossen van hun schulden en het afkopen van hun slechte leningen. Op deze wijze kunnen banken hun zwakke balanspositie verbeteren zonder verdere kosten. De Europese banken hebben namelijk nog steeds 'slechte leningen' op hun balansen staan en verkeren daardoor nog steeds in zwaar weer. Dat bleek onlangs weer bij het faillissement van de Banco Espirito Santo in Portugal en de financiële problemen bij Erste Bank in Oostenrijk.
In de Verenigde Staten hebben de banken hun balanspositie snel na de crisis kunnen verbeteren door hun slechte leningen te verkopen aan een 'steunprogramma' (TARP: Troubled Asset Relief Program). In Europa worden de probleembanken opgevangen door de nationale overheden en niet door een supranationaal Europees vangnet. En juist omdat de overheden van lidstaten zoals Griekenland, Spanje, Ierland en Portugal daartoe niet in staat bleken, is de eurocrisis zo sterk geëscaleerd. In die landen zal de extra liquiditeit die de ECB beschikbaar stelt, door banken worden gebruikt om hun balansen op te schonen. De Europese banken die er beter voorstaan, bijvoorbeeld sommige Duitse banken, zullen het gratis ECB-krediet gebruiken voor financiële beleggingen in onroerend goed en in financiële derivaten. Dit is precies wat er gebeurde in Engeland en de Verenigde Staten na de kwantitatieve verruiming van het geldaanbod. Omdat het geld gratis is, worden er al snel mooie rendementen behaald die zich vervolgens vertalen in hogere winsten en stijgende beurskoersen van de banken zelf.

Het punt is dat de gratis ECB-kredieten niet zullen worden gebruikt om de rentetarieven voor huishoudens en bedrijven te verlagen. Wij blijven lenen tegen 5 procent of meer, terwijl de bank dat geld voor niks kan aantrekken. De ECB kan de commerciële banken niet dwingen het gratis geld door te geven naar hun klanten. En omdat de banken weten dat ze allemaal in dezelfde malaise zitten en allemaal baat hebben bij een hoge rentemarge, houden ze allemaal de klantrente hoog. En zo komen we vanzelf bij het grootste - en onopgeloste - probleem van de eurozone: de Europese banken zijn niet alleen zwak, maar ook te groot. Zoals onderstaande tabel 1 laat zien, bedroeg de balanswaarde van de Europese banken in 2011 zon 370 procent van het Europese BBP, terwijl de balanswaarde van Amerikaanse banken 'slechts' 78 procent van het Amerikaanse BBP bedroeg. De Europese banken zijn zo groot ten opzichte van de nationale economieën dat ze van 'systemisch belang' zijn. Ze zijn, zo wordt gedacht: 'too big to fail'.

Afwenteling op burgers

Maar als 'too big to fail' het probleem is, waarom worden die banken dan niet opgesplitst? Kleine banken kun je immers failliet laten gaan. En zoals de hoofdeconoom van de Engelse centrale bank Andrew Haldane (2012) laat zien: grootbanken (met een balanswaarde van meer dan honderd miljard dollar) zijn minder efficiënt dan kleinere banken. Pleidooien voor schaalgrootte hebben helemaal niets te maken met bedrijfseconomische doelmatigheid, maar alles met de economische en politieke macht van de grootbankiers. Gebruikmakend van hun macht zijn de banken er in geslaagd de gevolgen van de door henzelf veroorzaakte bankencrisis af te wentelen op overheidsbegrotingen. En daardoor - via bezuinigingen op essentiële uitgaven aan onderwijs, gezondheidszorg, en sociale uitkeringen - op de lagere en midden inkomensgroepen in de samenleving, die ook al getroffen worden door hogere werkloosheid en stagnerende lonen. En nu profiteren de grootbanken van het gratis ECB krediet - werkelijk een beloning voor slecht gedrag!

Niets aan deze gang van zaken was onvermijdelijk of noodzakelijk. Waarom de probleembanken niet genationaliseerd, opgebroken, geherkapitaliseerd zijn en waar nodig failliet laten gaan? Waarom is er niet voor gekozen om ('bottom-up') de schuldenpositie van gewone burgers te verlichten in plaats van ('top-down') royaal subsidie te geven aan de grootbanken op kosten van die burgers? Waarom zijn banken belangrijker dan burgers?

Schade naar aandeelhouders

De enige echte uitweg uit de crisis is een drastische: een grondige sanering van de Europese grootbanken, waarbij in veel gevallen nationalisering en/of faillissement onvermijdelijk zijn en grootbanken worden opgeknipt en gesplitst. Europese grootbanken zullen klagen dat ze hierdoor onvoldoende schaalgrootte hebben om nog te kunnen concurreren met de Amerikaanse, Engelse en Aziatische grootbanken. Maar dat lijkt gezien de genoemde conclusies van Haldane zwaar overdreven. Het gaat natuurlijk helemaal niet om de concurrentiepositie.

Waar het wel om draait, is dat de overheid garant staat voor de banken die 'too big to fail' zijn. Door die garantie genieten die grootbanken een hogere 'credit rating', waardoor ze goedkoper kunnen lenen op de financiële markten. Dit is niets anders dan een subsidie voor de grootbanken die volgens schattingen van dezelfde Andrew Haldane zeker meer dan 70 miljard dollar per jaar bedraagt. Dat de grootbanken die subsidie natuurlijk niet kwijt willen, is begrijpelijk, maar geen reden om er niet iets aan te doen. Feit blijft dat kleinere banken maatschappelijk gezien een groot voordeel hebben: ze kunnen namelijk failliet gaan en wel zo dat de bank-aandeelhouders opdraaien voor het bankfalen, terwijl de schade voor de spaarders kan worden beperkt. Deze sanering kan echter alleen worden gefinancierd door overheden uit leningen of garanties van de ECB. Zolang de grootbanken niet worden aangepakt, hoeven we ons geen illusie over economisch herstel te maken.

Literatuur: Andrew Haldane, On being the right size - Bank of England (pdf, 135 kb)

Tabel Balanswaarde van de banken (als percentage van het BBP), 2011

Oostenrijk 336,7 % Italië 263,1 %
België 315,4 % Luxemburg 2430,3 %
Cyprus 734,1 % Malta 796,2 %
Denemarken 466,1 % Nederland 411,9 %
Finland 334,9 % Polen 90,5 %
Frankrijk 423,4 % Portugal 339,8 %
Duitsland 331,5 % Spanje 347,7 %
Griekenland202,3 % Zweden 299,9 %
Ierland 799,2 % Verenigd Koninkrijk 568,6 %
 
Europese Unie 370,5 % 
Verenigde Staten 78,0 % 
Bron: High-level Expert Group on reforming the structure of the EU banking sector (pdf, 2,6 Mb).

Klik hier