welkom
commentaren
Solidariteit

Solidariteit - Commentaar 188-2 - 1 januari 2012

Nieuwe vakbeweging, structuur zonder beleid

Hans Boot

"Alles wat wenselijk is" is een mooi motto, ook voor 2012. In het commentaar 188-1 heeft Rob Lubbersen voor de redactie van webzine Solidariteit een oude wens vervuld. Hij is de discussie aangegaan over de Nieuwe Vakbeweging, mede naar aanleiding van mijn eerdere commentaar "De NV heeft haar naam niet mee". Bovendien brengt Rob op een hartverwarmende manier de wens voor een democratische en strijdbare vakbeweging onder woorden. Daarover zijn we het grondig eens. Maar....

De officiële in Dalfsen opgestelde verklaring, waarop ik mijn commentaar van 14 december baseerde, zwijgt veelzeggend over democratie en strijdbaarheid. Wel gaat het over 'dichter bij de leden' en 'herkenbaarheid'. Niet bepaald veelbelovend nieuw. Waar Rob een uitspraak van Corrie van Brenk, waarnemend voorzitter AbvaKabo FNV, met hoopvolle ogen leest - "Wij hebben deze stap gezet, omdat we nauwer willen samenwerken met de leden. We willen niet langer over, maar samen met de leden beslissen" - vraag ik: wie zijn 'we' eigenlijk en is participatie hetzelfde als democratie? Even later zegt Corrie "De leden zullen op elk niveau betrokken worden en invloed krijgen". Is dit zeggenschap van vakbondsleden en van wie "krijgen" ze die invloed eigenlijk? Hoewel ik met Rob van mening ben dat 'de hoop als laatste sterft', bespeur ik nergens strijdbaarheid of het zou bij Paul de Beer moeten zijn die de leden "iets van een hoop op een betere wereld" gunt.

Geen woord over beleidscrisis

Het enthousiasme van Rob is aanstekelijk. Eindelijk worden veranderingen aangekondigd, ook al zijn de voornemens zo oud als de vakbeweging: van onderen, stem van de werkvloer en ongedeelde organisatie. Oud of nieuw, tegen een terugkeer naar de zelforganiserende bron van de vakbeweging is niets in te brengen. En helemaal niet op het moment dat de leiding van de FNV de mening van de meerderheid van de bondsleden naast zich neerlegt en een scheuring dreigt. Terug naar de oorsprong ten tijde van een diepe beleidscrisis kan van wijsheid getuigen.
Maar van enige bezinning op het vastgelopen beleid is geen sprake. Sterker nog, terwijl de ondernemersorganisatie VNO-NCW morrelt aan de pensioenopbouw, beroept het federatiebestuur van de FNV zich - 28 december 2011 - op het door de leden afgewezen pensioenakkoord dat daar niets over zou zeggen. Slim van die ondernemers: houd je 'achterban' rustig, het kan nog slechter.

Voor zover iets van een beleidswijziging naar buiten komt, is dat de geboorte van de "onafhankelijke werknemer" die begroet wordt in wat ik Human Resources Unionism noemde. Ontdaan van collectieve bescherming en vaste contracten, begiftigd met de keuze voor wie wanneer en waar te werken, zal de bond deze 'autonome' nieuwe werknemer als professionele gildenbroeder individueel begeleiden. Ooit stelde een voorganger van Agnes Jongerius, Jan Oudegeest (1870-1950), de vraag of voor de moeilijk te organiseren, gemarginaliseerde losse arbeiders wel een plaats was binnen de moderne vakbeweging. Er is inmiddels veel veranderd, vandaag worden hun moderne opvolgers toegejuicht en lijken de bijstandstrekker en minimumloner bij de voedselbank geparkeerd te worden.

Krachtsverhoudingen

Ook de lancering van de Nieuwe Vakbeweging is geen toonbeeld van democratie en strijdbaarheid geweest. Geïsoleerd van de werkelijkheid stond een selectief gezelschap onder curatele van twee verkenners die als padvinder, annex geheime boodschapper, fungeerden. In dezelfde pauselijke stijl en stilte komen ze op 16 januari aanstaande met een nieuw bericht. Zullen zij het afscheid aankondigen van het sociaal partnerschap of de komst van een spraakmakend, mobiliserend en strijdbaar offensief tegen de kabinetsbezuinigingen? Want een positief antwoord op deze vragen, bevat een uitweg uit de beleidsimpasse en biedt de Nieuwe Vakbeweging een vruchtbare toekomst.
Zo'n agenda is helaas niet te verwachten. En bijna fluisterend voeg ik daaraan toe dat de huidige krachtsverhoudingen geen aanwijzingen bevatten dat een stevige beleidsherziening in aantocht is. Fluisterend, omdat een beoordeling van de krachtsverhoudingen altijd enigszins speculatief is. Om toch maar even hardop te spreken, juist de eerste contouren van de Nieuwe Vakbeweging suggereren sociaal-economische en ideologische verhoudingen die een strijdbaar offensief uitsluiten. Ze wijzen eerder op ontreddering en wanhoop dan op redzaamheid en hoop.

Rob Lubbersen hecht terecht veel belang aan de voorbeeldwerking van de schoonmakers met hun methodiek van zelforganisatie en actie en van de kloofdichters met hun oppositie tegen de in het maatschappelijk systeem geïntegreerde AbvaKabo; overigens jonge stromingen. In het verleden gaven we een vergelijkbare betekenis aan bijvoorbeeld het decentrale bedrijvenwerk van de Industriebond NVV in de jaren zeventig en de kritische koers van de Voedingsbond FNV in de jaren tachtig. Beide (en meer) ontwikkelingen sneuvelden in het hardnekkige overleggeloof, gecombineerd met de gebrekkige kritiek op het neoliberalisme in de arbeidsverhoudingen.

Graag stel ik Rob (en lezers en lezeressen) de vraag: op basis waarvan maken de krachtsverhoudingen van vandaag aannemelijk dat de visie en activiteiten van schoonmakers en kloofdichters over de breedte van de Nieuwe Vakbeweging doorbreken.

Klik hier